‘Elf doden bij aanval noordelijke militie in Zuid-Soedan’

De Soedanese president Omar al-Bashir, die internationaal gezocht wordt voor genocide, liet zich dinsdag toejuichen in de plaats Port Sudan. Foto Reuters

Bij een aanval van een aan de Noord-Soedanese regering gelieerde militie op een zuid-Soedanese plaats zijn vandaag elf mensen doden gevallen. Onder de doden zouden acht militieleden en drie soldaten van het Zuid-Soedanese leger zijn.

De plaats Turalei, waar de aanval volgens een lokale regeringsfunctionaris plaatshad, is de laatste weken een toevluchtsoord geworden voor duizenden vluchtelingen die de bevochten regio Abyei hebben verlaten. In en rondom Abyei wordt al weken gevochten tussen troepen van het Noord-Soedanese en Zuid-Soedanese leger. De strijd gaat onder meer over olievelden in de regio, die beide partijen claimen nu Zuid-Soedan op 9 juli een onafhankelijk land wordt.

De Verenigde Staten willen dat een Ethiopische VN-vredesmacht naar Abyei wordt gestuurd. Dat blijkt uit een ontwerpresolutie die de VS donderdag voorlegden aan de VN-Veiligheidsraad. Een 4.200 man sterke vredesmacht zou een einde aan de gevechten moeten maken. De Amerikaanse ambassadeur bij de VN, Susan Rice, zei dat de ontwerpresolutie bedoeld is om een overeenkomst te steunen die maandag werd gesloten in de hoofdstad Khartoum met als doel om omstreden grensgebieden te demilitariseren.

De president van Noord-Soedan, Omar al-Bashir, is aangeklaagd voor genocide in de westelijke regio Darfur door het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag. Waarnemers vrezen dat een nieuwe oorlog aanstaande is. Duizenden leden van de zwarte Nuba-bevolking zijn de bergen ingevlucht.