Verplichte master verlaagt niveau

De verplichting voor beginnende leraren met een bachelor binnen vijf jaar hun masterdiploma te halen, zal vooral het niveau verlagen, betoogt Theo Wubbels.

Met de slogan ‘Maak van alle meesters en juffen een master’ probeerde de Algemene onderwijsbond vijf jaar geleden om het onderwijs al op de basisschool naar een hoger plan te trekken. Dit voorjaar nam de Onderwijsraad – in zijn advies Naar hogere leerprestaties in het voortgezet onderwijs – dit idee over voor leraren in het voortgezet onderwijs. De raad wil dat elke beginnende leraar met een bachelordiploma binnen vijf jaar een masterdiploma behaalt op straffe van verlies van registratie in het op te richten lerarenregister. De staatssecretaris volgt deze lijn in het ‘Actieplan leraar 2020’ en wil de ambitie verbreden, door deze ook voor onderwijzers te laten gelden. Hij twijfelt nog en neemt de tijd om met werkgevers en werknemers over het plan te overleggen. Alle aanleiding om nu het voornemen „iedere leraar een masteropleiding” te ontraden.

Het is een feit dat leraren met meer kennis en vaardigheden zorgen voor betere prestaties van hun leerlingen. Maar het is te simpel om dit te vertalen naar een mastereis voor alle leraren. Uit onderzoek blijkt slechts een zwak verband tussen vergroting van vakkennis van de leraar en de leerprestaties van leerlingen. Nergens is aangetoond dat leerkrachten met alleen een bachelordiploma geen goed onderwijs zouden geven. De inhoud van de opleiding is veel belangrijker. Zo blijken de universitair opgeleide leraren met een bachelordiploma (de educatieve minor) het heel goed te doen. Belangrijk detail is dat het gaat om studenten met een vwo-diploma en niet – zoals in het hbo – studenten met een havo-diploma.

Het effect dat de eis naar verwachting zal hebben op het niveau van de masteropleidingen is het grootste bezwaar. De instellingen komen onder druk te staan om een diploma uit te reiken aan studenten die het niveau niet kunnen halen.

De gedachte dat iedereen die een hbo-bachelordiploma heeft behaald, een master kan halen, is naïef en getuigt van een ongerechtvaardigd vertrouwen in de maakbaarheid van de mens. Leerlingen van het vwo kunnen intellectueel nu eenmaal meer aan dan havo’ers, uitzonderingen daargelaten. Ook masterdiploma’s die eventueel in het hbo gecreëerd worden, zijn niet haalbaar voor elke bachelor. Laat staan wanneer het zou gaan om een universitaire mastergraad. Het gevolg van de mastereis zal daarom desastreus zijn: niveauverlaging van masteropleidingen en nieuwe taferelen zoals rond Inholland liggen in het verschiet.

Er is een beter alternatief voor verbetering van de leraar dan de mastereis. Veel zou gewonnen zijn als de samenleving het onderwijs zo serieus zou nemen dat de beste leerlingen uit het vwo kiezen voor het leraarschap – met aanvaarding van de financiële consequenties. Vwo’ers met goede cijfers, geselecteerd op basis van goede sociale en pedagogische vaardigheden kunnen het verschil in de klas maken. Voor hen kan de universitaire bachelor voldoende zijn, zoals de academische lerarenopleiding voor de basisschool laat zien.

Het voorgaande betekent niet dat leraren zich tijdens hun loopbaan niet verder moeten ontwikkelen. Integendeel, net als voor elke andere beroepsbeoefenaar is levenslang leren noodzakelijk.

Leraren kunnen echter heel goed professionaliseren zonder een diploma te behalen. Onderzoek laat zien dat juist informele vormen van leren meehelpen. Zo kan zonder masteropleiding meesterschap in het leraarsvak door andere professionaliseringsactiviteiten bereikt worden. Dat zijn activiteiten die niet passen in het starre regime van een masteropleiding.

Masteropleidingen voor leraren: prima voor hen die dat niveau kunnen halen, voor anderen liever meesterschap dan een gedevalueerde masteropleiding.

Theo Wubbels is plaatsvervangend decaan van de faculteit sociale wetenschappen van de Universiteit Utrecht.