Afspraak is afspraak wat Hedwige betreft

Nederlands gestuntel

Het gestuntel rondom de Hedwigepolder is niet goed voor onze internationale positie. In het licht van de toenemende economische kracht van landen buiten Europa hebben wij geen andere keuze dan nauwere samenwerking met onze buurlanden. Dat betekent dat wij Antwerpen niet als concurrent moeten zien, maar als partner in het Noordwest-Europese havengebied dat zich uitstrekt van Zeebrugge tot Amsterdam. Het belang van de haven van Antwerpen is immers ook een Nederlands belang. Op korte termijn omdat de haven van Antwerpen directe economische activiteit en werkgelegenheid ook in Zuidwest-Nederland genereert. Op langere termijn omdat vijftig jaar Europese samenwerking heeft aangetoond dat wat goed is voor de economie van onze partners uiteindelijk ook goed is voor onze eigen economie.

Voor een werkelijk constructief partnerschap met Vlaanderen is het wel zaak dat Nederland betrouwbaar wordt gevonden. De eenzijdige wijze waarop uitvoering van het verdrag nu weer wordt opgeschort, maakt het lastiger om in de toekomst iets van Vlaanderen gedaan te krijgen. Ook staat het niet nakomen van verdragen haaks op de opdracht van artikel 90 van de Grondwet waarin de regering wordt opgedragen de internationale rechtsorde te bevorderen. En is het nu echt te veel gevraagd om de Vlaamse premier zelf te informeren over de draai die het kabinet heeft gemaakt, in plaats van het hem in de krant te laten lezen? Zo gaan we toch ook niet met onze buren in de straat om, waarom wel met onze buren aan de landsgrens?

Joost Dirkzwager

Zoetermeer

Internationale reputatie

In Den Haag wordt weleens gekscherend geroepen dat voor het kabinet-Rutte het buitenland uit slechts drie landen bestaat: Amerika, Israël en Griekenland. Je kunt er om lachen, maar in de zaak van het niet onder water zetten van de Zeeuwse Hedwigepolder lijkt er wel een kern van waarheid in te zitten. Uit het interview met de Vlaamse minister-president Peeters (NRC Handelsblad, 22 juni) blijkt immers dat hij op geen enkele wijze over de nieuwe plannen is geïnformeerd, laat staan dat ze met hem besproken zijn.

Nederland heeft een internationale reputatie op het gebied van het bevorderen en naleven van verdragen. En landen die echt problemen met de naleving van verdragen hebben, weten de weg naar het Haagse Vredespaleis te vinden. De gemeente Den Haag heeft zelfs de ambitie om de wereldhoofdstad van de rechtspraak te zijn. Dan is het op z’n minst merkwaardig te noemen dat de Nederlandse regering die in die stad zetelt het zelf niet zo nauw met verdragen neemt.

J. Tolsma

Leiden

Het verdrag is helder

Naar aanleiding van de publicatie over het Scheldeverdrag blijkt weer eens hoe gering het historisch besef bij politici is. De discussie haakt aan bij artikel 9 van het Scheidingsverdrag van 1839, waarin verbindingen van Antwerpen met de zee en de Rijn worden geregeld. Onder dit artikel valt ook de spoorverbinding met Duitsland, de IJzeren Rijn.

In tal van gevallen is de samenwerking tussen Nederland en België matig te noemen en vaak niet door dwarsliggen van onze zuiderburen. In de negentiende eeuw duurden de onderhandelingen over de spoorlijn ruim veertig jaar en werd er pas overeenstemming bereikt nadat Nederland eerst de aansluiting van het Rijnspoor (vanuit Utrecht) op het Duitse spoorwegnet had gerealiseerd. In de twintigste eeuw lag Nederland dwars met betrekking tot renovatie van de IJzeren Rijn en tijdens het overleg heeft Nederland de duurdere Betuwelijn aangelegd. Ook de HSL-zuid ligt ‘toevallig’ zó dat het traject over Nederlands grondgebied het kortst is en dus het goedkoopst voor Nederland.

Nu dan weer de Hedwigepolder. Het verdrag uit 2005 is helder over de afspraken. Het verdrag is getekend door de toenmalige VVD- staatssecretaris Schultz van Haegen. Roept niet onze huidige premier als hem dat uitkomt ‘afspraak is afspraak’?

Het lijkt mij verstandig als de regering ook in dezen voortvarendheid betoont en uitvoering geeft aan het Scheldeverdrag van 2005.

A.J.M. Overgaag

Warmond