Indonesische first lady tegen poepen in rivier

De Indonesische presidentsvrouw Ani Yudhoyono heeft ontdekt dat ze in een ontwikkelingsland woont.

Tijdens een bijeenkomst over hygiëne in Jakarta ging ze uitgebreid in op een vaak onbesproken probleem van haar arme medeburgers: het gebrek aan wc’s. „Op het moment doet nog altijd 30 procent van de Indonesiërs zijn grote boodschap op de verkeerde plek, omdat we een gebrek aan toiletten hebben.”

De first lady van het grootste moslimsland ter wereld maakt zich zorgen om het feit dat veel landgenoten zijn aangewezen op de natuur om hun behoeften te doen. Zeventig miljoen Indonesiërs poepen dagelijks in de rivier.

In dorpen in het hele land belanden uitwerpselen op deze manier in het water dat bewoners ook weer gebruiken om zich te wassen, hun vaat af te wassen, en soms om te drinken. „Dat wordt in sommige dorpen als normaal gezien, maar het kan zorgen voor een dreiging van gevaarlijke bacteriën”, zo observeerde Ani Yudhoyono.

De helft van de ruim 245 miljoen Indonesiërs heeft geen toegang tot schoon water, zei Yudhoyono. Zij riep regionale leiders op hier verbetering in te brengen. De regering begint een programma om kinderen te leren niet overal naar de wc te gaan. Daarnaast kondigde zij meer inspanningen aan voor toegang tot schoon water, en een programma voor het zuiveren van water.

De Wereldbank schatte in 2006 de kosten van de gebrekkige hygiëne in Indonesië op 6,3 miljard dollar per jaar.

Wereldwijd zouden zo’n 2,6 miljard mensen zonder toilet leven, ruim een op de drie wereldburgers. De Verenigde Naties stelden in 2006 vast dat hierdoor 1,8 miljoen kinderen per jaar doodgaan aan diarree.