'Minister moet beurs Amsterdam beschermen'

De Amsterdamse beurs gaat opnieuw fuseren. Ditmaal met Deutsche Börse. Het eigen karakter dreigt verloren te gaan , meent oud-voorzitter Van Ittersum.

Dinsdagmorgen 21 juni, een regenachtige ochtend op de Amsterdamse gracht. Geen ideale dag om over de aantrekkingskracht van de Nederlandse beurs te spreken met zijn voormalige topman. Vandaag zou, voor het eerst sinds jaren, weer eens een Nederlandse onderneming van enig aanzien naar de beurs gaan. Maar aan de vooravond heeft biotechbedrijf Agendia zijn beursgang ter waarde van 225 miljoen euro afgeblazen. Te weinig belangstelling bij beleggers en een te onrustig, negatief beursklimaat. Jammer, maar begrijpelijk, zegt Boudewijn van Ittersum, maar het ligt niet aan de beurs. „Zolang de politiek maar geen knopen doorhakt over Griekenland, houdt de internationale crisis aan. ”

Ondanks het uitblijven van grote, succesvolle beursintroducties van Nederlandse bedrijven is Van Ittersum ervan overtuigd dat het Damrak een noodzakelijke functie heeft binnen de Nederlandse financiële sector. „Er is hoe dan ook een enorme financieringsbehoefte. Banken willen van hun schulden af.”

Dat Van Ittersum (72) de beurs aanprijst laat zich raden. Hij was de langstzittende voorzitter van de beurs in de recente geschiedenis: van 1981 tot 1997. Hij maakte de beurskrach mee van 1987 en het begin van de campinghausse 10 jaar later, de grote opleving van beurskoersen in de zomervakantie van 1997.

Het Damrak ziet er 14 jaar na zijn pensionering heel anders uit. De Amsterdamse beurs ging na meerdere fusies op in de internationale beursorganisatie NYSE Euronext. Als haar aandeelhouders er over twee weken mee instemmen volgt een nieuwe samensmelting, met Deutsche Börse in Frankfurt.

Van Ittersum snapt de hang naar samenklontering door de oude beurzen. De komst van nieuwe, alternatieve en veel goedkopere handelsplatformen dwingt hen om grootschaliger en goedkoper te opereren. Maar de gepensioneerde baron maakt zich ook zorgen.

Is die internationalisering gunstig geweest voor de Amsterdamse beurs?

„Het is heel goed geweest dat Nederland is meegegaan met die internationale netwerken. Beursgenoteerde bedrijven, effectenhandelaren en beleggers hebben zo gemakkelijker en goedkoper toegang kunnen krijgen tot de handel. Dat is een mooie gedachte, maar werkt niet altijd even goed. In goede tijden wil iedereen wel aandelen kopen op alle aangesloten beurzen, maar zodra het economisch minder gaat hebben beleggers, groot en klein, de neiging zich terug te trekken op de nationale markt. Het is een illusie te denken dat de internationale kapitaalmarkt één pool van geld is waaruit bedrijven – de allergrootste uitgezonderd – overal en altijd even gemakkelijk kunnen putten.”

Realiseert het huidige beursconcern NYSE Euronext zich dat ook?

„Er is een grote weeffout in geslopen. Men heeft de aangesloten lokale markten te weinig hun eigen rol laten behouden. Men is uit het oog verloren dat de Nederlandse kapitaalmarkt z’n eigen structuur en z’n eigen cultuur heeft. Na de eerste fusie zijn er afspraken geschonden. Parijs heeft meer en meer naar zich toe getrokken. Nieuwe noteringen in Amsterdam worden via Parijs afgehandeld. Nadat New York erbij was gekomen werd het allemaal nog veel centralistischer.”

Wat zou er verbeterd moeten worden?

„Men zou de fusie met Deutsche Börse moeten aangrijpen voor een betere organisatiestructuur. De lokale beurzen moeten, met behoud van de schaalvoordelen, meer zelfstandigheid krijgen. Amsterdam zou een eigen budget moeten krijgen voor onder meer marketing en meer bevoegdheden voor het eigen management. De lokale beurzen moeten bovendien goed vertegenwoordigd zijn in de raad van bestuur en commissarissen van de holding.”

Nederland levert al jaren de president-commissaris: Jan- Michiel Hessels.

„Amsterdam leek daarmee goed bedeeld te zijn, maar dat ligt toch ingewikkelder. De voorzitter is het enige lid in de raad dat niet voor zijn achterban kan opkomen. Hij moet onafhankelijk zijn. Zijn bewegingsruimte is beperkt.”

Welke specifieke rol zou Amsterdam moeten gaan spelen?

„Van oudsher is Amsterdam goed geweest in handel en innovatie, vooral op het gebied van derivatenhandel. Die heeft inmiddels een besmet imago vanwege het vermeende speculatieve karakter, maar het is in wezen een vorm van risicobeheersing. Met opties dek je risico’s af. Daar is Nederland sterk in. We hebben hier geen schandalen à la Nick Leeson of Jérôme Kerviel gehad. Die rol zie ik voor de Amsterdamse tak van NYSE Euronext/Deutsche Börse: Amsterdam moet dé vestigingsplaats zijn van de grote innovatieve handelshuizen.”

Kan Amsterdam een eigen sterkere rol opeisen?

„De fusie met Deutsche Börse moet door de minister van Financiën worden goedgekeurd met een verklaring van geen bezwaar. Ik ga ervan uit dat hij zal handelen uit nationaal belang. Hij zou dus moeten kunnen afdwingen dat Amsterdam een sterkere eigen verantwoordelijkheid krijgt. Dat is in het belang van de Nederlandse financiële sector en van het toezicht op de beurs, dat via de AFM nationaal geregeld is. Dat kan alleen maar effectief zijn als de lokale directie echt aanspreekbaar is en op deze punten niet kan worden overruled door New York, Parijs of Frankfurt.”

Hoe komt het dat zo weinig bedrijven nog voor een beursgang in Amsterdam kiezen?

„In de huidige internationale constellatie is Amsterdam ook op het vlak van actief bedrijven naar de beurs te trekken minder zichtbaar geworden. En de banken ook. NYSE Euronext is er vooral op gericht om de handel zo goed en zo goedkoop mogelijk te accommoderen. De economische functie die de beurs voor het bedrijfsleven heeft – het aantrekken van kapitaal – is wat in het gedrang geraakt. Banken hebben tegenwoordig wel wat anders aan het hoofd, en bedrijven zelf zijn ook terughoudender geworden. Ze hebben niet altijd zin om met een beursnotering een openbaar leven te gaan leiden. En ze denken dat het vooral heel veel geld kost om aan alle transparantievoorschriften te voldoen. Terwijl ik geloof dat een beursnotering vooral veel oplevert, met name aan naamsbekendheid en publiciteit. Je verdient er schatten aan.”