Kwetsen, het mag. Want hij is politicus

Wilders werd gisteren vrijgesproken van het aanzetten tot haat.

Wel zat de politicus juridisch regelmatig dicht bij die grens, aldus de rechter.

De rechtspraak is van een lastig dossier bevrijd en het debat over de islam is van de rechtszaal weer terug in het politieke domein.

Met de vrijspraak van Wilders is de vrijheid voor politici om buiten het parlement radicale kritiek te uiten bevestigd. Misschien wel verruimd. De poging van tegenstanders van Wilders om onder dwang van het strafrecht de PVV-leider andere woorden te laten kiezen is in ieder geval mislukt.

De zaak is hiermee beëindigd. Zowel verdediging als het OM drongen op vrijspraak aan en kregen hun zin. De slachtoffers lieten weten zich bij het mensenrechtencomité van de Verenigde Naties te melden. Zij vinden dat de Nederlandse rechtsstaat hen niet beschermd heeft tegen de gevolgen van haatzaaien.

De rechtbank Amsterdam gaf Wilders wel een paar kwalificerende opmerkingen mee. Hij werd een „fanatiek bestrijder” van de islam genoemd. Een politicus die zich choquerend en kwetsend uitlaat, die een film publiceert met schokkende en aanstootgevende beelden. Iemand die zich grof en denigrerend uitlaat.

Maar in het algemeen dus niet strafbaar – en daar ging het om. Wilders is in strafrechtelijke zin niet opruiend geweest, hij wakkerde volgens de rechtbank geen haat of discriminatie aan.

Wilders zat juridisch wel regelmatig dicht bij die grens. Dat gold onder meer voor uitspraken over Marokkanen of niet-westerse allochtonen. Die uitspraken kunnen volgens de rechtbank wel gelezen worden als aanzetten tot discriminatie. Het gaat dan bijvoorbeeld om dit citaat: „De grenzen gaan nog diezelfde dag dicht voor alle niet-westerse allochtonen.” Als een niet-politicus dat zou zeggen dan is dat mogelijk dus wel strafbaar. Maar omdat Wilders een politicus is, die debatteert over immigratie en de multiculturele samenleving is dat voor hem, in zijn rol, geen strafbaar feit. Althans zo valt de redenering van de rechtbank te begrijpen.

In één geval vindt de rechtbank dat Wilders zich op de grens van het toelaatbare bevindt en dus wel strafbaar dreigt te worden. Dat is het geval als Wilders de toename van het aantal moslims bespreekt als een bedreiging voor de samenleving: „Er is een strijd gaande en we moeten ons verdedigen.” Dat vindt de rechtbank op zichzelf een opruiende uitspraak. Wat hem redt is dat hij in de rest van het interview waarin hij dit zei, benadrukt ‘niets’ tegen moslims te hebben, maar wel tegen de islam.

De rechtbank volgde zo de lijn van de verdediging en van het Openbaar Ministerie, die beiden vrijspraak hadden bepleit. Een parlementariër heeft een zeer grote vrijheid van meningsuiting om ook buiten het parlement radicale en felle kritiek te uiten, zonder in strijd te komen met de strafwet. De „context van het maatschappelijk debat, waarin Wilders als politicus zijn uitlatingen doet” is voor de rechtbank steeds doorslaggevend om zijn uitspraken, hoe dubieus ook, niet strafbaar te vinden. „Verdachte stelde met zijn uitlatingen naar zijn mening maatschappelijke problemen aan de orde.” In het „politiek bestuurlijke speelveld” komt een politicus „zeer veel ruimte toe”. De rechtbank meent ook dat Wilders zich vooral uitlaat over de islam en de Koran en niet over personen met een bepaalde religie of ras. Het gaat om toelaatbare godsdienstkritiek en niet om het discrimineren of haat zaaien.

Maar wat Wilders vooral in de kaart speelt is de ‘context’ waarin hij al deze uitlatingen deed. Het debat over immigratie en de multiculturele samenleving speelde hoog op in de periode waarin Wilders deze uitlatingen deed. „Naarmate dit debat heviger is, komt aan de vrijheid van meningsuiting meer ruimte toe.”

Over de film Fitna lijkt de rechtbank te hebben getwijfeld. In de uitspraak wordt erkend dat het „risico bestaat dat deze beelden aanzetten tot haat tegen moslims”. Dat je zo’n film straffeloos kunt maken omdat het maatschappelijk debat nu eenmaal fel is, noemt de rechtbank eigenlijk „moeilijk voorstelbaar”. Maar toch is dat hier wel zo. De rechtbank weegt heel sterk de ‘samenhang’ mee: niet de héle film is haatdragend. En natuurlijk de ‘context’: het maatschappelijke debat. Daarin is Wilders bovendien niet alleen maar fel en radicaal. Hij heeft ook onderstreept „dat hij niets tegen moslims heeft” en dat moslims die assimileren „net zo goed zijn als ieder ander”. Daarom vindt de rechtbank dat „de hoofdboodschap van verdachte over de islam een boodschap is die hij zonder meer moet kunnen uitdragen in Nederland”.