Hebben we al die bankiers wel echt nodig?

Antropologen zijn klaar met kannibalen. Nu zijn ze begonnen met bankiers, merkt Johan Schaberg.

Ik dacht dat antropologie een uitstervend vak was. Alle oerwouden zijn doorvorst. Geen antropoloog hoopt dat hij nog ergens een geïsoleerd levende, primitieve stam tegenkomt waarvan hij de gebruiken en rituelen in kaart kan brengen.

Bovendien heb ik antropologie altijd gezien als een vorm van aapjes kijken. Het ging altijd over de bizarre gewoonten van andere volken. Tussen hen en ons stond toch altijd een soort glazen wand. Zij waren technisch en cultureel minder ontwikkeld. Dat bleek uit het gegeven dat nooit iemand bij hen vandaan kwam om ons te bestuderen. Wij keken, maar werden nooit bekeken. Wij waren de norm. Zij waren de afwijking.

Nu de antropologen klaar zijn met peniskokers, kannibalisme en andere schilderachtige gewoonten, komen ze ons, de westerse wereld bekijken. Joris Luyendijk, ooit Midden-Oosten correspondent voor deze krant, is naar de Londense City vertrokken om het gedrag van de daar levende mensensoort te observeren en te beschrijven – niet als journalist, maar als antropoloog. In het zaterdagkatern van deze krant stond vorige week een boeiend gesprek met de Belgische auteur en antropoloog Paul Jorion. Het ging over de bankencrisis en de nadagen van het kapitalisme. Beiden hebben de rol van de financiële sector in het primitieve stamverband van de westerse economie als voorwerp van studie. Plotseling zijn wij het die achter het glas zitten. Wij worden geobserveerd. Dat bezorgt ons het ongemakkelijke gevoel dat ons ‘normaal’ misschien niet zo normaal is als we dachten.

Antropologen bestuderen illusies en structuren die mensen niet zien, omdat ze er zelf in zitten, zegt Jorion. Dit doet me denken aan de kanarie die jarenlang bij ons in een kooi had gezeten. Op een goede dag was het deurtje open blijven staan. Hij was eruit gevlogen. Paniek ontstond, niet alleen bij de kinderen, maar vooral bij de kanarie. In zijn werkelijkheid zaten verticale spijlen. Die waren ineens weg. Hij werd pas weer rustig toen hij weer terug in zijn kooi zat.

Onze spijlen zijn de waarheden die we niet kunnen zien, omdat ze altijd al in ons beeld van de werkelijkheid zaten. Wij zitten in de kooi. We kunnen niet van buitenaf naar onszelf kijken, tenzij antropologen als Jorion en Luyendijk een spiegel naar buiten steken en aan ons voorhouden.

Dat kan bijvoorbeeld met de volgende parabel.

Er was eens een eiland in de Stille Zuidzee. De bevolking ervan leefde gelukkig en in vrede. Ze hadden een sjamaan. Die zorgde dat het in orde bleef met de kosmos en de godenwereld. Daartoe ging hij elke morgen in de vroegte naar het oostelijke strand, waar hij een rituele dans uitvoerde om de zon te laten opkomen. Zo ging het al honderden jaren. Het ging goed.

Een paar jonge eilandbewoners hadden gestudeerd op het vasteland. Bij terugkomst verklaarden ze dat het allemaal flauwekul was. De zon zou toch wel opkomen en ondergaan. Dat had niets te maken met het hocuspocusgedoe van de sjamaan. Die kon gerust worden afgeschaft.

De ouderen hoorden dat aan. Ze schudden hun hoofden van nee. De gedachte dat de zon misschien wel vanzelf zou opkomen, hadden ze zelf ook wel eens gehad, maar je kon nooit weten. De kans dat ze ongelijk hadden, was klein, maar het risico was te groot. Dan zou het donker blijven. Bovendien, de sjamaan was best een aardige vent. Voor praktisch werk was hij toch niet geschikt. De eilandbewoners konden hem met gemak onderhouden. Hij deed geen kwaad en misschien nog wel wat goed ook. Zo bleef alles bij het oude.

Zijn banken en bankiers de sjamanen van onze tijd? Ooit bezorgden zij ons krediet en koopkracht. Toen werkten zij nog voor de gemeenschap.

Die pretentie hebben bankiers al jaren geleden opgegeven. Zij zijn uit op maximale opbrengst. De gemeenschap is hun wingewest. Aardig vinden we ze allang niet meer. Goedkoop om te onderhouden zijn ze evenmin. Nog steeds zijn we bang dat ze op een magische manier onmisbaar zijn. Too big to fail en „systeemrisico”, dreigen zij.

Achter de spijlen van onze kanariekooi zijn wij gedoemd om het te geloven. De wereld zal instorten als zij hun ondoorgrondelijke praktijken staken. Echt ingrijpen durven we niet. Wie weet wat voor onheil een ontstemde sjamaan kan aanrichten.

Misschien zijn het niet de feiten die ons beklemmen, maar onze denkbeelden over de feiten. Antropologen zullen weliswaar niet erin slagen om ons de ongekleurde werkelijkheid te tonen, maar een verwonderde of geamuseerde rapportage over onze eigenaardige gewoonten en ideeën kan ons afhelpen van al te domme illusies.

Echte sjamanen mogen blijven. Bedriegers krijgen ontslag.

Johan Schaberg is ondernemer, adviseur en medewerker van NRC Handelsblad.