Vrouwen in de opstand: apart demonstreren, maar toch verandert er ook veel

Vrouwen in Libië en andere Arabische landen worden zich ervan bewust dat dictators op elk niveau bestaan: dat van de staat, maar ook binnen het gezin.

In het begin stonden ze gewoon samen te demonstreren bij het gerechtsgebouw op de Corniche van Benghazi. Mannen en vrouwen: voor de Libische revolutie was iedereen gelijk. Toen kwam iemand op het idee om met stenen een zone af te bakenen waar de vrouwen apart konden demonstreren. Later maakten de stenen plaats voor metalen hekken.

Nu is deze vrouwenzone aan het zicht onttrokken door een houten muur; de ingang is afgeschermd met een vlag van het Vrije Libië. De enige mannen die hier binnen mogen zijn buitenlandse journalisten, want betogen heeft weinig zin als niemand het ziet. Het waren nochtans geen bebaarde sjeiks die om de vrouwenzone hebben gevraagd; het waren de Libische vrouwen zelf.

Salwa Bughaigis, 43, kan zich daar behoorlijk over opwinden. „In het begin waren we allemaal samen en er was geen enkel probleem,” zegt Bughaigis, een advocate die vanaf de eerste dag mee op de barricades stond. „Toen begonnen sommigen bezwaar te maken dat jongens en meisjes zomaar door elkaar liepen. Ik heb fel geprotesteerd. Maar weet je wat die vrouwen zeiden? ‘Dit is wat wij willen, en we leven in een democratie nu.’ Ze hebben zelfs een referendum georganiseerd!”

Bughaigis was lid van de ‘Coalitie van 17 februari’, de eerste organisatie die het licht zag na de revolutie en die sindsdien plaats heeft gemaakt voor de Nationale Overgangsraad (TNC). Nu probeert ze een nationale vrouwenorganisatie uit de grond te stampen.

Vrouwen waren vanaf de eerste dag aanwezig in de Libische revolte, zegt Bughaigis, maar als de vrouwen in de toekomst een grotere rol willen spelen in Libië is er nog veel werk aan de winkel. „Kijk naar de uitgebreide TNC die ze plannen voor de post-Gaddafiperiode: daarin zijn vijf van de zeventig zetels gereserveerd voor vrouwen.”

Het probleem, zegt ze, is dat de meeste Libische vrouwen dat heel normaal vinden. „Ze vinden het vanzelfsprekend dat de mannen het voor het zeggen hebben. We moeten niet alleen de mentaliteit van de mannen veranderen, maar ook die van de vrouwen zelf.”

Of de Arabische lente een goede of slechte zaak wordt voor de vrouwenrechten moet nog blijken. In Egypte, Tunesië en Libië riepen vrouwen even hard om meer vrijheid als mannen. Maar de Tunesische vrouwen hadden onder president Ben Ali een benijdenswaardige positie in de Arabische wereld; zij kijken nu met gemengde gevoelens naar de opkomst van de islamitische partij Ennahda.

In Egypte zorgden de ‘Suzanna’-wetten, genoemd naar de vrouw van ex-president Mubarak, voor de positieve discriminatie van de vrouw; nu gaan er stemmen op om die wetten af te schaffen omdat ze een overblijfsel zouden zijn van de dictatuur. In Kaïro werd op Internationale Vrouwendag een betoging van vrouwen verjaagd van het Tahrirplein .

Libië is een geval apart. Vrouwen zijn hier vrij goed vertegenwoordigd in beroepen als dokter, advocaat of leerkracht. Maar ze zijn vaak onderbetaald en op machtsposities zijn ze zeldzaam. Op het vlak van relaties tussen meisjes en jongens is de Libische maatschappij aartsconservatief, tenminste in Benghazi. „De enige plek waar jongens en meisjes elkaar kunnen tegenkomen is de Gar Younis-universiteit en die is nu dicht,” zegt de 25-jarige Aymad.

