Nee hè, toch niet alweer

Vandaag beslist de rechter of het stadsvervoer in Den Haag, Rotterdam, en Amsterdam woensdag mag staken.

De vakbond is voorzichtig. Drie redenen waarom.

Advies voor volgende week woensdag: neem de fiets of de auto, verzet je afspraak een uur, of werk een dag thuis. Personeel van het stadsvervoer in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag staakt voor de vijfde keer in vijf maanden.

Althans: als de rechter het toestaat. Vandaag dient namelijk een kort geding van de vervoersbedrijven GVB en HTM om de staking in Amsterdam en Den Haag tegen te houden. Maandag volgt nog een rechtszaak van de RET in Rotterdam. De werknemers protesteren tegen het kabinetsplan om jaarlijks 142 miljoen euro te bezuinigen op het stadsvervoer. Ze vrezen voor een uitgeklede dienstregeling en duizenden ontslagen.

Maar wie maalt er eigenlijk nog om een een staking? „De reiziger wordt laconiek. Die heeft zoiets van: daar komen we ook wel weer overheen”, zegt Ronald Beltzer, universitair docent arbeidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam. Ook minister Melanie Schultz van Haegen (Infrastructuur en Milieu, VVD) lijkt nog niet onder de indruk. Ze bracht weliswaar het bedrag dat het stadsvervoer jaarlijks moet bezuinigen terug van 165 tot 142 miljoen euro, maar volgens de vervoersbedrijven en de drie steden is dat nog steeds veel te veel.

Als je zo effectief mogelijk wil staken, dan is er maar één manier, zegt vakbondshistoricus Sjaak van der Velden, verbonden aan het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam: „Je gooit de boel plat, totdat er een oplossing is.”

Maar dat doen de vakbonden AbvaKabo FNV en FNV Bondgenoten juist niet. Ze hebben bewust gekozen voor „een rustige opbouw”, zegt stakingsleider Eric Vermeulen van AbvaKabo FNV. Dat betekent: buiten de spits en de drie steden elk op een andere dag. Die tactiek is er niet voor niets. Drie redenen waarom de bonden terughoudend actievoeren.

1De rechter. De bonden vrezen te worden teruggefloten door de rechter, zoals ook nu weer dreigt. Stakingen in de publieke sector, bijvoorbeeld bij politie, brandweer en verpleegkundigen, liggen gevoelig omdat anderen onmiddellijk de dupe zijn. De rechter is daarom sneller geneigd in te grijpen. Dat gebeurde bijvoorbeeld in 1986, toen de rechter na twee dagen een staking op het spoor verbood. De bonden zijn tegenwoordig daarom voorzichtiger dan vroeger, zegt Ronald Beltzer. Van der Velden noemt dat „het eeuwige probleem van de publieke sector. Het is wat anders dan een schroefjesfabriek. Die kan je zo platleggen zonder dat iemand er direct schade van ondervindt.”

2De vakbonden willen de sympathie van de reizigers niet verspelen. Persoonlijk contact tussen chauffeurs en conducteurs en de reizigers maakt het staken lastig. Van der Velden: „Het gaat om klanten die je morgen weer moet vervoeren. Het is het omaatje dat je steeds tegenkomt omdat ze weer naar het ziekenhuis moet.”

In 2008 kregen streekvervoerders veel kritiek toen ze staakten tijdens de examentijd van mbo’ers. Ook ouderenbonden kregen veel klachten. Het aantal klachten valt tot nu toe mee, zegt Eric Vermeulen. „Klanten zeggen: ik baal als een stekker maar ik snap waarom jullie het doen.”

3Staken dupeert de verkeerde slachtoffers. Werknemers van een bedrijf die staken, treffen daarmee direct hun werkgever. Die kan geen goederen meer leveren, verliest klanten, en zal sneller geneigd zijn toe te geven aan de eisen van de actievoerders. Maar de bus-, tram- en metro-chauffeurs treffen met hun acties niet alleen direct hun klanten, maar ook hun werkgevers. En die staan in dit conflict juist achter hun personeel De echte ‘boosdoener’, het kabinet, voelt niets van de protesten.

Als de werkonderbrekingen volgende week niets opleveren en de rechter gooit geen roet in het eten, volgt in september een 24-uursstaking in alle steden tegelijk. Eric Vermeulen: „We gaan door tot het gaatje.”