Bikkelharde bouwmagnaat met zaagsel in het haar

Hij studeerde nog en kon wel een zakcentje gebruiken. Het familiebedrijf bood uitkomst. Werk in overvloed. Zijn geboortestad Rotterdam moest opnieuw worden opgebouwd na de verwoestingen van de Tweede Wereldoorlog. Daan Dura ging als betonschepper aan de slag op de Lijnbaan, in 1953 opgeleverd als de eerste autovrije winkelstraat van Nederland. „De trots van ons bedrijf”, zo herinnerde hij zich later.

Aan een loopbaan binnen het bouwbedrijf kon de jonge hts-student niet ontkomen, alle mijmeringen over een boerenbestaan ten spijt. Dura behoorde tot de vierde generatie van de in 1855 opgerichte timmermanswinkel van aannemer Job Dura (1829-1908) op het schiereiland Katendrecht. Onder zijn leiding fuseerde het bedrijf met wegenbouwer Vermeer tot een van de grootste bouwbedrijven van Nederland, met een jaaromzet van 1,1 miljard euro. „Hij heeft bagger aan zijn schoenen en ik zaagsel in mijn haar”, liet hij zich destijds ontvallen. In 2003 trad ‘mijnheer Dura’ terug als president-commissaris van Dura Vermeer, nadat hij begin jaren tachtig de dagelijkse leiding had overgedragen. Zoon Job nam vorig najaar het voorzitterschap over van Dick van Well.

Die kreeg van Dura „als knulletje van begin dertig” de leiding over een grootscheepse reorganisatie, toen de bouwmarkt ‘op slot’ zat. Van Well leerde wijze lessen van „de als het moest bikkelharde” rasondernemer, die feilloos paste in het ‘rauwe Rotterdam’. „‘Ze hoeven je niet aardig te vinden, als ze maar respect voor je hebben’, dat was zijn motto”, zegt Van Well, nu president-commissaris van voetbalclub Feyenoord. „Hij hield niet van zwakte, hij zocht altijd de weerstand. Als hij één stap dichterbij kwam, deed ik er twee naar voren. Zo wilde hij het. ” En ja, af en toe sprak Dura met stemverheffing, erkent Van Well. „Hij kon de decibelknop aardig opendraaien.”

Vanaf de jaren zestig richtte Dura zich met zijn familiebedrijf op expansie in het buitenland, onder meer in Australië, Brazilië en Zuid-Afrika. Dat laatste land sloot hij in zijn hart, maar bracht hem in conflict met politici, die de bouwmagnaat verweten zaken te doen met het apartheidsregime. In 1984 deed Dura de Zuid-Afrikaanse vestiging noodgedwongen van de hand.

Behalve ondernemer was Dura paardenliefhebber. Vader Job was in 1947 een van de initiatiefnemers van het CHIO, het jaarlijkse paardensportgala in Rotterdam. „Een man van het grote gebaar die, in tegenstelling tot mijn eigen partij (PdvA, red.), toen al besefte dat Rotterdam een elite nodig heeft”, zegt oud-burgemeester Bram Peper.

Dura gaf het hippische evenement samen met boezemvriend en havenbaron Jacques Schoufour internationale allure, ook dankzij de vrijwillige inzet van werknemers van het bouwbedrijf. Van Well: „Dura wilde wat terugdoen voor de stad die het bedrijf zoveel opdrachten had bezorgd. Daarnaast leverde het CHIO hem nieuwe opdrachten op. Daan kon heel goed netwerken.” Dura overleed op 13 juni. Hij werd 78 jaar.

Mark Hoogstad