Iedereen staat met rug tegen muur

Gaddafi raakt militair steeds verder in het nauw. Maar ook bij de NAVO-partners groeit de nervositeit. „Als dit niet lukt, kan de NAVO haar winkel wel sluiten.”

Zondag is het honderd dagen geleden dat de bombardementen op Libië begonnen, en het eind van de strijd is nog niet in zicht. „Het kan morgen met Gaddafi’s bewind gedaan zijn, het kan ook nog weken duren”, zei de secretaris-generaal van de NAVO begin deze maand. En zo staat het er nog steeds voor. Het bombarderen gaat door, maar op de grond verschuiven de frontlinies amper. Alleen neemt de tijdsdruk voor zowel Moammar Gaddafi als de NAVO nu snel toe.

Gaddafi moet aanzien hoe steeds meer van zijn militaire capaciteit door de luchtaanvallen wordt uitgeschakeld. „We staan met onze rug tegen de muur”, zei hij deze week. Het kazerneterrein waar hij en zijn familie wonen is al herhaaldelijk doelwit van bombardementen geweest.

Maar hoe langer het allemaal duurt, hoe groter ook de nervositeit binnen de NAVO wordt. Want van verschillende kanten groeit de druk om snel een beslissing te forceren, dat wil zeggen: het bewind van Gaddafi ten val te brengen – ook al is dat formeel niet het doel van de missie.

„Als de NAVO er niet in slaagt een derderangs militaire macht uit te schakelen”, zei de Amerikaanse senator John McCain deze week, „dan zal de NAVO haar winkel waarschijnlijk moeten sluiten.” Eerder deze maand had de Amerikaanse minister van Defensie de Europese bondgenoten al scherp de les gelezen, omdat ze na elf weken bombarderen al een tekort aan munitie hadden en er niet in slaagden voldoende doelen te selecteren voor hun bombardementen.

De operatie begon op 19 maart, toen troepen van Gaddafi oprukten naar de stad Benghazi. Gevreesd werd dat de Gaddafi-getrouwen een bloedbad zouden aanrichten in het bolwerk van de opstandelingen. De Veiligheidsraad van de VN had een resolutie aangenomen die toestemming gaf „alle noodzakelijke maatregelen” te nemen „om burgers te beschermen”. Op grond daarvan begonnen de VS, Frankrijk en het Verenigde Koninkrijk tanks, troepen en militaire installaties van Gaddafi te bestoken. Op 31 maart nam de NAVO de leiding op zich, en schakelden de VS over op een bescheidener rol.

De rebellen blijken niet in staat om op eigen kracht verder naar Tripoli op te rukken, en geen van de NAVO-landen wil grondtroepen sturen om ze te helpen. Aanvankelijk hadden de opstandelingen hoog opgegeven van hun kansen om Gaddafi ten val te brengen, in de hoop de westerse landen zo over te halen tot enige vorm van interventie, al was het maar een vliegverbod. Dinsdag was het honderd dagen geleden dat het plaatsvervangend hoofd van de Nationale Overgangsraad van de rebellen in de Wall Street Journal verklaarde: „Wij kunnen heel Libië onder onze controle krijgen, als er maar een nofly-zone wordt ingesteld.”

Inmiddels zijn er behalve zo’n vliegverbod en een wapenembargo al meer dan 2.000 militaire doelen door de NAVO getroffen. In hoeverre dat het regime van Gaddafi echt ondergraven heeft, lijkt zelfs de NAVO niet goed te weten. Niets wijst erop dat hij in het westen van het land, dat hij vrijwel geheel onder controle heeft, zijn greep op de bevolking verliest.

Maar zeker is dat de rebellen, die het oosten onder controle hebben en ook de westelijke havenstad Misrata, ondanks al die hulp niet in staat zijn de militaire macht van Gaddafi op de grond te breken. Gaddafi zei deze week nog eens dat hij er niet over piekert de strijd op te geven. Maandag maakt het Internationale Strafhof in Den Haag bekend of het ingaat op het verzoek van aanklager Luis Moreno Ocampo om een arrestatiebevel tegen Gaddafi uit te vaardigen, wegens misdaden tegen de menselijkheid bij het neerslaan van de opstand.

Voor de Franse president Sarkozy en de Britse premier Cameron, die dit voorjaar het initiatief voor de operatie namen en er nu de grootste bijdrage aan leveren, moet de oorlog niet nog maanden gaan duren. Sarkozy heeft een succes hard nodig voor de campagne voor de presidentsverkiezingen, die na de zomer begint. Cameron, die zwaar bezuinigt op defensie, heeft te maken met hoge militairen die klagen dat de krijgsmacht onvoldoende is toegerust voor de twee oorlogen in Afghanistan en Libië.

Tegen die achtergrond stoort het Parijs en Londen des te meer dat slechts een achttal bondgenoten mee doet aan de bombardementen, en dat sommige NAVO-landen zelfs op geen enkele manier militair betrokken zijn.

De Amerikaanse regering heeft zich ondertussen de woede op de hals gehaald van leden van het Congres. Zij verwijten president Obama dat hij niet binnen zestig dagen na het begin van het conflict met hen heeft overlegd, zoals de War Powers Resolution uit 1973 voorschrijft. De tegenwerping van het Witte Huis dat wat de VS in Libië doen niet onder de term vijandelijkheden valt, maakte de boosheid in het Congres alleen maar groter.