Aymad heeft al vijf jaar een vriendin, maar ze kunnen alleen met elkaar praten als ze de veiligheidsagent op de universiteit omkopen. Jongens en meisjes zitten wel samen in de collegebanken, maar intieme gesprekken zijn taboe. Daarom praat Aymad vooral met zijn vriendin op Skype, waar hij ‘Fatima’ heet voor als haar vader de kamer binnenkomt. „Als we willen trouwen zal dat geregeld worden via onze families, en dan zal iedereen doen alsof we elkaar nog nooit hebben gezien.”

Gaddafi zelf pronkte wel graag met vrouwen. Zijn persoonlijke lijfwacht bestaat uitsluitend uit vrouwen. Libische vrouwen dienden in het leger en zelfs in de luchtmacht. Op school kregen jongens én meisjes een soort van militaire training.

„Dat was het imago dat Gaddafi wilde geven van Libië, maar de realiteit was anders,” zegt Amina Mogherbi, 55, die in de begindagen met een groep vrouwen het initiatief nam om de behoeften van arme families in rebellengebied in kaart te brengen. Haar gegevensbestand wordt nu gebruikt door de TNC.

„Vooral in de jaren tachtig was het regime zo onvoorspelbaar dat de Libiërs hun vrouwen of dochters liever binnenshuis hielden. Het werd als onfatsoenlijk beschouwd om te maken te hebben met het regime.”

Volgens Mogherbi verklaart dat mede waarom de Libische samenleving vandaag zo conservatief is. Zelf woonde ze van 1977 tot 2000 in de Verenigde Staten de Verenigde Arabische Emiraten. „Toen ik in 2000 terugkeerde naar Benghazi was ik geschokt: de vrouwen waren uit het straatbeeld verdwenen. Daarom was de revolutie, en de rol van de vrouwen daarin, voor mij niets nieuws. Het was het Libië dat ik mij herinnerde uit mijn jeugd.”

De 23-jarige Nada Gathrouni beleefde dat helemaal anders. Gathrouni werkt op het mediacentrum in Benghazi, waar ze bekend staat om haar perfecte Engels en haar dagelijks veranderende trendy revolutionaire outfits. „Ik vind dat vrouwenvak ook vreselijk,” zegt ze. „Maar voor de Libische vrouwen is het echt gigantisch wat er sinds 15 februari is gebeurd. Vanaf het begin waren er vrouwen die mee op straat kwamen, en als het niet zo snel een oorlog was geworden, dan hadden jullie hier dezelfde beelden gezien als in Egypte. Voor ons is dat echt wauw!”

Gathrouni en haar vriendinnen begonnen in de begindagen van de revolutie op eigen houtje met wat nu het officiële mediacentrum in Benghazi is. „Bij de leiding waren maar weinig mensen die fatsoenlijk Engels spraken. Ik vond dat wij daarmee een slecht beeld gaven van de opstand. Ik heb al mijn vriendinnen opgebeld die goed Engels spraken en we zijn zelf begonnen met het wegwijs maken van buitenlandse journalisten.”

Met haar vriendinnen wil Gathrouni een groep oprichten die onder meer gaat ijveren voor vrij reizen door vrouwen. Officieel hoeven Libische vrouwen niet vergezeld te worden door een mannelijke voogd, maar in de praktijk komt het daar wel vaak op neer. Gathrouni zelf greep zo naast de kans om een vervolgcursus Engels te volgen in de VS. „We weten nog niet goed wat het nieuwe Libië in petto heeft voor de vrouwen,” zegt ze. „Maar één ding is zeker: we laten ons niet meer zo makkelijk opzij zetten.”

Amina Mogherbi’s organisatie, Tawasul, probeert het probleem aan de basis aan te pakken. „Wij concentreren ons op die vrouwen die niet naar seminars en dergelijke komen. We gaan hen opzoeken waar ze wonen.”

Het thema van de cursussen die Tawasul geeft is: Hoe voorkom je een dictatuur? „Ons uitgangspunt is dat dictators op elk niveau van de samenleving bestaan, van de familie tot de staat. We moeten onze stem laten horen, want we weten dat er veel weerstand zal zijn.”