Haat zaaien is niet te definiëren. Wat is dat, haat? Ik haat niemand

Geert Wilders is het niet in alle opzichten eens met het vonnis. Zo vindt Wilders bijvoorbeeld niet dat hij „over een bepaalde lijn heen” is gegaan. Want: „Er is geen verbod op grofheid.”

Het kostte hem „bakken met tijd” en leverde „enorm veel stress en ellende” op. Het proces tegen Geert Wilders bezorgde de verdachte „een tweede baan”. Zo voelde dat althans. „Ik vroeg me elke morgen weer af wat ik verkeerd had gedaan. Heb ik een bank of zo beroofd?”

Geert Wilders is gisteren vrijgesproken van groepsbelediging en aanzetten tot haat en discriminatie. Een paar uur nadat rechtbankvoorzitter Marcel van Oosten het vonnis heeft voorgelezen, vertelt hij op zijn werkkamer in Den Haag dat er „een loden last” van zijn schouders is gevallen. „Ik heb altijd geloofd in vrijspraak maar je kunt er nooit helemaal op vertrouwen. Het is gelukkig goed afgelopen.”

Toch wordt hier in Den Haag gezegd: stiekem vindt hij het jammer dat hij nu het martelaarschap ontloopt?

„Daar kan ik echt kwaad om worden. Ik zou bijna zeggen dat ik er een moord voor over had gehad om dit te voorkomen. Er hing toch heel wat boven mijn hoofd. Stel dat het anders was gelopen: dan was ik veroordeeld voor discriminatie en haat zaaien, was de vrijheid van meningsuiting twee eeuwen teruggezet en was ik de helft van alle landen niet ingekomen. Dat zou ik heel erg hebben gevonden. Ik wil mijn ding in de wereld blijven doen, speeches houden over de islam en over vrijheid van meningsuiting, op zoek gaan naar gelijkgestemden. Bovendien: ik heb nooit een probleem gehad met publiciteit. Van de honderd keer zeg ik negenennegentig keer nee tegen verzoeken. Dat is nooit mijn drijfveer geweest.”

Toch leek u de zaak wel te rekken. Uw advocaat Bram Moszkowicz liet de rechters veel uit het dossier voorlezen, u wilde veel getuigen horen. Dat voedt de gedachte dat u het een langer en groter proces hebt willen maken.

„Dat is niet waar. Ik heb inderdaad achttien getuigen gevraagd. De rechters hebben er maar drie toegelaten. Dat verwijt ik de rechtbank nog steeds. Die drie mochten niet publiekelijk gehoord worden, maar achter gesloten deuren. Dan is toch logisch dat we vragen om die verklaringen voor te lezen. Want de buitenwereld had die processtukken niet.”

U heeft veel kritiek op rechters, die allemaal lid van D66 zouden zijn. Nu bent u toch vrijgesproken.

„Ik heb veel kritiek op het rechtsbestel. Maar ik moet deze rechtbank wel een compliment maken.”

Toen het gerechtshof in 2009 besliste dat u vervolgd moest worden zei u: dit is bananenrechtspraak. Het hof had de lagere rechters volgens u ‘een dwangmatige oekaze’ opgelegd. Dat viel dus wel mee?

„Het siert deze rechters dat ze mijn ongelijk hebben bewezen. Ze hebben het lef gehad om die oekaze niet te volgen. Hulde daarvoor.”

U hebt dus weer iets meer vertrouwen in de Nederlandse rechtspraak?

„Zeker. Maar niet in het hof. Ik hoop dat Tom Schalken en zijn kompanen van het hof nu hun lesje hebben geleerd.”

Maar dat een gerechtshof bevel geeft om te vervolgen is toch een onderdeel van ons rechtssysteem?

„Ja. Maar vriend en vijand maakten gehakt van de beschikking van het hof. De inhoud van dat vonnis, want het was eigenlijk een vonnis, was eerder niet voorgekomen. Ik werd neergezet als iemand die al schuldig was.”

Waarom was nou dat etentje met rechter Tom Schalken en arabist Hans Jansen in dit proces zo belangrijk?

„Jansen was een van onze weinige getuige-deskundigen die was gehonoreerd. Dat de rechter met hem over de zaak had gesproken was ongehoord. We hebben toen niet gezegd dat het hele proces de prullenbak inmoest. We wilden gewoon de waarheid boven tafel hebben. Er is een poging gedaan om een getuige te beïnvloeden. Dat is bananenrechtspraak.”

