Insecten als wonderoplossing voor voedseltekort in de wereld

Ze zitten bomvol eiwitten, zijn duurzaam en eenvoudig te kweken. Insecten kunnen een bijdrage leveren aan de oplossing van het voedseltekort in de wereld, menen deskundigen.

Krekellolly’s in diverse smaken. Sprinkhanen om in chocolade te dippen. En meelwormen voor een knapperige zandtaart. Voor de meeste mensen geen alledaagse kost. Maar voor George Gesman, die de insecten op zijn website aanbiedt, is het de normaalste zaak ter wereld. „Een uit de hand gelopen hobby”, zegt hij.

De ondernemer uit Alphen aan den Rijn, die een groothandel leidt in glazen bouwstenen, zag op de televisie hoe een man een oude, vermolmde boomstam uit elkaar trok en er een enorme larve uit te voorschijn haalde. Het beestje verdween vliegensvlug in zijn mond. „De man vond het overheerlijk. Dat fascineerde me.”

Gesman nam contact op met lokale insectenkwekers en zag een „zakelijke buitenkans”. Hij besloot de insecten zelf aan te bieden op het internet. „Als delicatesse voor recepties en bedrijfsfeestjes.”

Ruim een jaar later is hij nog altijd actief als leverancier van insectenlolly’s, meelwormen en sprinkhanen. De verkoop gaat prima, vindt hij, er komen bijna dagelijks aanvragen en bestellingen binnen. Maar rijk zal hij er niet van worden. De psychologische drempel voor het eten van insecten blijft hoog. „Als het tussen de oren van de Nederlanders niet gauw verandert, zullen insecten hier altijd een curiosum blijven”, zegt hij. „Dat betreur ik, want insecten zijn het voedsel van de toekomst.”

Dat vindt ook Arnold van Huis, tropisch entomoloog aan de Wageningen Universiteit, die al jaren entomofagie – het wetenschappelijke woord voor het eten van insecten – propageert. „Insecten zijn een rijke bron van eiwitten en daarom een uitstekend alternatief voor vlees en vis,” zegt hij.

Geleedpotigen zijn niet alleen zeer goed verteerbaar door mensen, zegt Van Huis, ze zijn ook lekker. „En het kweken van voedzame insecten is vele keren milieuefficiënter dan veeteelt.” Voor de productie van één kilo rundvlees is 10 kilo veevoer nodig, voor een kilo kippenvlees 4 kilo, terwijl voor voor een kilo rupsen 3 kilo voer volstaat.

Deze week waren de ministers van Landbouw van de G20 bijeen in Parijs. Ze praatten over een systeem dat de grote schommelingen in voedselprijzen kan temperen. Een van de meest voor de hand liggende oplossingen is om méér voedsel te produceren.

Maar meer voedsel wordt een moeilijke opdracht voor een wereldbevolking die tegen 2050 met een derde zal groeien tot 9 miljard mensen. Nu al neemt veeteelt 70 procent van het mondiale landbouwareaal in. Een westerling gebruikt circa tachtig kilo vlees per jaar. De stijgende welvaart in China heeft de vleesconsumptie van 20 naar 50 kilo opgeschroefd. Een verdubbeling van de vleesproductie is volgens experts onmogelijk, om de eenvoudige reden dat de wereld niet genoeg landbouwgrond heeft. Gangbaar geproduceerd vlees heeft ook een hoge milieubelasting door de uitstoot van broeikasgassen zoals CO2, N2O en methaan. Deze zijn samen verantwoordelijk voor 18 procent van alle broeikasgassen en omvangrijker dan de uitstoot door het verkeer. „Insecten eten kan een bijdrage leveren aan de oplossing van het voedseltekort in de wereld”, zegt Van Huis. De kweek ervan kan een veel efficiëntere bron van dierlijke eiwitten opleveren dan de ouderwetse veeteelt.

Bij de FAO, de landbouw- en voedselorganisatie van de Verenigde Naties, waarmee de afdeling entomologie van de Wageningen Universiteit nauw samenwerkt, zijn nu al ruim 1.700 verschillende insectensoorten in kaart gebracht die geschikt zijn voor menselijke consumptie.

„Eetbare insecten zouden veel meer aandacht moeten krijgen in het debat over de hoge voedselprijzen”, zegt FAO-medewerker Paul Vantomme. Tachtig procent van de wereldbevolking eet geregeld een portie insecten – zowel rauw als gekookt of gebakken. In Azië, Afrika en Midden- en Zuid-Amerika is het oppeuzelen van kevers, krekels, sprinkhanen en termieten een oude traditie. „Maar in het Westen is het eten van insecten nog steeds taboe”, zegt Vantomme. „Dat moet dringend veranderen.”

