Naomi is de nieuwe Fatima

Een blessure belet Naomi van As mee te spelen komende week. Over dansershielen en samen met Sven Kramer naar de dokter.

Lange benen in een spijkerbroek, gympies en wapperende haren. Met een sprintje neemt Naomi van As (27) de trap in Vak Zuid, het café in het Olympisch Stadion in Amsterdam. Leek haar chill om daar af te spreken. Ze woont sinds kort in Amsterdam, ze is verhuisd toen ze overstapte van het Haagse Klein Zwitserland naar Laren. „Ik zie mezelf niet in het Gooi wonen.” Vanaf hier is het een half uurtje rijden.

Ze is net heel even thuis geweest. Twee weken voorafgaand aan de Champions Trophy is ze in Amstelveen op trainingskamp. Intern. Met de andere speelsters van het Nederlands elftal logeert ze in het hotel van Spa Zuiver, het gloednieuwe wellness-oord in het Amsterdamse Bos. Alle Nederlandse tophockeysters in de sauna? „Wij waren er op dinsdag. Dan is het bikinidag”, zegt Naomi van As nog voor iemand zich daar ook maar een voorstelling van had durven maken. Nu heeft ze een paar dagen vrij. „We hoeven alleen een beetje voor onszelf te fietsen.” Ze doet alle trainingen mee, alleen de wedstrijden niet. Ze heeft last van een spier bij haar scheenbeen. En ze heeft een dancer’s heel. Een uitstekend botje dat beklemd raakt als ze haar voet strekt. Aan het einde van de dag zal een chirurg ernaar kijken.

Nee, ze heeft geen plannen voor de vrije dagen. Wat leuks doen met haar vriend. Uit eten, uitrusten. De Nederlandse competitie is net afgelopen, de Europa Cup is onlangs gespeeld. Laren verloor in de halve finale van Den Bosch. Maartje Paumen besliste de wedstrijd met haar specialiteit, een strafbal.

Dat moet toch even wennen zijn, dat de vrouw die het jaar door haar concurrent was, nu haar collega is. Paumen is aanvoerder, Van As vice-aanvoerder van het Nederlandse team. Maar volgens Van As is dat geen enkel probleem. Samen zijn ze het gezicht van het vrouwenhockey. En daar is de laatste jaren nogal wat aandacht voor. Hun vroegere vice-aanvoerder Fatima Moreira de Melo was de eerste die heel goed begreep dat een mooi gezicht nog meer reclame kan maken voor de sport. „Fatima heeft de aanzet gegeven voor de populariteit van hockey.”

Naomi is nu de nieuwe Fatima. Kleine jongetjes willen haar handtekening, sportbladen willen haar op de cover, haar sponsor de Rabobank vindt het fijn dat ze twittert en af en toe ook een privéfotootje post. Ze relativeert meteen. „Al die bekendheid komt natuurlijk ook door mijn relatie.” Sinds eind 2007 is ze met schaatser Sven Kramer. Nadeel is, zegt ze, dat er nog meer op haar wordt gelet. „Ik kan niet al te gek doen, want alles staat meteen op internet.” Nadeel is ook, dat bij elke tegenslag (zilver in plaats van goud op de WK in Rosario), er meteen geschreven wordt dat het verlies wel zal komen doordat de Nederlandse dames een Hollywoodteam zijn. Hoe flauw is dat? Ja, ze draagt roze nagellak en ja, ze wordt vaak gevraagd voor fotoshoots. Haar vader is half Chinees, haar moeder Indisch, zo komt ze aan haar zwarte haren en groene ogen. En nee, ze zegt het zelf maar vast, er is geen jaloezie bij de andere speelsters dat sommigen meer aandacht krijgen dan de rest. „Zo werkt het. In de voetbal gaat het net zo. We gunnen het elkaar.” Verschil met voetballers is, dat die er na hun carrière een leuk huis van kunnen kopen. Zij kan er nu goed van leven, maar zal na het hockey een baan moeten zoeken.

