Franco ligt bij verkeerde vrienden

Generaal Franco ligt in een praalgraf, met 34.000 doden van beide kanten uit de Spaanse Burgeroorlog. Nu speelt het verleden op. Moet hij er weg?

Fausto Canales was een peuter toen er op de deur werd geklopt, in een nacht in augustus 1936. Een maand eerder hadden Spaanse militairen een staatsgreep gepleegd tegen de linkse Republikeinse regering. In gebieden die onder nationalistische controle stonden, pakte het nieuwe bewind overal mensen met linkse sympathieën op. Zoals Fausto’s vader, een 29-jarige dagloner op het platteland van Ávila en lid van de socialistische vakbond. Het nachtelijke bezoek voerde hem meteen af. Met negen ‘rooie’ dorpsgenoten werd hij in een truck geladen en naar een ander dorp gereden. Daar werden ze bij dageraad in een greppel gefusilleerd en in een lege waterput gegooid.

Het was een moordpartij zoals die zomer bij duizenden werden aangericht. Driekwart eeuw later heeft Fausto Canales in Spanje een gevoelig nationaal debat ontketend. De resten van zijn vader, ontdekte hij enkele jaren geleden, liggen al decennia niet meer in die put maar honderd kilometer verderop, even buiten Madrid. Daar liggen ze op zo’n vijftig meter afstand van de man die Canales de „intellectuele dader van de moord op mijn vader” noemt: generaal Francisco Franco Bahamonde.

Franco besliste in 1939 de Spaanse Burgeroorlog en zou bijna vier decennia met harde hand regeren. Het jaar na zijn overwinning gaf Franco opdracht tot het aanleggen van de Vallei der Gevallenen. In een kale rots ten noorden van Madrid werd een 262 meter lange basiliek uitgehakt, deels door (politieke) gevangenen. Op de berg verrees een kruis van 150 meter.

Toen de Vallei na 19 jaar af was, presenteerde Franco die als symbool van nationale harmonie. In het bombastische bouwwerk liggen de resten van zeker 34.000 slachtoffers van beide zijden uit de Burgeroorlog. Zij werden eind jaren vijftig opgegraven op begraafplaatsen en uit anonieme massagraven en bij elkaar in kisten opgestapeld in de crypten van de basiliek. Voor het altaar ligt José Antonio Primo de Rivera, de tijdens de Burgeroorlog geëxecuteerde oprichter van Franco’s Falange-beweging. Erachter ligt Franco zelf, die in 1975 overleed.

Het debat over de vraag of de twee fascistische kopstukken in het moderne Spanje een praalgraf verdienen, laait geregeld op. Linkse Spanjaarden vinden dat niet passen binnen de democratie, nu 33 jaar oud. Het praalgraf is een schandvlek die zo snel mogelijk weg gepoetst moet worden. Sommigen betogen dat het kruis, dat vanuit de wijde omtrek te zien is, moet worden opgeblazen.

Rechts vindt dat het verleden met rust gelaten moet worden. Dat het monument er nu eenmaal staat. Dat de staat een katholiek gebedshuis niet zomaar kan sluiten. Voor een kleine groep franquisten, neofascisten en skinheads is de Vallei heilige grond. Zij gedenken er elk jaar op 20 november Franco’s sterfdag.

Fausto Canales heeft het debat op scherp gezet door met nazaten van tien andere Republikeinse slachtoffers, de staat te verzoeken hun dierbaren uit de Vallei weg te halen. „Toen ik ontdekte dat ze mijn vader daarheen hadden gebracht, voelde het alsof hij nog een keer was vermoord”, vertelt Canales op een terrasje nabij zijn huis in Madrid. „Mijn vader ligt daar als een oorlogsbuit in het mausoleum van een dictator en massamoordenaar. Hij moet daar weg.”

Van de regering van de socialistische premier Zapatero mocht Fausto’s groepering vorige zomer, begeleid door ambtenaren en forensische experts, de crypten in. Daar zagen ze dat een deel van de doodskisten door lekkages is aangetast. Uit sommige kisten zijn al botten gevallen. Volgens de regering maakt dit het „zeer moeilijk” om gericht resten weg te halen.

