CPB: klein verlies voor wie toch op 65ste stopt met werken

FNV Bondgenoten schetst een onrealistisch beeld over de koopkrachteffecten van het nieuwe pensioenakkoord voor AOW’ers die eerder stoppen met werken. Dat stelt het Centraal Planbureau (CPB) in een studie naar de gevolgen van dit op 10 juni gesloten akkoord.

FNV Bondgenoten, een tegenstander van het door vakcentrale FNV gesloten akkoord, kwam eerder deze week met berekeningen die lieten zien dat eerder stoppen met werken in het eerste jaar 15 tot 25 procent aan koopkracht kost. Het gaat dan om mensen die in 2020, wanneer de AOW-leeftijd naar 66 jaar verschuift, toch op 65-jarige leeftijd willen stoppen met werken.

Volgens het CPB heeft een 65-jarige die in 2020 stopt met werken altijd een aanvullend pensioen. „En om het inkomensgat op te vullen kan dat naar voren worden gehaald.” Mensen met een uitkering zullen dan die uitkering tot hun 66ste krijgen. „Het gaat hier niet om de mensen voor wie Bondgenoten zegt op te komen”, zegt een woordvoerder van het CPB. „Zelfs als je het minimumloon verdient, bouw je pensioen op.”

De berekeningen van Bondgenoten zorgden deze week voor commotie, omdat de vakcentrale FNV – die Bondgenoten bij de onderhandelingen vertegenwoordigt – ervoor wilde zorgen dat mensen die op hun 65ste willen stoppen, dat ook redelijk ongeschonden kunnen doen. CPB berekende dat zij netto 6 tot 7 procent inleveren ten opzichte van mensen die na 2020 tot hun 66ste werken.

Het CPB constateert verder dat het nieuwe pensioenakkoord risico’s bevat voor de jongere generaties, maar de omvang van die risico’s hangt af van de verdere invulling van het pensioenakkoord. „Door extra buffers in de pensioenregeling in te bouwen en door niet van een te hoog beleggingsrendement uit te gaan, kunnen die risico’s beperkt worden.”

Directe aanleiding voor het nieuwe pensioenakkoord zijn de slechte beleggingsresultaten van de pensioenfondsen en de toekomstige vergrijzing. In de nieuwe opzet worden de uitkeringen directer gekoppeld aan de beleggingsresultaten. FNV Bondgenoten, en ook PVV en SP, vinden de risico’s voor werknemers te groot worden. Werkgevers lopen volgens hen geen risico omdat hun pensioenpremies gemaximeerd zijn. Het CPB noemt het akkoord „een belangrijke stap naar een meer toekomstbestendig pensioenstelsel”.

Economie & Wetenschap: pagina 3