De stilte rond Fukushima

Ze maken zich geen zorgen, de mensen aan de rand van de verboden zone van Japan. Zeggen ze. Verslag van een reis door een bijna verlaten gebied.

Verlaten wegen, doodse dorpen, nergens meer een spelend kind te bekennen. Alleen het geluid van Japanse nachtegalen en van kabbelende riviertjes is nog te horen. Af en toe komt er een zwart-witte politiewagen voorbij – altijd met sirene en zwaailichten.

NRC-correspondent Kjeld Duits reisde vier dagen langs de grens van de verboden zone rond de kerncentrale in Fukushima. Die kwam op 14 maart tot ontploffing, na de aardbeving en de tsunami waardoor het noordoosten van Japan in een rampgebied veranderde.

De bewoners zijn geëvacueerd, maar niet iedereen is weggetrokken. Keiho Enomoto, een eenenveertigjarige caissière, was de eerste dagen na de explosie wel bang, maar nu niet meer. „Vreemd genoeg raak je eraan gewend.” En ze is toch ongetrouwd, zegt ze. Yuko Sugimoto, een zesenvijftigjarige campinghoudster, is net begonnen aan een opleiding tot heftruck- en graafmachinechauffeur. Niemand komt meer bij haar kamperen en met haar diploma hoopt ze straks nieuw werk te vinden – in de bouw. Het is de enige sector in de wijde omtrek waar nog groei in zit.

In een openbaar heetwaterbad in de plaats Yumoto zit een groep mannen die overdag de koeling in de kerncentrale weer onder controle proberen te krijgen en de schade repareren. Ze wonen elders in Japan, en zeggen dat ze zich geen zorgen maken. Maar aan hun vrouwen en kinderen thuis vertellen ze liever niet waar ze precies aan het werk zijn.

De verboden zone: pagina 18-21