Waarom streven we naar méér?

Net als dieren heeft de mens een aangeboren behoefte om zijn vermogens te gebruiken. En door zijn sterke leervermogen doet een mens het liefst taken die hij aan kan, maar die toch ook een uitdaging zijn. De verslavende werking van computerspelletjes is op dit principe gebaseerd. Altijd hetzelfde level wordt saai. Deze ingebouwde groei naar net iets moeilijkere taken heeft overlevingwaarde, want het houdt ons scherp. Ook dieren streven naar optimale bezigheid. De kat blijft daarom op muizen jagen, ook al staat een voerbak klaar. En diersoorten waar een statushiërarchie heerst, zoals bepaalde apensoorten, worden ook gedreven door statusdrang. Als het mannetje niet méér en beter zijn best doet, komt er een ander dominant mannetje zijn plek overnemen. De mens heeft vooral behoefte zijn verstand te gebruiken, dat is onze biologische specialisatie. Het feit is dat we heel doelgerichte wezens zijn, dat geeft zingeving. Dat kan zich op twee manieren uiten: we doen dat om op de sociale ladder te stijgen (hoger salaris, dure gadgets, groter huis) of we doen dat om ‘lekker bezig te zijn’ (zelfontplooiing).

Doen we dat niet dan gaan we ons vervelen, worden we depressief en verleren we onze vaardigheden. In de behoeftetheorie van de Amerikaanse psycholoog Abraham Maslow heet dat zelfactualisatie. Hij stelde een behoeftepiramide samen met onderaan basisbehoeften als water, warmte en voedsel, daarboven huisvesting, bestaanszekerheid en daarboven materiële luxe. Zodra mensen dat allemaal hebben, kunnen ze zich druk gaan maken over zelfontplooiing.