Gelukkig: algehele vrijspraak voor Wilders

In een rechtszaak waarvan het beter was geweest als hij nooit zou zijn aangespannen, heeft de Amsterdamse rechtbank politicus Geert Wilders (PVV) gisteren vrijgesproken. Dat is niet verrassend, gelet op de eis hiertoe van het Openbaar Ministerie, maar het lucht wel op. Al was het maar omdat aan dit proces, dat zich veel te lang heeft voortgesleept, nu een einde is gekomen.

De vrijspraak geldt voor alle punten waarop Wilders was beschuldigd. Die luidden letterlijk: groepsbelediging van mensen (moslims) wegens hun geloof, het aanzetten tot haat tegen en discriminatie van mensen (moslims en allochtonen) wegens hun godsdienst en het aanzetten tot haat tegen en discriminatie van mensen wegens hun ras.

Niet dat de rechtbank de uitlatingen van Wilders apprecieert. Ze zijn soms „grof en denigrerend” of hebben een „opruiend karakter” en Wilders heeft zich dan ook op „de grens van het strafrechtelijk toelaatbare” begeven. Maar de rechtbank oordeelt dat ze hetzij toelaatbare kritiek op een godsdienst, de islam, betroffen en niet de gelovigen zelf, hetzij, in het geval van Marokkaanse jongeren, werden gedaan in de context van een maatschappelijk debat, waaraan een politicus deelneemt. Dat doet de politicus qualitate qua en het is dan ook de politicus Wilders over wie het vonnis gaat.

De algehele vrijspraak is voor de hoofdpersoon een opluchting, zoals hij gisterochtend zelf liet weten, maar wellicht ook een meevaller. Tenslotte heeft Wilders in het verkiezingsprogramma van de PVV rechters betiteld als „D66’ers in toga” die bovendien aan „wereldvreemdheid” lijden. Met hun tegen de Amsterdamse rechters gerichte wrakingsverzoeken (eenmaal gehonoreerd, de tweede keer niet) leken Wilders en zijn advocaat bezig aan een schier eindeloos gevecht met de rechtsstaat, waarvan zij het functioneren in twijfel trokken. Wat de PVV-leider betreft stonden of vielen de kwaliteit en de geloofwaardigheid van de rechters met de vraag of hij al dan niet veroordeeld zou worden. Dat mag een aanmatigende houding worden genoemd.

Gelukkig oordeelde de rechtbank dat de vrijheid van meningsuiting hier zwaarder heeft gewogen dan de gevoelens van degenen die zich beledigd voelen door de grove uitlatingen van Wilders. Zoals dat ook steeds het standpunt van het Openbaar Ministerie is geweest. Wat dat betreft heeft Wilders, hoezeer hij ook zijn slachtofferrol vervulde, weinig te klagen over de zittende en staande magistratuur.

Laat de kiezers maar oordelen over opvattingen en uitlatingen van de PVV-leider en laat het debat met hem vooral plaatshebben op de plek waar dat hoort: de politieke arena. En laat de zaak-Wilders gisteren tot een einde zijn gekomen en niet voor herhaling vatbaar zijn.

Er kan een dikke streep onder.