Inflatie door groei geldvoorraad onderschat

Het uitbreiden van de geldvoorraad in de Verenigde Staten kan de inflatielogica van de Amerikaanse centrale bank, de Federal Reserve, ondermijnen. Het Federal Open Market Committee (FOMC) heeft woensdag opnieuw gezegd dat zijn rentedoelstelling van nul tot 0,25 procent voor „langere tijd” gehandhaafd zal blijven. Het comité erkende dat de inflatie was gestegen, maar beweerde dat die weer zou gaan dalen. De ontwikkelingen op het gebied van de geldvoorraad roepen echter vragen op over die optimistische kijk op de prijzen.

Maar het FOMC en voorzitter Ben Bernanke van de Federal Reserve, op zijn tweede persconferentie na de zitting van het comité, hebben gezegd dat de inzinking van de groei en van de aanwas van de werkgelegenheid dit jaar, evenals de versnelling van de inflatie in deze zelfde periode, van tijdelijke aard zijn geweest. De Japanse aardbeving en tsunami in maart speelden hierbij een rol: zij hebben de aanbodketens ontwricht. Ook de stijging van de grondstoffenprijzen, die nu enigszins is gekeerd, speelde mee.

Uit de gegevens over de geldvoorraad blijkt echter dat het beleid van de Federal Reserve zelf, met name het aankoopprogramma van 600 miljard dollar aan staatsobligaties, de recente inflatiedruk kan hebben verscherpt en het tevens waarschijnlijker kan maken dat deze druk aanhoudt. De Amerikaanse monetaire basis – een maatstaf van de hoeveelheid geld in omloop plus de bankdeposito’s bij de Federal Reserve – is in de eerste helft van 2011 met een alarmerende 73,5 procent op jaarbasis gestegen, na in 2010 min of meer gelijk te zijn gebleven. De bredere monetaire graadmeters, de M2-maatstaf en die van de St. Louis Federal Reserve, geven ook een groeiversnelling te zien, zij het een minder dramatische – de laatste is sinds april met 12,3 procent gestegen.

De lagere verwachtingen van de Federal Reserve over de economische groei en de daling van de werkloosheid wijzen op een afname van de inflatiedruk. Maar de uitbreiding van de geldvoorraad brengt doorgaans het tegenovergestelde effect teweeg. Ook de grondstoffenprijzen zullen zich waarschijnlijk niet koest houden als de mondiale groei solide is en de kortetermijnrente op de belangrijkste markten onder het inflatieniveau blijft.

In april zei het FOMC dat de inflatie „aan de lage kant” was. Het comité heeft die inschatting al aanzienlijk moeten bijstellen. De prijsstijgingen zullen moeten afnemen, zoals de centrale bank vurig hoopt, want anders moet de Federal Reserve hard gaan nadenken over een renteverhoging om de inflatie weer veilig binnen de perken te kunnen houden.

Martin Hutchinson

Vertaling Menno Grootveld