Ik probeer alles wat ik niet kan

Yoeri Guépin was dé ontdekking in het kookprogramma Topchef.

Hij werd tweede, maar wil eigenlijk geen kok worden omdat hij kunstenaar is.

Tien topchefs op een rij. De één poseert met een staafmixer. Een ander zwaait met een mes. Weer een ander houdt een struikje kruiden omhoog. Yoeri Guépin propt voor de fotograaf een wortel, een ui, een peper, een aardappel, en een stronk lof in zijn mond. Even proberen hoeveel er in één keer naar binnen kan.

En zo probeerde Yoeri Guépin (28) in de afgelopen serie van Topchef voortdurend van alles. Met varkensbuik, Wagyu, met wakame.

In het programma werd gekookt om de titel Topchef 2011. Dagelijks vielen er kandidaten af: omdat ze „balans misten”, „verfijning”. Omdat de „cuisson” niet optimaal was. En waar was toch dat bittertje?

Maar Yoeri Guépin haalde de finale (en verloor die net). Hij werd al in de eerste aflevering benoemd tot dé ontdekking. Eén voor één kookte hij de andere kandidaten de wedstrijd uit. En dat terwijl hij helemaal geen kok wil zijn.

Guépin ziet zichzelf als kunstenaar. Hij maakt performancekunst. Filmpjes waarin hij steeds opnieuw het onmogelijke probeert: kanoën in zijn atelier, peddelend de trap af, en op een stoel gaan zitten die verticaal tegen de muur is geplaatst.

Dat moet je uitleggen. Hoe komt een kunstenaar bij Topchef?

„Ik ben vorig jaar in juli afgestudeerd aan de HKU (kunstopleiding in Utrecht). Ik heb sindsdien veel exposities gehad en ik ben genomineerd voor verschillende prijzen. Alleen in december en januari had ik niets te doen. Mijn vriendin zag toen de oproep voor Topchef en vond dat ik mee moest doen. Ik twijfelde, maar omdat een vriend in Hilversum de avond voor de auditie een feestje gaf, dacht ik: dat kan ik wel met die screening combineren.”

Je nam het niet zo serieus?

„Ik had een kater. Ik kwam een uur te laat. Ik kreeg een camera en moest een paar dingen over mezelf vertellen. In januari kon ik komen koken. Daar werd ik met zestig anderen voor het programma uitgekozen.”

Wat heb je gemaakt?

„Een forelletje, gevuld met venkel en een amandelvinaigrette met kappertjes.”

Uit je hoofd?

„Ja.”

Knap...

„Ach, ik heb op mijn achttiende de hotelschool gedaan. Een opleiding in Brugge, van één jaar. Echt old school. Je moet er nog zelf je konijntje uit elkaar halen. Je leert er werken met oesters, langoustines en met kreeft. Heel klassiek allemaal. Ik was daar verreweg de jongste. Daarna ben ik meteen als kok aan de slag gegaan. In een brasserietje in Middelburg.”

Waarom daar?

„Daar kom ik vandaan. Ik woonde door de week in Brugge, en in het weekend ging ik naar huis, naar moeders. Kon zij al mijn buizen strijken. Ik ben opgegroeid op een biologisch- dynamische boerderij. We hadden een rijkdom aan groente en vlees. Waar mijn vader stopte, ging ik verder: hij haalde het uit de grond en ik ging ermee de keuken in. Kok worden lag voor de hand, het ging allemaal vanzelf, spelenderwijs.”

Je wilde geen boer worden?

„Nee. (Lacht.) Die ambitie had ik niet. Ik wilde naar de stad – het tegenovergestelde van mijn ouders. Na anderhalf jaar in Middelburg wilde ik verder. Ik heb sollicitatiebrieven gestuurd. Naar alle sterrenzaken in Nederland. En in Utrecht werd ik aangenomen.”

Meteen een baan met status dus.

„Nou, ik ben begonnen als hulpje bij restaurant Karel de Vijfde. Ik was twintig. Ik dacht dat ik wel iets kon, maar ik had een enorm gebrek aan vaardigheden. Toen pas heb ik echt leren koken. Na een jaar had ik me opgewerkt tot chef de partie. Dan ben je de baas van één gedeelte in de keuken. Ik deed vooral de koude voorgerechten – de garde-manger. Na twee jaar begon het weer te kriebelen. Ik dacht: dit is ook het leven niet.”

Wat was dat voor leven?

„Vier dagen per week op stap in Tivoli. En dan wel gewoon de volgende dag fris in de keuken. Je wordt gedrild, ze breken je af en dan bouwen ze je weer op.”

Het was te zwaar?

„Ik miste mijn vrijheid. En er wroette iets daarbinnen. Al die dagen beulen, ik wilde me ook intellectueel gaan ontwikkelen. Dus toen ben ik boeken gaan lezen.”

Wat?

„Ik begon met Nietzsche. In de keuken begrepen ze er niets van. Ik denk dat sommige mensen ook wel geconfronteerd werden met hun eigen lege bestaan als ik ze dan een paar vragen stelde. Zij dachten vooral aan zoveel mogelijk geld verdienen. Ik vind dat onzin. Dat je geld gaat verdienen om vervolgens vrije tijd te kopen. Dan verdien ik liever geen fuck zoals nu – maar heb wel de vrijheid. Ik ben toen op advies van mijn moeder naar de kunstacademie gegaan.”

En?

„Het voelde als een enorme bevrijding. In dat koken was ik succesvol. Als drieëntwintigjarige had ik mezelf een redelijk signatuur aangemeten. Vegetarisch, licht en fris. Het is heerlijk om iets los te laten waar je succesvol in bent.”

Dat doe je ook in je kunst. Steeds iets proberen wat je niet kunt.

„Ik probeer mijn improvisatievermogen tot het uiterste te drijven. Je zou kunnen zeggen dat koken en performance heel dicht bij elkaar liggen. Zeker zo’n aflevering van Topchef. Je wordt uitgedaagd om in een korte tijdspanne heel erg creatief te zijn. Alle radertjes in je hoofd moeten gaan draaien. Ik wilde kijken hoever ik kon komen.”

Het experiment was belangrijker dan het winnen van de prijs?

„Ik was zwaar teleurgesteld in de prijs. ‘Chef de partie in een gerenommeerd restaurant’. Ik dacht: ja leuk – dat was ik op mijn drieëntwintigste al. Ik had niet de ambitie om weer zulke lange dagen voor iemand anders te gaan werken.”

Wat had je dan in gedachten?

„Tienduizend euro ofzo. Een nieuwe keuken misschien? In Frankrijk krijgt de winnaar van Topchef 100.000 euro. Hier win je alleen een baan. Geloof mij: een beetje kok heeft zo een baan. Ik heb sinds het programma al genoeg aanbiedingen gekregen.”

Waarom ben je niet gestopt toen de prijs bekend werd?

„Ik had het gevoel alsof ik op een podium was gestapt waar ik niet meer vanaf kon. Achter de schermen werd gezegd: kom op, kijk het nog een weekje aan. En natuurlijk, je laat je paaien, een beetje narcistisch is het misschien wel. Als het goed gaat wordt je ego gevoed. Ik kreeg wroeging toen ik dichterbij de finale kwam. Ik wilde die prijs helemaal niet. Dat heb ik ook eerlijk gezegd.”

Werk van Yoeri Guépin is te zien in Praag van 30 juli t/m 1 sept., www.startpointprize.eu, en van 8 sept. t/m 6 okt. in TENT Rotterdam www.tentrotterdam.nl