Ze zitten vaak snikkend aan tafel

Rieke Samson onderzocht kindermisbruik in tehuizen. Haar commissie kwam deze week met een tussenstand. „Verwoeste levens zijn het.”

Aan deze tafel, in een pand aan het Lange Voorhout in Den Haag, heeft Rieke Samson heel persoonlijke gesprekken gevoerd. Er zat hier een vrouw van tachtig, vertelt Samson, die het net aan haar zus had toevertrouwd. Dat ze seksueel was misbruikt in het kindertehuis, heel lang geleden. Nu kwam ze haar verhaal doen bij de commissie-Samson. Eindelijk kon ze het kwijt. Ze zei: nu begrijpt u misschien waarom ik nooit kinderen heb gewild.

Er zat een man van in de zeventig die vertelde dat hij nooit een normale seksuele relatie had kunnen aangaan. Dat hij op een gegeven moment troost wilde zoeken bij een kind, want dát kende hij. Maar dat hij het niet had gedaan, omdat hij wist hoe erg dat voor het kind zou zijn.

Rieke Samson (58) heeft als officier van justitie in het verleden veel zedenzaken behandeld. Ze was later verantwoordelijk voor zedenzaken en jeugd in het college van procureurs-generaal. „Ik wist wel dat seksueel misbruik ingrijpt in een leven.” Maar nu pas ziet ze hoe lang seksueel misbruik kan naijlen. Samson leidt de commissie die sinds een jaar seksueel misbruik van uit huis geplaatste kinderen onderzoekt.

„Verwoeste levens zijn het”, zegt Samson, een jaar nadat ze de opdracht van de regering kreeg. Met vijftig mensen voert de commissie persoonlijke gesprekken, vijftig van de vijfhonderd die zich het afgelopen jaar bij de commissie meldden. „Niemand van hen heeft een zorgeloos leven gehad. De meesten konden geen relatie vasthouden, geen baan, niets. Velen belandden in de WAO.”

De kinderen waren vogelvrij. Weggehaald bij hun ouders omdat die niet voor hen konden zorgen. En toen werden ze misbruikt door iemand die voor hen moest zorgen in het tehuis of het pleeggezin. Ze durven nu hun verhaal te vertellen, omdat ze door alle onthullingen over misbruik in de katholieke kerk begrijpen dat ze niet de enigen waren. Dat het niet aan hen lag. „Nog steeds vinden mensen het moeilijk om erover te praten. Ze voelen schaamte. Hebben lang gedacht dat het hun schuld was. Dat is ze aangepraat door de dader natuurlijk.”

Ongeveer driehonderd meldingen gingen over de jaren 1950 tot 1980, in kindertehuizen en internaten. Die zaken zijn allemaal verjaard. De rest ging over de periode na 1980, toen de overheid uit huis geplaatste kinderen steeds vaker bij pleeggezinnen onderbracht. Daar waren pleegvaders de dader.

Niet eens opvallend veel pleegvaders, onderstreept Samson – gemiddeld zeven per jaar. „Ik zeg steeds dat kinderen statistisch gezien meer risico op misbruik lopen bij hun eigen ouders.” Maar het schokkende van alle meldingen, zegt zij, is dat het misbruik lang duurde. Vaak jaren. En dat het om ernstige vergrijpen ging. Kinderen werden verkracht (44 procent) of er werd op een andere manier ‘binnengedrongen in het lichaam’ (nog eens 30 procent). ‘Slechts’ 13 procent werd ‘alleen’ betast.

Van de kinderen die alarm sloegen bij andere volwassenen, werd tweederde genegeerd. „In elk geval merkte het kind niet dat er iets met zijn klachten gebeurde. Men kon het niet geloven of wilde het niet geloven.” Als er al iets gebeurde, dan werd het kind overgeplaatst naar een ander tehuis. Niet de dader.

De 500, dat is geen absoluut aantal, zegt Samson. Sinds de persconferentie van woensdag staat de telefoon opeens weer roodgloeiend. Zo gaat het elke keer als er veel media-aandacht is. Er zullen ook mensen zijn die zich niet melden omdat ze er niet aan herinnerd willen worden. En mensen die niet meer leven.

Het ellendige voor deze kinderen was dat ze al een traumatische ervaring achter de rug hadden: ze waren weggehaald bij hun ouders. „Vaak hadden ze al geweld en vernedering meegemaakt.” Thuis of in het internaat. „Ze waren en zijn heel kwetsbaar. Ze hebben niemand leren vertrouwen.” Een van de dingen die Samson het diepst heeft geraakt tijdens de gesprekken, is de grote eenzaamheid die de slachtoffers ervoeren. Ze zitten vaak snikkend aan haar tafel omdat er eindelijk iemand is die het allemaal wil weten.

Schadeclaims verwacht Samson niet. „Mensen willen dat wij voorkomen dat het in de toekomst met andere kinderen gebeurt. En ze willen gehoord worden. Schadeclaims komen pas als mensen het idee hebben dat niemand naar ze heeft geluisterd.”

Het eindrapport van de commissie-Samson verschijnt over een jaar.