Ministeries hebben ruim 600 communicatiebanen

Voor het eerst maakt de RVD bekend hoeveel voorlichters in dienst zijn bij ministeries. Na reorganisatie is hun aantal teruggebracht van 800 naar 600. Onbekend is nog hoeveel mensen worden ingehuurd.

Van de elf ministeries heeft Defensie de meeste persvoorlichters, namelijk achttien fulltime arbeidsplaatsen. De ministeries hebben tezamen honderd fte in dienst om journalisten te woord te staan en het beleid in de media voor het voetlicht te brengen. Zij bedienen naar schatting tweehonderd parlementaire journalisten. Het totale ministeriële communicatieapparaat bedraagt 608 fte. De werkelijke rijkscommunicatie is groter, onder andere door inhuur van externe communicatieadviseurs.

Er is al langer debat over de omvang van de overheidscommunicatie, maar cijfers ontbraken. De commissie Brinkman die in 2009 de toekomst van de pers onderzocht, constateerde dat „de overheid op alle bestuursniveaus een steeds groter wordend leger van communicatiefunctionarissen op de been brengt om de toegang tot nieuwsbronnen te beheren.” Maar hoe groot dat leger was, bleef onduidelijk. De commissie adviseerde desalniettemin af te slanken.

Dat is nu gebeurd. Waar de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) eerder aan onderzoekers verklaarde de cijfers niet te hebben, zijn die er nu aan het einde van de reorganisatieperiode wel. Tussen 2009 en 2011 is het aantal fte ministeriele communicatie afgenomen met 23,5 procent, van 795 naar 608 fte. Die afname komt grotendeels door het terugbrengen van dertien naar elf ministeries deze kabinetsperiode.

De cijfers van de RVD betreffen alleen de interne communicatieafdelingen van de ministeries. Hoe groot het totaal aantal fte externe communicatieadviseurs van het Rijk is, weet de RVD niet. Ook is er geen zicht op het aantal communicatiemedewerkers bij de 118 zogenaamde ‘zelfstandige bestuursorganen’ (zbo’s) die onder het Rijk vallen. Voorbeelden van zbo’s zijn grote instellingen als de Nederlandsche Bank, maar ook kleine, onbekende instanties zoals de Raad voor plantenrassen. Veel zbo’s hebben eigen persvoorlichters en communicatieadviseurs in dienst.

Voor de externe inhuur van communicatieadviseurs heeft het Rijk een ‘communicatiepool’ van 40 fte die bij ‘piek en ziek’ kunnen worden ingezet. De totale inhuur bij het rijk is vermoedelijk veel groter. Met het afslanken van de communicatieafdelingen ligt het voor de hand dat de externe inhuur stijgt. „We streven naar een kleine, compacte rijksdienst”, zegt Hanne Bikker, secretaris van de Voorlichtingsraad van de RVD. „Dat betekent dat we niet langer alle specialistische kennis in huis hebben, maar dat we die vaker van buiten halen.”

De nu bekende cijfers zijn opgesteld naar aanleiding van een vraag van Tweede Kamerlid Ronald van Raak (SP). Hij vindt honderd persvoorlichters nog steeds veel. „Het gaat mij niet zo zeer om de cijfers, maar om de schadelijke cultuur erachter. Voorlichters lijken vooral met het profiel van de minister in de media bezig te zijn, met management by speech. Het komt nu voor dat een beleidsmedewerker minder te vertellen heeft over het beleid dan een voorlichter, omdat het enkel om beeldvorming gaat.”

Volgens Van Raak neemt de communicatiedienst steeds vaker de taken van journalisten over. „Onlangs zette Defensie een samenvatting van een Kamerdebat op de site, voorzien van eigen commentaar. Dat werd uiteraard een zeer gekleurd verslag.” Uit het onderzoek Gevaarlijk Spel van de Universiteit van Amsterdam blijkt dat communicatiediensten de neiging hebben om hun ministerie als ‘merk’ te zien, met een imago dat beheerd moet worden.

Minister Donner van Binnenlandse Zaken heeft vorig week in een kamerbrief aangekondigd dat er nog meer gesneden zal worden in de communicatiediensten. Er is echter geen streefgetal. Dat verder afslanken zal ‘pragmatisch’ gebeuren als onderdeel van de algemene bezuinigingen op de omvang van de overheid, laat één van de negen persvoorlichters van het ministerie weten.

Dit stuk verschijnt ook op www.denieuwereporter.nl/gevaarlijkspel. Leendert van der Valk is een van de onderzoekers van Gevaarlijk Spel.