Deze kunst zien onze Kamerleden graag

Maandag praat de Tweede Kamer over kunstbezuinigingen. Wat hebben de parlementariërs zelf met de kunsten? The King’s Speech en Tolstoj zijn favoriet.

Wie zei dat Kamerleden geen respect voor de kunsten hebben? Dat politici cultuurbarbaren zijn? Dat ze juichend instemmen met de bezuinigingen zoals het kabinet deze voorstelt of in ieder geval te weinig reuring maken om ze tegen te houden?

Niets daarvan. Uit een rondgang blijkt dat ze musea in binnen- en buitenland bezoeken, van Amstelveen tot Oranjewoud, van Bonn tot New York. Ze kijken in de bioscoop The King’s Speech, in het filmhuis Biutiful, op dvd The diving bell and the butterfly (drie keer een film over een gemankeerde man). En ze lezen Freedom van de Amerikaan Jonathan Franzen, Congo van David Van Reybrouck en „ik heb weer een aantal toneelstukken van Shakespeare gelezen die ik nog niet kende”. Dat laatste komt van Boris van der Ham, D66, zelf geschoold acteur.

Om het rijtje af te maken: Manja Smits (SP) was afgelopen jaar het meest onder de indruk van Tolstojs Anna Karenina.

Pretentieus allemaal? Niet noodzakelijkerwijs. Toegankelijkheid is namelijk ook voor de parlementariërs geen vies woord. Want ze zeggen net zo makkelijk „dat ik voornamelijk detectives/thrillers lees” (Attje Kuiken, PvdA), ze komen met de filmversie van Gooische Vrouwen (Nine Kooiman, SP), ze luisteren naar de band Muse (Bart de Liefde, VVD) of ze noemen een Bollywoodfilm over twee gangsters: Once upon a time in Mumbaai. En wat is het favoriete werk van ChristenUnie-Kamerlid Esmé Wiegman? De religieus getinte kinderboeken De kronieken van Narnia.

NRC Handelsblad vroeg alle Kamerleden naar hun kunstconsumptie. Van hen bezochten 38 de website waarop we achttien vragen stelden – met name de oppositiepartijen PvdA en SP zijn relatief goed vertegenwoordigd. Ook GroenLinks, D66, de ChristenUnie en kabinetsvriend SGP deden mee, evenals regeringspartijen CDA en VVD. Al valt bij die coalitiepartijen op dat de Kamerleden vooral de vragen lazen – dat is te zien – maar geen antwoorden gaven. Drie PVV’ers toonden op de site interesse in de vragen; ze vulden echter niets in.

Muziekscholen

Er waren ook vragen die verder gingen dan de eigen cultuurbeleving. Vindt u de door het kabinet voorgestelde bezuinigingen terecht? Hoeveel moet elke Nederlander volgens u bijdragen aan kunst en cultuur? En zou de overheid naast financiële ondersteuning meer moeten doen?

De politiek getinte antwoorden volgen veelal de fractielijn. De oppositie is tegen, de kabinetspartijen zijn voor, de SGP vulde niets in. Eén uitzondering is er wel. Het pas geïnstalleerde Kamerlid Myrthe Hilkens, bekend geworden als auteur van het boek McSex over ‘pornoficatie’ van de maatschappij, schept als enige ruimte voor onderhandelingen. Waar haar sociaal-democratische fractiegenoten de bezuinigingen op de kunst „niet”, „niet” of zelfs „absoluut niet” steunen, zegt Hilkens „nog niet” en zelfs „misschien”.

Er is maar één vraag waarover alle Kamerleden die reageerden het eens zijn. Vindt u dat de overheid de taak heeft kunst en cultuur financieel te ondersteunen? Ja, ja, ja, niemand zegt nee. Is dat voldoende? Moet de overheid ook op andere wijze steun verlenen? Daar beginnen de meningen al uiteen te lopen: achttien zeggen er ‘ja’, zes ‘nee’. Onder hen zijn er vier van de PvdA, één van de SP, één van het CDA.

