Klachten bij politie komen sluipenderwijs

Circa één op de drie agenten heeft een psychisch probleem, zo blijkt uit onderzoek in opdracht van de politie zelf. Eén van de oorzaken: meer geweld tegen agenten.

De ene politieagent kan er niet meer tegen om zijn of haar nachtelijke rondje door de Amsterdamse binnenstad te rijden. Bij een andere agent ging het licht uit nadat hij televisiebeelden had teruggezien van een schietincident waarbij hijzelf was betrokken. Weer een andere agent zit al een tijdje thuis omdat hij nog steeds de kinderen voor zich ziet van wie de vader voor hun ogen suïcide had gepleegd.

Al langere tijd was bekend dat het politieapparaat onder spanning staat. Maar hoe groot die spanning precies is, was minder duidelijk. Vooral de zware gevallen waren bekend, agenten met een posttraumatische stress-stoornis na ingrijpende gebeurtenissen zoals de schietpartij in Alphen aan de Rijn. Daarvoor is vaak de nazorg en opvang geregeld. Voor andere soorten stress is dat veel minder het geval, dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld de situatie bij Defensie. Daar bestaat inmiddels een uitgebreid ondersteunend apparaat voor militairen en veteranen.

Politiebonden en de Tweede Kamerfractie van de SP drongen daarom vorig najaar bij de minister en de korpschefs aan op nader onderzoek naar de ‘mentale weerbaarheid’ van de politieagent. De Politieacademie en de Raad van Korpschefs stelden een werkgroep in die de psychische nood bij de politie nader moest inventariseren, en met een actieplan moest komen.

De werkgroep zette diverse onderzoeken uit. Die naar psychische klachten is klaar. Belangrijkste uitkomst van de inventarisatie door adviesbureau Andersson Elffers Felix: ongeveer een op de drie agenten heeft waarschijnlijk een psychisch probleem, waarbij dat laatste breed wordt gedefinieerd. Het gaat in het ergste geval om zelfmoord of het posttraumatisch stresssyndroom (5 tot 7 procent van alle 54.250 agenten). In lichtere gevallen gaat het om ziekteverzuim, sterk verlaagde werkmotivatie, of angsten om nog bepaalde diensten uit te voeren: nachtdiensten, of surveillance in bepaalde wijken. „Naast hun persoonlijk leed en dat van betrokkenen uit hun omgeving, heeft deze situatie grote invloed op het goed functioneren van de politieorganisatie als geheel”, concluderen de onderzoekers.

Als oorzaken van de psychische problemen worden genoemd: gegroeid verbaal en fysiek geweld tegen de agent, en de vaak onderschatte impact van gebeurtenissen zoals de afhandeling van suïcidegevallen op het spoor, zware verkeersongevallen of huiselijk geweld. Maar de onderzoekers noemen ook „,organisatorische oorzaken”, samenhangend dus met de politieorganisatie zelf, als mogelijke bron van de problemen.

De belangrijkste aanbevelingen van de onderzoekers luiden: beschouw het vak van politieagent voortaan als een beroep met een hoog risico. Let bij de selectie van agenten meer op de mentale weerbaarheid. En: stuur politiechefs naar een cursus om hen te leren problemen die langzaam verergeren snel te signaleren en aan te pakken.

Door de veranderende politieorganisatie wordt die sluipende schade minder opgemerkt, zegt bestuurder Jan Willem van de Pol van de Nederlandse Politie Bond. Hij was een van degenen die op het onderzoek aandrong. „Vroeger was er bij de politie een stabiele ploegenstructuur, waardoor men elkaar van haver tot gort kende”, zegt hij. „Doordat je nu minder diensten met elkaar draait, valt een gedragsverandering bij een collega minder op.” Ook constateert hij dat „leidinggevenden meer op afstand staan dan vroeger. Die hebben eenvoudigweg geen tijd om zich met hun medewerkers bezig te houden.”

De onderzoekers noemen het opmerkelijk dat er niet alleen problemen zijn bij agenten die veel op straat vertoeven. „Relatief scoren juist politiemedewerkers die niet op straat werken hoog in de categorie verminderd weerbaar”. Daarbij gaat het overigens niet om kantoorklerken, maar om agenten „met klantcontact”. Met vloekende en vechtende arrestanten, bijvoorbeeld.

Om de invloed van hun rapport op politiek en bestuur te vergroten hebben de onderzoekers hun uitkomsten vertaald in financiële termen. Ze hebben zich afgevraagd wat de kosten van de psychische problemen zijn. Een lastig te beantwoorden vraag, zo blijkt wel uit de brede marge: ergens tussen de 221 miljoen euro en 543 miljoen euro per jaar. Het betreft een ruwe inschatting van het productiviteitsverlies en de inzet van hulpverlening. Bestaande plannen van de eerdergenoemde werkgroep om de psychische problemen terug te dringen, gaan nog uit van ongeveer 350 miljoen aan kosten per jaar.

Binnenkort, als minister Opstelten (Veiligheid, VVD) het rapport naar de Tweede Kamer stuurt, moet blijken in hoeverre de bewindsman onder de indruk is van de cijfers.