Om de kwestie op te lossen benoemde het kabinet eind mei een commissie van experts. Binnen vijf maanden moet die adviseren over een nieuw profiel voor het monument. „In het collectieve bewustzijn van de Spanjaarden blijft het een controversiële plek”, aldus de ministerraad. „Deze zou een nieuwe, breder geaccepteerde betekenis moeten krijgen, uitgaande van een geest van verzoening”.

Nu staan in de basiliek enkele bordjes, maar die vertellen alleen wat te zien is en niets over de regeerstijl van Franco, de ideologie van de Falange of de knekelkelder onder de kerkvloer. Een museum zou uitleg kunnen geven over de Republiek, over de oorlog, over de repressie en de dictatuur, over de transitie naar de democratie, bepleitte de minister van Cultuur eind vorig jaar. „Dan is het ook niet nodig dat kruis op te blazen.”

De vraag is of er ook nog een plekje voor Franco is. Deze maand werd Zapatero’s kabinetschef in een interview gevraagd of het klopt dat de commissie zal adviseren Franco weg te halen en naast zijn weduwe te leggen, op de Madrileense begraafplaats El Pardo. „Ik zou het geweldig vinden”, antwoordde de kabinetschef onomwonden. „Bij voorkeur met instemming van de familie Franco. Maar dit besluit moet uiteindelijk door de regering genomen worden.”

Carmen Franco liet meteen weten meteen dat zij tegen het verplaatsen van haar vader is. De vraag is of de regering ertoe besluit. Zapatero heeft weinig tijd. Uiterlijk april 2012 kiest Spanje een nieuw parlement. Daarna komt er bijna zeker een rechtse regering.

Het graf van Franco wacht zo een rol in de verkiezingscampagne. De socialisten zijn na drie jaar economische recessie uitermate impopulair. Linkse kiezers dreigen met honderdduizenden thuis te blijven. Een polemiek over de Vallei zou het socialistische electoraat misschien naar de stembus trekken.

„De regering begint er over om haar achterban tevreden te stellen. Ze heeft het liever hierover dan over de crisis”, meent Pablo Linares, voorzitter van de Vereniging voor de Verdediging van de Vallei der Gevallen. Deze groepering onderhoudt goede banden met de extreem-rechtse Nationale Stichting Francisco Franco. En vorige week had zij nog een persoonlijk onderhoud met Carmen Franco, vertelt Linares. Net als zij wantrouwt hij de bedoelingen en onafhankelijkheid van de commissie van experts.

Linares beaamt dat het felle debat over het monument bewijst dat de nationale verzoening die het volgens Franco had moeten symboliseren, nooit bereikt is. „Maar dat komt doordat links alles weer heeft opgerakeld. Zij willen de twee Spanjes in stand houden. Zij blijven praten in termen van winnaars en overwonnenen.”

Lang liet Spanje zijn recente geschiedenis onbesproken. Tijdens de dictatuur konden de Republikeinen zich amper hardop uitspreken. Om de overgang naar de democratie vreedzaam te laten verlopen, sloten franquisten en Republikeinen daarna een stilzwijgend ‘pact der vergetelheid’.

Maar begin deze eeuw verkruimelde de consensus. Republikeinse nabestaanden begonnen familieleden te zoeken in massagraven. De geschiedenis kwam tot leven. Tot verzoening of vergeving komt het niet. Links en rechts vechten over historische feiten en ze geven elkaar de schuld van de polarisatie. Rechts ziet het jaar 2004 als breekpunt, toen de socialisten na acht jaar oppositie weer gingen regeren. Premier Zapatero, wiens grootvader sneuvelde als Republikeins frontsoldaat, voerde kort na zijn aantreden een wet door om nabestaanden in hun zoektocht te steunen. Straatnamen, standbeelden en plakkaten uit de Franco-tijd verdwenen uit het straatbeeld.

Volgens Fausto Canales was dit hard nodig. „Er moest én moet meer aandacht komen voor de geschiedenis van het verliezende kamp.” Het opnieuw vormgeven van de Vallei kan daaraan bijdragen, hoopt hij. De strijd om zijn vader er weg te krijgen zal hij niet staken. Zijn moeder overleed in 2005, op 99-jarige leeftijd. „Zij heeft de vader van haar kinderen na die noodlottige nacht nooit meer gezien. Ik wil hem naast haar kunnen leggen.”

Merijn de Waal