De andere Ivantsjoek

In 1990 sprongen twee grote schaaktalenten uit de knoppen. In januari van dat jaar werd Sergey Karjakin geboren, in Oekraïne, en in november Magnus Carlsen in Noorwegen. Karjakin werd grootmeester toen hij twaalf was, een record dat nog steeds op zijn naam staat. Carlsen was iets trager in zijn ontwikkeling; hij was dertien toen hij grootmeester werd.

In de jaren daarna bleef Karjakin in de schaduw van Carlsen, die op de ratinglijst nummer een van de wereld werd en steeds in het nieuws was, ook door zijn samenwerking met Kasparov en door zijn optreden als model voor een kledinglijn. Maar in relatieve stilte maakte ook Karjakin grote voorderingen.

Deze week wonnen ze samen het sterke toernooi in het Roemeense stadje Medias. Carlsen werd officieel winnaar op grond van het Sonneborn-Berger systeem, dat punten die tegen hoog geëindigde spelers zijn gemaakt zwaarder laat wegen dan punten tegen lagere spelers.

Carlsen en Karjakin hadden beiden gewonnen van de Roemeen Nisipeanu. Verder had Carlsen gewonnen van Nakamura en Ivantsjoek, en Karjakin had twee keer gewonnen van Ivantsjoek.

Meestal zou een overwinning op Ivantsjoek zwaarder tellen dan een op Nakamura, maar in Medias was het anders. Boris Gelfand, volgend jaar uitdager van Anand, zei laatst in een interview: „Wie denk je dat sterker speelt, Carlsen of Ivantsjoek als hij goed in vorm is? Ik denk Ivantsjoek.”

Het is algemeen bekend dat er twee geheel verschillende Ivantsjoeks zijn, de Ivantsjoek in vorm en de andere. In Medias zagen we vooral de andere, en wel heel dramatisch zagen we dat in zijn tweede partij tegen Karjakin. Die duurde 22 zetten en Ivantsjoek dacht er maar 17 minuten over na, alsof hij het overduidelijk wilde maken dat zijn pet niet naar schaken stond.

Ik geef het partijtje hier zonder commentaar. Als ik commentaar moest geven, zou het zijn in de trant van het krantenbericht waarover de grote schaakjournalist Evert Straat eens schreef; over een boer in Sleeswijk-Holstein die eerst zijn koeien, zijn varkens en zijn paard had doodgeschoten, daarna zijn vrouw en kinderen, en tenslotte zichzelf. Van kwaad tot erger, had een nuchtere koppenmaker boven dat bericht gezet.

Sergey Karjakin - Vasili Ivanchuk, Medias 2011

1. e4 d6 2. d4 Pf6 3. Pc3 g6 4. f4 Lg7 5. Pf3 0-0 6. Ld3 Pa6 7. 0-0 c5 8. d5 Pc7 9. a4 b6 10. De1 e6 11. dxe6 fxe6 12. e5 Pfd5 13. Pe4 dxe5 14. fxe5 Lb7 15. Lg5 Dd7 16. Dh4 Pb4 17. Tad1 Dc6 18. Pf6+ Lxf6 19. Lxg6 hxg6 20. Lxf6 Txf6 21. exf6 Tf8 22. Dg5 Zwart gaf op.

Na het toernooi in Medias heeft Carlsen Anand weer afgewisseld als eerste op de ratinglijst en Karkakin is nu vierde. Hij is Kramnik voorbijgegaan, en doordat hij zijn Oekraïense schaaknationaliteit heeft ingewisseld voor de Russische, is hij nu de beste schaker in Rusland. Ooit zullen hij en Carlsen om het wereldkampioenschap spelen, denkt iedereen, maar het kan verkeren, want onze Anish Giri is er ook nog.

In zijn jeugd was Carlsen een onstuimig aanvaller. Aanvallen kan hij natuurlijk nog steeds, maar de laatste jaren heeft hij zich steeds meer ontwikkeld tot een subtiel technicus.

Magnus Carlsen - Liviu Nisipeanu, Medias 2011

1. d4 d5 2. c4 dxc4 3. e3 Pf6 4. Lxc4 e6 5. Pf3 c5 6. 0-0 a6 7. dxc5 Lxc5 8. Dxd8+ Kxd8 9. Le2 Ke7 10. Pbd2 De gestroomlijnde Carlsen, efficiënt en solide. Wit heeft een klein eindspelvoordeel dat in de loop van de partij steeds concreter zal worden. 10...Ld7 11. Pb3 Ld6 Misschien is dit al een onnauwkeurigheid. 12. Pa5 Een sterke zet. 12...Ta7 13. Pc4 Lb5 14. b3 Td8 15. Lb2 Lxc4 16. Lxc4 Wit heeft het loperpaar veroverd, een goede basis voor de toekomst. 16...Pc6 17. Tfd1 Taa8 18. h3 g6 19. g4 h6 20. Lf1 Tac8 21. Tac1 Pd5 22. h4 Ke8 Hier had zwart terug kunnen vechten met 22...Pcb4 met de bedoeling 23. Txc8 (23. e4 is scherper, maar na 23...Txc1 24. Txc1 Pxa2 niet duidelijk) Txc8 24. a3 Pa2. Dat zou er een beetje vreemd uitzien, maar misschien nog net speelbaar zijn voor zwart. 23. g5 hxg5 Hierna zijn zwarts problemen waarschijnlijk onoplosbaar. Hij had de h-lijn moeten sluiten met 23...h5, al houdt wit dan met 24. a3 voordeel. 24. hxg5 Le7 25. Kg2 Pb6 26. Ld3 Een pionoffer. Zwart heeft niet beter dan het aan te nemen. 26...Pb4 27. Le4 Pxa2 28. Txd8+ Kxd8 29. Th1 Pd5 30. Pe5 f5 31. Lxd5

Zwart gaf op. Dat is wel erg vroeg, maar verloren is hij zeker na 31...exd5 32. Th8+ Kc7 33. Th7 Kd8. Wit kan dan met 34. Pxg6 Lxg5 35. Th5 Lxe3 36. Th8+ een stuk winnen voor twee pionnen, maar rustig 34. Ld4 is nog sterker.