Missie Afghanistan was model van overmoed

Over het gevoel voor humor van de Talibaan is weinig bekend. Maar het valt niet uit te sluiten dat er enig schamper gelach opklonk onder Afghaanse strijders die donderdag de moeite hadden genomen vroeg op te staan om rechtstreeks op de televisie de toespraak van Obama te volgen. Met een ernstig gezicht zei de Amerikaanse president: „We beginnen aan deze terugtrekking vanuit een positie van kracht.”

Een positie van kracht? In Europese oren klonk dat al niet erg geloofwaardig. Voor een Afghaan moet het hebben gegrensd aan het absurde. Afdruipen wegens succes, dat mag wel in het boek van de honderd beste smoezen op het slagveld.

Zei de president niet zelf dat het langzamerhand gewoon te duur wordt voor Amerika? Dat zijn land de afgelopen tien jaar duizend miljard dollar aan oorlogen heeft besteed, dat de nationale schuld maar blijft stijgen en dat de economie zulke moeilijke tijden doormaakt?

Het zal de Talibaan ook niet ontgaan zijn dat de Amerikaanse publieke opinie schoon genoeg heeft van die hele oorlog. Om nog maar te zwijgen van de publieke opinie in de andere landen van de NAVO-coalitie. Dus wát nou, positie van kracht? Hou toch op, zal een Talib al gauw gedacht hebben.

Al-Qaeda mag onthoofd zijn en zwaarder onder druk staan dan ooit tevoren, zoals Obama zei, maar een terreurorganisatie hoeft niet groot en sterk te zijn om te kunnen toeslaan. En ja, ook de Talibaan mogen op veel plaatsen in het nauw zijn gedreven maar dat waren ze ook in 2001, toen dachten de Amerikanen zelfs dat ze voorgoed met de hele fanatieke bende hadden afgerekend. En zie, na een paar jaar waren ze weer terug. De kracht waar het in Afghanistan om gaat, bleek niet de tijdelijke militaire overmacht van het Westen te zijn, maar de vasthoudendheid, de heilige overtuiging en de onblusbare bereidheid van de Talibaan om bloed te vergieten.

Vanuit hun misschien inderdaad benarde positie zullen zij uit de toespraak van Obama toch vooral één ding geconcludeerd hebben: dit is het begin van het einde van de westerse troepen in hun land. Geen slecht uitgangspunt om de onderhandelingen over de toekomst van Afghanistan mee in te gaan.

Gelach zal niet geklonken hebben onder Afghaanse vrouwen die kans zagen de rede van Obama te volgen. En evenmin bij al die andere Afghanen die in 2001 en daarna hun hoop vestigden op de beloftes van Amerika en zijn bondgenoten. Hoe moet het straks verder met hen? Hoe laat het Westen Afghanistan straks achter? Dat is de grote vraag.

Obama wond er geen doekjes om. Het doel van de Amerikanen in Afghanistan is voortaan alleen nog: voorkomen dat Al-Qaeda & Co het land kunnen gebruiken als uitvalsbasis voor aanvallen op Amerika en zijn bondgenoten. Vergeet democratie, vrouwenrechten, economische ontwikkeling of goed bestuur. „We zullen niet proberen van Afghanistan een perfect oord te maken”, zei de Amerikaanse president. Het klonk hard, om niet te zeggen wreed. Want een perfect oord, dat heeft zelfs George W. Bush de Afghanen nooit voorgespiegeld. Van het straatarme, corrupte en in veel opzichten achterlijke Afghanistan is natuurlijk geen perfect oord te maken. Maar nu staat zelfs de beperkte vooruitgang op het spel die geboekt is sinds 2001.

Wat gebeurt er met de scholen die zijn opgericht, voor jongens én voor meisjes? Wat gebeurt er met de ziekenhuizen, met de Afghaanse media die zijn opgebloeid, met de contacten met het buitenland die zijn aangeknoopt, met de toegang van vrouwen tot het openbare leven?

Wat gebeurt er met de veiligheid in het land, als de Afghanen daarvoor helemaal afhankelijk worden van hun eigen leger en politie en van de families, stammen en warlords die zich over hen ontfermen? Wat gebeurt er, om dicht bij ons eigen stukje Afghanistan te blijven, met het opgebloeide stadje Tarin Kowt, in Uruzgan, waarvoor Nederlandse militairen zijn gesneuveld?

Dat is aan de Afghanen zelf, zegt het Westen nu. Dat klinkt hard, en dat is het ook. Maar de militaire operatie was hoe dan ook niet meer lang vol te houden – en het is goed dat daaruit nu de consequenties worden getrokken. Steeds meer Afghanen begonnen zich met reden af te vragen of de aanwezigheid van de militairen niet meer kwaad dan goed deed. Amerika en de NAVO hebben veel te laat ingezien dat hun doelen veel te ambitieus waren, de missie van een model van overmoed. Ook Obama’s strategie uit 2009 was dat – want het is wel een mooi idee om met extra troepen de Afghanen allereerst veiligheid te bieden, maar deskundigen zeiden altijd al dat daarvoor een veelvoud van het aantal militairen nodig was dat Amerika en zijn partners bereid waren in te zetten.

De tijd van mooie illusies voor Afghanistan is allang voorbij. Met beide benen op de grond zullen de Afghanen nu moeten zien wat er van hun dromen nog te redden valt.

Juurd eijsvoogel