Ze bestelt een colaatje. Ze praat makkelijk, met een stem die, als ze hem de vrije loop liet, makkelijk de ruimte kan vullen. Iets in haar lijkt op haar hoede. Terughoudendheid die makkelijk te verwarren is met arrogantie, maar eerder voortkomt uit een restje verlegenheid van vroeger. Ze is nooit van plan geweest de beste hockeyster ter wereld te worden. Die titel kreeg ze in 2009. Nooit gedacht goud te winnen op de Olympische Spelen (2008, Peking), op de WK (2006, Madrid) of de EK (2005, Dublin en 2009, Amsterdam). Ze was zes en vond het gewoon een leuk spelletje. Haar moeder, Joke, hockeyde ooit in Dames 1 van HDM. „Zij was een snelle spits. Ik was middenvelder, toen ook een tijd spits, nu een aanvallende middenvelder.” Haar vader Francis was haar coach. „Ik speelde hockey op straat, ging op zondag kijken naar de wedstrijden van de eerste teams. En ineens zat ik in de C1.” Ze werd geselecteerd, eerst door de club, later door het district, deed mee aan voorrondes voor Jong Oranje. Maar helemaal begrijpen waar ze nu precies voor bezig was? Dat niet. „Ik was heel speels. Later, toen ik een jaar of veertien was, gaf ik er dingen voor op. Mijn jongere zusje speelde ook, maar meer voor de fun. Zij ging met m’n ouders mee op skivakantie, ik bleef alleen thuis om mee te doen aan trainingsstages.” Ze begrijpt soms het fanatisme van ouders niet, die per se willen dat hun kind bij een topclub komt, ook al is het nog heel jong. „Blijf lekker bij je ouwe cluppie. Als je in de competitie opvalt, kun je ook in het Nederlands elftal komen. Zo zijn er nu ook meiden bij gekomen.”

Bij een vorig trainingskamp hebben alle speelsters een vragenlijst ingevuld van Insights. Dat is een methode, losjes gebaseerd op het werk van de negentiende-eeuwse psychiater Carl Jung, waarmee je zelf kunt vaststellen welke van de acht basispersoonlijkheden je bent. De vier hoofdtypen worden aangeduid met kleuren. Naomi van As is geel. Ze grinnikt er zelf om en somt op: „Geel is sociaal, levendig, dynamisch, enthousiast.” Op een slechte dag staat diezelfde kleur voor: overhaast, chaotisch, pronkerig. „Mijn tweede kleur is rood. Dat was eerst groen.” Is dat verschil goed of slecht? Ze haalt haar schouders op: „Het betekent dat je verandert. Groen is introvert, je denkt meer aan anderen, vergeet jezelf.” Rood is fel en doelgericht. „Op een slechte dag agressief, ja.” De vierde kleur is bij haar zo goed als afwezig, en dat is blauw. Staat voor: gestructureerd, planmatig, alles op een rij. „Helaas. Bij mij gaat het op intuïtie, op gevoel.” Dat laatste moet de reden zijn dat de huidige bondscoach Caldas heeft bedacht dat het handiger is haar zo min mogelijk te coachen.

Een jonge jongen, met spijkerbroek en leren jack komt aangehold. Het is Sven Kramer. Hij is net zo oud als mijn zusje, zal ze later zeggen. „En jonger dan háár vriendje.” „Ik zag je zitten”, zegt hij. Of ze haar afspraak met de dokter niet vergeet. En of ze rekening houdt met files op weg erheen. De dokter zit in Naarden. Sven weet blijkbaar ook dat er weinig blauws in haar karakter zit.

Schaatsen, zegt zij als hij weer weg is, is zoveel groter dan je denkt. Zij wist het in het begin ook niet. „Ik dacht wie doet dat nou? Nou, iedereen dus. Na voetbal is het de populairste sport.” Schaatsen kun je niet vergelijken met hockey. „De schaatsers zijn zoveel professioneler. Alleen hun trainingen al. Zij doen niet anders. Twee keer per dag. Soms meer.” Als het aan haar lag zou ze ook meer trainen. Nu is het acht keer per week, de helft met haar club, de helft met het Nederlands elftal. Als ze straks de finale halen van de Champions Trophy en ze zich op de EK in augustus kandideren voor de Olympische Spelen in Londen in 2012, dan zal er, tot verdriet van de landelijke clubs, zeker meer getraind gaan worden. „Voor Peking hebben we ook alles een half jaar stilgelegd. Werk, studie, sociale contacten, alles.” Dat vindt ze niet erg. Haar familie komt naar haar wedstrijden, vrienden ook. Alleen de studie, dat is bijna niet te plannen. Ze doet Mondzorgkunde, ze heeft net stage gelopen bij een tandartsenpraktijk.

Nu vaststaat dat het WK in 2014 in Den Haag is, haar stad, wil ze daar ook nog bij zijn. Moet kunnen, ze is die zomer nog net dertig. Moet haar lichaam wel meewerken. Die enkel. Op naar de arts. Kijken wat die zegt. Sven gaat mee. „We zien elkaar zo weinig. Nu kunnen we even cruisen in de auto. Elk doktersbezoek is voor ons een uitje.”

De dag na dit doktersbezoek laat de KNHB weten da Naomi van As niet speelt komende week. Haar scheenbeenspier is overbelast, ze moet rust houden. Ze hoopt weer fit te zijn voor de EK in augustus in Mönchengladbach en de Olympische Spelen in Londen.

Rinskje Koelewijn