Hockey is tien kilo lichter geworden

Sommige dingen veranderen nooit. In het internationale hockey strijden landen als Nederland, Argentinië, Duitsland en Australië traditiegetrouw om de medailles.

Dat wil niet zeggen dat de sport heeft stilgestaan. In tegendeel: vergeleken met tien jaar geleden is het hockey tien kilo lichter geworden. De spelers zijn veel fitter geworden.

Toen ik zelf speelde, in de jaren negentig, dronk je na de training een biertje. Nu nemen spelers na de training een hersteldrankje, omdat ze de volgende dag weer moeten trainen. Toen ik tien jaar geleden coach was van Spanje trainden we vier keer in de week. Later bij het Nederlands elftal was dat soms al tien keer per week.

Inmiddels zie je louter fitte, afgetrainde spelers die fulltime voor het hockey gaan. Ze kunnen er nu hooguit een studie naast doen.

Dat hockeyers fitter werden was ook noodzakelijk. De sport is de afgelopen jaren veel sneller geworden, mede door nieuwe regels als de self-pass. Wie niet topfit is houdt het tempo nooit vol.

Mede door het toegenomen fysieke belang hebben landen als China en Zuid-Korea snel aansluiting gevonden. Toch is het voor hen nog een hele stap naar de topdrie, wegens hun technische achterstand. Op technisch gebied ligt Nederland nog steeds ver voor, omdat kinderen al heel jong gaan hockeyen. En een wedstrijd kun je niet alleen winnen met hard rennen.

Toen ik zelf nog coach was dacht ik altijd: Zuid-Korea komt dichterbij. Maar later heb ik pas begrepen dat ze bij de vrouwen een groot probleem hebben: Koreaanse vrouwen van 25 of 26 jaar gaan trouwen en stoppen met hockey, omdat ze het huishouden moeten doen. Als dat verandert sluiten ze aan bij de topdrie, verwacht ik.

De internationale hockeyfederatie doet hard zijn best om landen als Rusland, Amerika en China aan het hockeyen te krijgen. Maar makkelijk is dat niet, zonder hockeycultuur.

Ik denk dat de kans groot is dat over twintig jaar Nederland, Argentinië, Australië en Duitsland nog steeds de dienst zullen uitmaken tijdens de Champions Trophy. Misschien kunnen Groot-Brittannië en Nieuw-Zeeland aanhaken. Vooral de Olympische Spelen in Londen zijn een enorme boost voor het Britse hockey, maar ik vind dat zij nog te veel fysiek trainen, en te weinig op techniek.

Is het slecht voor de sport, dat een aantal traditionele landen domineert? Ik denk het niet. In elke sport zie je die dominantie bij bepaalde landen, omdat ze nu eenmaal een traditie hebben, zoals Denemarken in het handbal.

Nederland zal dat altijd houden in het hockey en ik verwacht dat het nog zal worden versterkt. Zeker na de olympische titel van Peking zie je heel veel meisjes gaan hockeyen. De clubs hebben zelfs lange wachtlijsten. Speelsters als Minke Booij, Fatima Moreira de Melo en Sophie Polkamp hebben de sport een sexy imago gegeven. Hockey is hot voor meisjes. Daar komt in 2014 nog het WK in Den Haag overheen. Over tien jaar hebben we een enorme vijver om uit te vissen.

Daarom denk ik dat Nederland de komende twintig jaar gegarandeerd is van een plek bij de beste drie. Eigenlijk moet dat ook wel als je zoveel hockeyers hebt, en zoveel kunstgras. Met een goede talentontwikkeling zou Nederland er zelfs nog veel meer uit moeten kunnen halen.

Marc Lammers

Marc Lammers is oud-bondscoach van het Nederlandse vrouwenhockeyteam. Onder zijn leiding won Oranje zilver op de Spelen van 2004 (Athene) en goud op de Spelen van 2008 (Peking).