Jansen heeft gezegd dat hij helemaal niet was beïnvloed. De kwestie had dus geen echte invloed op de procesgang?

„Volgens mij was er wel sprake van invloed. De rechters waren het niet met ons eens dat hierdoor het proces nietig was, maar Schalken kreeg wel een draai om de oren. Dat hij nu beschadigd is heeft hij helemaal aan zichzelf te danken. Het was onprofessioneel. Ik wind me er nog over op.”

De rechter spreekt u vrij, maar de rechter zegt ook dat u choqueert, dat u denigrerende en grove uitlatingen deed.

„Je moet als politicus op het scherp van de snede kunnen debatteren. Anders wordt het één grijze massa. Het is een taak van een politicus om te agenderen, om zaken aan de kaak te stellen. Dat geldt ook voor opinieleiders, cartoonisten, columnisten. Die moeten net als politici kunnen zeggen wat ze vinden.”

Choqueren oké, maar moet je ook grof zijn of denigrerend?

„Er is geen verbod op grofheid. Ik ben het ook niet met het vonnis eens dat ik over een bepaalde lijn ben heengegaan. Maar ik ga niet in hoger beroep. Don’t worry. Mensen zeggen altijd: je hebt er wel goed over nagedacht of je opmerkingen juridisch konden. Dat heb ik nooit gedaan. Ik zeg wat ik vind. Hoe vaak moet ik het nog zeggen: ik heb een probleem met de islam, niet met moslims.”

Waar moet dan de grens liggen?

„Bij het aanzetten tot geweld. Haat zaaien is niet te definiëren. Wat is dat, haat? Ik haat niemand. Ik ben vergeleken met Mladic, met Hitler, met Stalin. Ik vind dat walgelijk en vervelend, maar ik zal er nooit aangifte tegen doen. Is het geen haat zaaien als ze mij of PVV’ers vergelijken met nazi’s?”

U doet dat niet tegen de islam?

„De islam is toch geen mens? Ik spreek alleen over een ideologie met een religieuze component.”

Er zijn mensen die dat opvatten als haat zaaien tegen moslims.

„De rechter heeft gezegd dat ik dat niet doe, en ik kan er niets aan doen dat mensen opvattingen hebben.”

De rechters zeggen dat u uw uitspraken mocht doen omdat ze in een maatschappelijke context werden gedaan. Dat zou kunnen betekenen dat u over tien jaar wel wordt veroordeeld.

„Daar maak ik me niet druk om. Het is een kip-of-eidiscussie. Ik denk dat ik niet naast mijn schoenen loop als ik zeg dat ik aan die maatschappelijke context heb bijgedragen. Dus kan het niet aan tijd gebonden zijn.”

Als Geert Wilders over tien jaar een roepende in de woestijn is, wordt hij veroordeeld.

„Of u, als u nog een keer een hoofdredactioneel commentaar maakt dat over de rand is. Dus daarom moet de vrijheid om te zeggen wat je vindt voor iedereen gelden, niet alleen voor politici. Daarom moeten de haatzaai-artikelen uit het Wetboek van Strafecht. Het voorstel van Femke Halsema om de immuniteit van politici uit te breiden voor politici buiten het parlement is een mooie stap. Maar niet genoeg. Alle burgers moeten kunnen zeggen wat ze vinden.”

Wat heeft dit proces gekost? Kreeg u veel financiële steun?

„Dat gaat u niks aan. Maar ik ben de mensen die betaald hebben wel dankbaar. Door hen had ik de beste advocaat van Nederland. Het mag duidelijk zijn dat ik het niet allemaal zelf kon betalen.”

Nu bent u bijna geaccepteerd als regeringspartner, de rechter accepteert uw meest verregaande uitspraken. U bent gewoon een onderdeel van de maatschappelijke, politieke elite?

„Ik ben er trots op dat de PVV deel is van de politieke samenwerking. Ik ben verheugd dat ik ben vrijgesproken. Ik krijg dingen voor elkaar voor mijn kiezers. Dat is niet elitair, maar goede politiek. Ik kan me daar weer op richten. Ik heb weer één baan.”