Deluxe

Reiziger van beroep Ivo Weyel zoekt een hotel in Florida.

The Breakers was geen optie. Dit chique hotel in Palm Beach verplicht het dragen van een jasje na vijf uur in de lobby, en ik was met vakantie (zonder jasje in de koffer), dus moest ik dan stiekem via de achterdeur het hotel uit sluipen om ’s avonds een hapje te gaan eten?

Wat is dat toch met Amerikaanse horeca boven een bepaald prijsniveau? Waarom lijdt die aan een minderwaardigheidscomplex ten opzichte van Europa, en Frankrijk in het bijzonder? In The Breakers heet het zwembad Le Swimming Pool en het restaurant l’Escalier. En waarom zijn ze vromer dan de paus en hanteren ze zogenoemde Old European Style etiquette die bij ons al lang is uitgestorven? Sterker: in het onlangs geopende exclusieve Soho House in Berlijn bijvoorbeeld zijn dassen verboden. Die moet je bij het entree afdoen, terwijl ik nog niet zo lang geleden in Dallas, in restaurant The French Room, met mijn mouwen in de soep hing omdat het geleende jasje drie maten te groot was. Alsof dat zo chic is.

Enfin. Tijdens de zoektocht naar een slaapplaats reed ik langs Pistache, Escargot, Café l’Europe, Paris Bakery, Le Bourbon, Boulod, allemaal restaurants met de Franse slag. Uiteindelijk kwam ik bij een klein hotelletje dat er wel pluis uitzag. Bij binnenkomst sloeg Europa toch weer toe. English Afternoon Tea was linksaf, stond op een elegant bordje, en op de ingelijste prijskaart van de kamers sloeg het hotel zich op de borst wegens hun Old European Charm, met elegant French meubilair en Deluxe kamers.

Deluxe? Heren, dames Amerikanen, het woord deluxe (ze spreken het uit als duhlaks) bestaat niet. Ook niet in het Frans. Bij dit soort tenten moet ik altijd aan Hyacinth denken, uit de televisieserie Keeping Up Appearances die haar naam als Bouquet uitspreekt, maar Bucket heet. De lobby zat vol met dames met duur haar en „voices full of money” zoals Scott Fitzgerald dat zo mooi beschrijft in The Great Gatsby, dus ik dacht jullie kunnen het krijgen ook met jullie snobisme, dus vroeg ik met Frans accent om een kamer. Kreeg ik nog korting ook. De maître d’hôtel (stond op zijn revers) zei wel dat het kwam door mijn late check-intijdstip, maar volgens mij kwam het door mijn trucje. Hij zei dat hij vaak in Parijs komt („Ach, hoe toevallig, ik kom uit Parijs”, loog ik) en toen ik mijn paspoort overhandigde (Nationaliteit: Nederlandse, plaats van geboorte: Amsterdam) en hij de nodige formulieren invulde, viel ik nog niet door de mand (weten die Amerikanen veel waar Frankrijk ligt), maar zei hij dat ik me gelukkig mag prijzen, want „Paris is such a beau cité.”

„Chambre douze”, zei hij.

Terwijl ik kamer veertien had.