Naar de economische impact van het eten van insecten is nog weinig onderzoek gedaan. Uit een onderzoek van de FAO uit 2004 kwam aan het licht dat verkoop van rupsen in Centraal-Afrika tijdens het regenseizoen zo’n 14 dollar per kilo kan opleveren. „Voor de lokale boeren is dat is een niet te verwaarlozen inkomstenbron”, aldus Vantomme.

Experts zijn ervan overtuigd dat we tegen 2050 niet meer hetzelfde eetpatroon kunnen hebben als in 2011. Toch is er scepsis. „De psychologische afkeer in het Westen van het eten van insecten zit diep in de cultuur geworteld”, zegt Van Huis. „En er is vooralsnog weinig sprake van grootschalige projecten die toelaten om insecten op industriële schaal te kweken. Er zijn dus zowel economische als maatschappelijke drempels.”

In zuidelijk Afrika worden er elk jaar naar schatting tien miljard Mopana-rupsen geoogst op een gebied dat de helft zo groot is als dat van Nederland. Die activiteit levert de lokale economie een jaarlijkse omzet op van circa 85 miljoen dollar. „Dat is geen industriële teelt”, zegt Van Huis. „De oogst van die rupsen gebeurt in de vrije natuur.” Het seizoensgebonden karakter ervan zorgt ervoor dat de oogst en handel in deze insecten slechts voor een klein deel van het jaar een belangrijke bron van voedsel en inkomsten zijn.

Ook in Nederland botst de branche op zijn economische grenzen. Er zijn op dit ogenblik een vijftiental professionele kwekers in het land actief. „Het kweken van sprinkhanen is zeer arbeidsintensief”, meldt Ruud Meertens op de website van zijn kwekerij in Someren. „Sprinkhanen worden bij ons tot zes keer per dag met de hand gevoerd, en dat duurt telkens zo’n drie kwartier tot een uur.”

Dat is de reden waarom vele kwekers en ingewijden in de branche sprinkhanen vergelijken met kaviaar. Voor één kilo wordt algauw 60 euro betaald op de markt, terwijl een kilo meelwormen – die veel gemakkelijker te kweken zijn – ongeveer 12 euro kost.

Die kostprijs zou wel eens een hoge drempel kunnen worden voor de menselijke consumptie van insecten. Nu leveren Nederlandse insectenkwekers hun producten bijna uitsluitend aan gespecialiseerde groothandels en dierenwinkels. „Slechts 1 procent van onze omzet is bestemd voor menselijk gebruik”, zegt Wim Soetendaal van Starfood, een kwekerij uit Gelderland.

Om te kunnen concurreren met andere eiwitrijke producten zoals vlees en vis, zal de marktprijs voor insecten fors naar beneden moeten. Van Huis denkt niet dat dat op de korte termijn te gebeuren staat. Hij gelooft veel meer in de grootschalige verkoop van insecten voor de vee- en visvoederindustrie en in innovatieve kweekmethodes om dat mogelijk te maken.

Aan de Wageningen Universiteit worden momenteel drie kweken bestudeerd: meelwormen, krekels en soldatenvliegen. Er wordt nagekeken welke organische afvalstromen het best geschikt zijn om er die insectensoorten op te laten gedijen. „We zijn voor die proeven in nauw contact met Venik, het belangenplatform van Nederlandse insectenkwekers”, zegt Van Huis.

Het doel is om uit die insectenkweek duurzame eiwitten te halen die als alternatief kunnen dienen voor vismeel en andere dierlijke voedingsadditieven. In de buurt van Breda is sinds vorig jaar een commercieel opstartbedrijf actief, Protix Biosystems, dat gebruik maakt van die afvaltechniek en gefinancierd wordt door het Dutch Greentech Fund, een fonds waarin de TU Delft, Wageningen Universiteit en Rabobank participeren.

Het potentieel voor de consumptie van insecteneiwit is groot. Als alleen al tegen 2050 circa vijf procent van de mondiale eiwitbehoefte geleverd zou kunnen worden door insecten, dan zou dit de branche wereldwijd een omzet kunnen opleveren van 45 miljard euro.

Ook Marleen Vrij van het adviesbureau Zetadec is enthousiast. Ze ziet grote mogelijkheden voor de branche. „Maar dan moet de insectenkweek dringend opgeschaald worden. En dat is lastig omdat er nog geen markt is en veel wettelijke onduidelijkheid.”

Dat is de reden waarom grote spelers zoals Nutreco, producent van vis-en veevoer, voorlopig de kat uit de boom kijken. „Insectenvoer heeft zeker hun interesse”, zegt Marleen Vrij, „maar de sprong in het duister is nog te groot.”