Zet je radio, je laptop, je televisie niet aan

‘Bid ’s ochtends niet met open armen de krant”, schrijft de dichter Leonard Nolens in zijn nieuwe bundel Zeg aan de kinderen dat wij niet deugen. „Dompel je slaapkop niet in die stinkende poel/ Van leedvermaak om de nacht van je hersens te wassen./ Zet je radio, je laptop, je televisie niet aan,/ Maak van je ogen en oren geen ramptoerist.”

Het zijn regels die direct doel treffen als je Nederland bezig ziet via je televisie, je laptop en je krant – een debat tot midden in de nacht over ritueel slachten, waarbij iedereen volmaakt langs elkaar heen praat, of zelfs elkaar gaat voorhouden wat God wil (‘respect voor het dier’ zegt PVV-er Dion Graus, CDA’er Henk Jan Ormel vindt dat voor God de mens juist boven het dier gaat).

De uitslag van de realitysoap die het Wildersproces heette. (‘Wilders heeft weer vertrouwen in de rechters’. Fijn zo.) Gescheld op de Grieken, gekreun over de belastingbetaler die het allemaal moet opbrengen en intussen wist het NOS-journaal ook te melden dat het aantal miljonairs in de wereld flink is toegenomen, ook in Nederland: tien procent erbij. Dat zal de komende jaren nog wel meer worden. Miljonairs hebben de toekomst.

Er zijn zoveel dingen aan de hand dat je de krant soms wel dicht zou willen laten, alsof je Bolleke de Beer was die dacht dat andere dieren hem niet konden zien als hij hen niet zag en dus stevig zijn ogen sloot om zich onzichtbaar te maken. Net zo zou er veel minder aan de hand hoeven zijn als we ons er maar niet van op de hoogte stelden.

De dingen die echt aan de hand zijn, trekken minder aandacht dan dat onzinnige getouwtrek over ritueel slachten. Onzinnig omdat het weinig te maken heeft met een werkelijke inzet tegen dierenleed. Wie dat zou willen, zou niet beginnen met een kleine minderheid te beschuldigen van het veroorzaken van pijn, maar eens werkelijk wat gaan doen aan de wreedheden tijdens transporten en in slachterijen. Die hoefde niet over God te praten, die moest praten over het handhaven van de regels en over een bedrijfstak die misschien veel groter is geworden dan wenselijk.

De filmpjes die onlangs naar buiten kwamen over de toestanden in varkensstallen zijn afschuwelijk. Varkens die te dicht op elkaar zitten, op vloeren zonder stro, met niets anders te doen dan elkaars staarten eraf bijten, dode biggen, gewonde varkens. Er zullen vast ‘incidenten’ bij zijn, bij boeren die hun dieren over het algemeen wel redelijk goed behandelen. Maar het kan in die sector eigenlijk helemaal niet ‘goed’, omdat varkensvlees niets kost. We moeten ermee concurreren op de wereldmarkt, we moeten het exporteren en dus moeten de prijzen zeer laag zijn.

En ook op de binnenlandse markt zijn we eraan gewend geraakt dat vooral varkens- en kippenvlees niets kost. Gewoon stuitend weinig als je denkt dat er een heel dier voor geslacht is. En dan eten we ook nog eens de helft van zo’n dier niet op, want dat vlees lusten we niet, we lusten alleen karbonades en filets, zodat de niet door mensen gegeten delen voor nóg minder geld naar de diervoederindustrie gaan – wat als je niet uitkijkt, betekent dat ze gemalen worden voorgezet aan vegetarische dieren of aan soortgenoten, die daar weer akelige ziektes door ontwikkelen.

De boeren valt het nog niet eens heel kwalijk te nemen: als je bijna niets aan een varken verdient, moet je er heel veel hebben en daar niet te veel tijd en geld aan kwijt zijn, anders kan het niet uit. Bij vierduizend varkens maakt een paar centen meer of minder voor stro of voedsel veel verschil. Zo eenvoudig is het.

Maar daar wil je dan liever niet iemand van het CDA bij horen staan neuzelen over dat God de mens boven het dier gesteld heeft.

Voor varkens zou je iets kunnen doen zonder religieuze gevoelens te bruuskeren, want ze worden helemaal niet ritueel geslacht. Je zou het toezicht kunnen verbeteren, maar dat kost geld. Je zou de minimum welzijnseisen kunnen opschroeven, dan wordt het vlees vermoedelijk wat duurder. Je zou vervolgens importvlees dat niet van vertroetelde varkens komt, kunnen verbieden of tenminste afraden met een duidelijk sticker in de trant van: ‘dit vlees is op niet-diervriendelijke wijze geproduceerd’. Dan kon het vlees nog wat duurder worden. Er zijn heus wel mogelijkheden als je zo dolgraag iets aan dierenleed wilt doen.

Maar nee. Met z’n allen wekenlang gaan zitten emmeren over die paar ritueel geslachte schapen.

Niet dat dáár geen toezicht of zorg op zijn plaats is, het is alleen zo overduidelijk dat dat onderwerp nu juist niet de hoogste prioriteit heeft. Maar het discussieert lekker weg.

En dan hebben we het nog niet eens over de angstaanjagende ziektes die in de intensieve veehouderij ontstaan. Over gebrek aan geld voor onderzoek naar antibiotica. Grensoverschrijdende problemen en dus moeilijker aan te pakken, maar dat wil niet zeggen dat er niets te doen is.

Ach bah. Wat zit ik te preken en te tieren. ,,Ben jij dat die zichzelf zo plechtig toesprak?/ O dat solipsisme van een lyricus in proza.”