Ik moet de rechtbank een compliment maken

Wilders is verheugd over de vrijspraak, maar is het niet met alle uitspraken van de rechter eens.

„Haatzaaiartikelen moeten uit het wetboek van strafecht.”

Het kostte hem „bakken met tijd” en leverde „enorm veel stress en ellende” op. Maar of het hem echt bakken met geld heeft gekost wil hij niet zeggen. Het proces tegen Geert Wilders bezorgde de verdachte wel „een tweede baan”. Zo voelde dat althans. „Ik vroeg me elke morgen weer af wat ik verkeerd had gedaan. Heb ik een bank of zo beroofd?”

Geert Wilders is gisteren vrijgesproken van groepsbelediging en aanzetten tot haat en discriminatie. Een paar uur nadat het vonnis is voorgelezen, vertelt hij op zijn werkkamer in Den Haag dat er „een loden last” van zijn schouder is gevallen. „Ik heb altijd geloofd in vrijspraak maar je kunt er nooit helemaal op vertrouwen. Het is gelukkig goed afgelopen.”

Toch wordt hier in Den Haag gezegd: stiekem vindt hij het jammer dat hij nu het martelaarsschap ontloopt?

„Daar kan ik echt kwaad om worden. Ik zou bijna zeggen dat ik er moord voor over had gehad om dit te voorkomen. Er hing toch heel wat boven mijn hoofd. Stel dat het anders was gelopen: dan was ik veroordeeld voor haatzaaien, was de vrijheid van meningsuiting twee eeuwen terug gezet en was ik de helft van alle landen niet ingekomen. Dat zou ik heel erg hebben gevonden. Ik wil mijn ding in de wereld blijven doen, speeches houden over de islam en over vrijheid van meningsuiting, op zoek gaan naar gelijkgestemden. Bovendien: ik heb nooit een probleem gehad met publiciteit. Van de 100 keer zeg ik 99 keer nee tegen verzoeken. Dat is nooit mijn drijfveer geweest.”

U had vaak kritiek op rechters, die allemaal lid van D66 zouden zijn. Nu bent u toch vrijgesproken.

„Ik heb veel kritiek op het rechtsbestel. Maar ik moet deze rechtbank wel een compliment maken.”

Toen het gerechtshof in 2009 besliste dat u vervolgd moest worden zei u: dit is bananenrechtspraak. Het Hof had de lagere rechters „een dwangmatige oekaze” opgelegd. Dat viel dus wel mee?

„Het siert deze rechters dat ze mijn ongelijk hebben bewezen. Ze hebben het lef gehad om die oekaze niet te volgen. Hulde daarvoor.”

U hebt dus weer iets meer vertrouwen in de Nederlandse rechtspraak?

„Zeker. Maar niet in het Hof. Ik hoop dat Tom Schalken en zijn kompanen nu hun lesje hebben geleerd.”

Maar dat een gerechtshof bevel geeft om te vervolgen is toch een onderdeel van ons rechtsysteem?

„Ja. Maar vriend en vijand maakten gehakt van de beschikking van het Hof. De inhoud van dat vonnis was eerder niet voorgekomen. Ik werd neergezet als iemand die al schuldig was.”

Waarom was nou dat etentje met rechter Tom Schalken en arabist Hans Janssen in dit proces zo belangrijk?

„Janssen was één van onze weinige getuige-deskundigen die was gehonoreerd. Dat de rechter met hem over de zaak had gesproken, dat was ongehoord. We hebben toen niet gezegd dat het hele proces de prullenbak inmoest. We wilden gewoon de waarheid boven tafel hebben. Er is een poging gedaan om een getuige te beïnvloeden. Dat is bananenrechtspraak.”

Janssen heeft gezegd dat hij helemaal niet was beïnvloed. De kwestie had dus geen echte invloed op de procesgang?

„Volgens mij was er wel sprake van invloed. Het was onprofessioneel. Ik wind me er nog over op.”

De rechter spreekt u vrij, maar de rechter zegt ook dat u choqueert, dat u denigrerende en grove uitlatingen deed.

„Je moet als politicus op het scherpst van de snede kunnen debateren. Anders wordt het één grijze massa. Dat geldt ook voor opinieleiders, cartoonisten, columnisten. Daarom vind ik dat de haatzaaiartikelen uit het wetboek van strafecht moeten.”

Choqueren oké, maar moet je ook grof zijn of denigrerend zijn?

„Er is geen verbod op grofheid. Ik ben het ook niet met het vonnis eens dat ik over een bepaalde lijn ben heengegaan. Maar ik ga niet in hoger beroep. Don’t worry. Mensen zeggen altijd: je hebt er wel goed over nagedacht of je opmerkingen juridisch konden. Dat heb ik nooit gedaan. Ik heb altijd gezegd wat ik vond. Hoe vaak moet ik het nog zeggen: ik heb een probleem met de islam, niet met moslims”

Waar moet dan de grens liggen?

„Bij het aanzetten tot geweld. Haatzaaien is niet te definiëren. Wat is dat, haat? Ik haat niemand. Ik ben vergeleken met Mladic, met Hitler, met Stalin. Ik vind dat walgelijk en vervelend, maar ik zal er nooit aangifte tegen doen. Is het geen haatzaaien als ze mij of PVV’ers vergelijken met nazi’s?”

U doet dat niet tegen de islam?

„De islam is toch geen mens? Ik spreek alleen over een ideologie met een religieuze component.”

Er zijn mensen die dat opvatten als haatzaaien tegen moslims.

„De rechter heeft gezegd dat ik dat niet doe, en ik kan er niets aan doen dat mensen opvattingen hebben.”

De rechters zeggen dat u uw uitspraken mocht doen omdat ze in een maatschappelijke context werden gedaan. Dat zou kunnen betekenen dat u over tien jaar wel wordt veroordeeld.

.„Daar maak ik me niet druk om. Ik denk dat ik niet naast mijn schoenen loop als ik zeg dat ik aan die context heb bijgedragen. Dus kan het niet aan tijd gebonden zijn.”

Nu bent u bijna geaccepteerd als regeringspartner, de rechter accepteert uw meest vergaande uitspraken. U bent gewoon een onderdeel van de maatschappelijk, politieke elite.

„Ik ben er trots dat de PVV onderdeel is van de politieke samenwerking. Ik ben verheugd dat ik ben vrijgesproken. Ik krijg dingen voor elkaar voor mijn kiezers. Dat is niet elitair maar gewoon goede politiek.”