Het beest in de bank

De Griekse crisis lijkt weer even bezworen, al is het maar tot aanstaande dinsdag. Het is afwachten of het parlement in Athene zich dan in meerderheid schaart achter de hernieuwde bezuinigingsplannen van de socialistische regering-Papandreou. In dat geval is er even rust tot de volgende tranche van financiële hulp door de EU en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) wordt uitgekeerd.

Maar mocht Griekenland dan weer achterop zijn geraakt op het schema, dan begint de thriller opnieuw. De banksector is inmiddels voorzichtig in gesprek over een vrijwillige bijdrage aan een volgend groot hulppakket dat Griekenland tot 2014 moet veiligstellen. Die bankbijdrage moet dusdanig vrijwillig zijn dat deze op de financiële markten geen keten van gebeurtenissen veroorzaakt waarvan de consequenties onbekend zijn en die juist daarom zeer wordt gevreesd.

Want mocht de herstructurering van Griekse schuld toch worden getypeerd als een zogenoemde credit event of een rating event, dan is het beest op de financiële markt los. Dan moeten de instellingen waarbij op de Griekse staatsschuld zogeheten credit default swaps zijn afgesloten, voor 79 miljard euro uitkeren. Hoewel veel van deze contracten tegen elkaar mogen worden weggestreept, blijft er dan nog steeds een netto uit te keren bedrag van vijf miljard euro over. En het is niet uitgesloten dat uiteindelijk toch een handvol banken of financiële instellingen voor veel grotere bedragen het schip in gaat. Want dat was de les van de kredietcrisis in 2008, toen alle risico’s netto prima gespreid leken, maar toch samenkwamen bij de Amerikaanse verzekeraar AIG.

Hetzelfde geldt voor een rating event, waarbij Griekenland door de kredietbeoordelaars als wanbetaler wordt gedefinieerd. In dat geval vallen staatsleningen die door (Griekse) banken bij de Europese Centrale Bank zijn ondergebracht in ruil voor voor geld weg als geldig onderpand. Niet alleen de centrale bank zelf, maar ook de banken zouden daardoor fatale schade lijden. Maar hoeveel en hoe? Het is onbekend.

Juist het feit dat niemand het weet, is angstaanjagend. Het web dat is gespannen om de financiële markten en tussen banken onderling, is onontwarbaar geworden door alle innovaties, internationalisering en enorme schaalvergroting. Dat wisten we al, door schade en schande, sinds de kredietcrisis. Europa heeft daar nog steeds last van bij het bereiken van een oplossing voor Griekenland. Niet alleen is de banksector nog altijd beschadigd, er is in de tussentijd ook veel te weinig gebeurd om de financiële sector werkelijk aan banden te leggen. Credit default swaps onder de toonbank vandaan halen en verplicht verhandelen op openbare beurzen? Schiet niet op. Scheiden van consumentenbanken en banken die risico’s nemen op financiële markten? Kansloos, zeker in Europa. Grotere kapitaalbuffers? Duurt nog jaren, als er al niet mee wordt geschipperd. En dan nog. Afgelopen decennia is een financiële sector ontstaan die in wezen een aantal malen te groot is voor de reële, productieve economie. Dat is er ook de oorzaak van dat financiële schokken zo hard doorwerken in de economie van alledag.

Dat die sector af en toe een doorbraak forceert waar de politiek voor terugschrikt, kan heilzaam zijn. Zie het Europese Monetaire Stelsel dat in 1992 terecht ontplofte. Ook het gebrek aan discipline van Griekenland en de structurele defecten in de architectuur van de muntunie zijn of worden op de financiële markten aan het licht gebracht.

Maar het kan niet zo zijn dat de sector dermate groot wordt dat zij de samenleving daadwerkelijk gijzelt. Men kan de banken nu dwingen om ‘vrijwillig’ deel te nemen aan de kosten van de redding van Griekenland. Beter is het om de financiële instellingen fundamenteel in een positie te brengen waar hun overleving geen chantagemiddel meer kan zijn. Of is daar straks een nog grotere kredietcrisis voor nodig?