De Kamerleden komen met uiteenlopende voorstellen. In overheidsgebouwen moet „ruimte vrijgemaakt worden voor kunst” (Hilkens, PvdA), muziekscholen moeten meer ondersteund worden (Smits, SP) en „de overheid zou de ontwikkeling van de creatieve industrie moeten stimuleren door middel van garantstellingen bij investeringen” (Arjan El Fassed, GroenLinks). Gevraagd naar de hulp die de Staat kan bieden, komt SP’er Farshad Bashir met een extra ingreep: „Bezuinig nou eens op de bureaucratie: dat zijn de zakkenvullers in de kunstsector .”

De parlementariërs blijken überhaupt niet terug te deinzen voor stevige taal of het gebruik van uitroeptekens. „Dom beleid”, noemt een SP’er de kabinetsvoorstellen. „Een rijk land als Nederland is heel dom bezig zijn culturele erfgoed en culturele toekomst om zeep te helpen” (GroenLinks). Een PvdA’er stoort zich vooral aan de wijze van presenteren van de plannen: „Dit kabinet hakt de kunstsector, ook nog glimmend van trots, in mootjes.” En waarom? „Vanuit de oprechte overtuiging dat kunst iets voor viezige, links elitaire enzovoort is en daarom door Henk en Ingrid niet gemist zal worden?”

Maar laten we nu de hand in eigen boezem steken. Zou u als privépersoon buiten de belastingen om bijdragen aan de kunstsector, zoals in andere landen gebruikelijker is en dit kabinet propageert? Ja, zeggen achttien parlementariërs. (Vier zeggen ‘nee’, de rest zegt niets.) En doet u dat nu al? Tien doen het al, elf nog niet. Ze doen dat door „kaartjes te kopen bij instellingen die niet financieel ondersteund worden”, „ik schenk veel vrije tijd” – een PvdA-antwoord dat niet uitgewerkt wordt – of „ik heb thuis schilderijen hangen van relatief onbekende kunstenaars”.

Gitaar en saxofoon

Nog concreter. Hoeveel zou u jaarlijks aan kunst en cultuur willen schenken als de overheid zich verder terugtrekt? De kampioen geven heet Lutz Jacobi (PvdA): „Ongeveer 1.000 euro per jaar.” Boris van der Ham (D66) komt op „enkele honderden euro’s per jaar”, Tanja Jadnanansing (PvdA) heeft 25 euro per maand over voor de kunsten. Maarten Haverkamp (CDA) wil geen bedrag noemen. Wel zegt hij te willen bijdragen door het kopen van „kaartjes die duurder zouden zijn als er wel subsidie was geweest”.

Het kabinet wil 200 miljoen bezuinigen op de kunsten, daar praat de Kamer maandag over. Voor sommige volksvertegenwoordigers is dat meer dan een abstracte sanering. Ze voelen zichzelf dicht bij de kunstsector staan, of ze nu van de SP, D66 of CDA zijn. Vier van hen spelen gitaar, twee saxofoon, twee zingen. Een van hen trok – „vroeger” – stad en land af om in kleine zaaltjes hiphopfeesten te bezoeken. Nu wil ze naar de opera in Verona. De volksvertegenwoordigers schilderen, doen aan flamencodansen, beeldhouwen, bezoeken een fototentoonstelling in Breda, het Rijksmuseum Twenthe of Het Dolhuis in Haarlem. Meer nog dan dat er bezuinigd moet worden lijkt het daarom „de rancune” te zijn die steekt. „Dit is de love baby van de PVV.” En dat doet pijn.

Laatste vraag. Hoeveel subsidie zou gewenst zijn per burger per jaar? Tien euro per persoon wordt genoemd, 100 euro, 200 euro, een niet nader uitgewerkte 1 procent van de begroting, 1 procent van het bruto binnenlands product of „genoeg om kinderen en arme gezinnen te laten genieten van kunst en cultuur”. Geen idee, zeggen andere Kamerleden. „Daar gaat het ook niet om.” Wat een onzinnige vraag, concludeert Hans Spekman (PvdA). „Ik hou niet van de onvergelijkbare toverexercities die met zo’n bedrag worden gemaakt.” Die zult u tijdens het debat dus ook niet horen.