Etnische zuiveringen in Noord-Soedan

Aan de vooravond van de splitsing van Noord- en Zuid-Soedan richten leger en milities zich tegen de Nuba-stam. Oorlog dreigt. „Er is een groot offensief ophanden.”

„De Nuba’s zijn het doelwit. Er vinden etnische zuiveringen tegen ons plaats in Zuid-Kordofan”. Daniel (niet zijn echte naam) en zijn vier kinderen en vrouw verborgen zich drie dagen lang angstig onder hun bedden. Ze zagen hun stamgenoten wegvluchten voor plunderende Soedanese regeringssoldaten en aan hen gelieerde milities. Ze hoorden over executies van familieleden en waren geschokt hoe vredessoldaten van de VN nalieten hun effectieve bescherming te geven.

Het relaas van Daniel, die deze week in de Zuid-Soedanese stad Juba arriveerde, komt overeen met wat mensenrechtenorganisaties al langer zeggen: het Noord-Soedanese regeringsleger voert sinds twee weken grootschalige wraakacties uit tegen het zwarte Nubavolk.

Daniel is een leraar in Kadugli, de hoofdstad van de olierijke regio Zuid-Kordofan in Noord-Soedan. De militaire acties door het Noord-Soedanese leger maken geen onderdeel uit van het conflict tussen Noord- en Zuid-Soedan, dat op 9 juli onafhankelijk wordt. Het is geen militair conflict tussen gewapende groepen. De zwarte Nuba-bevolking wordt een lesje geleerd, opdat ze hun plaats weten in het nieuwe gearabiseerde Noord-Soedan. Ze voerden, met hulp van de toenmalige zuidelijke Soedanese Volksbevrijdingsbeweging (SPLM), hun eigen oorlog tegen de regering in het noordelijke Khartoum, tussen 1988 en 2003.

Daniel was op zondag 5 juni bij het drukke busstation van Kadugli. zes uur ’s middags. „Al dagen hadden we militaire versterkingen uit Khartoum zien aankomen, er hing onheil in de lucht”, vertelt hij. Opeens klonk uit alle windrichtingen van de stad geweer- en artillerievuur. „Er werd overal geschoten maar nauwelijks gevochten. Rennen, rennen, jullie moeten rennen, riepen de regeringssoldaten bij het busstation. Paniek, iedereen vluchtte weg, ouderen werden vertrapt, kinderen raakten hun ouders kwijt.”

Een uittocht van Nuba-burgers in Kadugli was begonnen. Duizenden trokken de omliggende heuvels en bergen in, achtervolgd door gevechtsvliegtuigen. Volgens ooggetuigen gaan leden van Arabische milities van huis tot huis. Soms executeren ze Nuba’s. Geestelijken van de anglicaanse kathedraal in Kadugli berichten over vernietiging en plunderingen van hun kerk. Bewoners praten over massagraven voor Nuba’s. Buitenlandse hulporganisaties mogen er van de Noord-Soedanese overheid niet opereren. De Afrikaanse Unie gaf deze week een harde verklaring uit over de humanitaire situatie en Valery Amos, VN-ondersecretaris voor humanitaire zaken, noemde „het doelwit maken van een etnische groep verwerpelijk”.

Op 5 juni vonden er nog wat schermutselingen plaatst tussen noordelijke militairen en SPLM-soldaten, maar al snel ontvluchtten ook de Nuba-strijders van de SPLM Kadugli. De noordelijke regering zegt soldaten van de zuidelijke SPLM te ontwapenen. Talrijke bronnen in Kadugli vertellen echter dat de SPLM-soldaten geen zuiderlingen zijn maar Nuba’s die tijdens de noord-zuidoorlog van 1983 tot 2005 samenwerkten met de zuiderlingen, maar hun eigen strijd voerden in Noord-Soedan. De Nuba’s eisten nooit, zoals de zuiderlingen, hun onafhankelijkheid op.

De Egyptische VN-vredestroepen hebben onvoldoende bescherming gegeven aan de Nuba’s. Eerder deze week haalden regeringssoldaten zes Nubamedewerkers van de VN uit een konvooi van 23 mensen. Volgens ooggetuigen haalden regeringssoldaten enkele Nuba’s uit het VN-kamp weg om hen te executeren. VN-medewerkers van Nuba-afkomst die naar hun VN-kamp vluchtten, moesten van de VN-soldaten hun kinderen buiten de omheining achterlaten. „De Egyptenaren doen niets, er doen verhalen de ronde dat ze impliciet betrokken zijn bij de moordpartijen”, zegt in Juba John Ashworth, een Soedanexpert en adviseur van talrijke kerkelijke organisaties. „De VN-militairen hebben gefaald, ze komen hun kazernes niet uit.”

Ashworth gelooft dat de Soedanese president Omar al-Bashir alle grensgebieden stevig onder controle wil krijgen en er alle oppositie wil uitroeien aan de vooravond van Zuid-Soedans onafhankelijkheid. „Er dreigt een nieuwe oorlog in Soedan, niet tussen noord en zuid, maar in Kordofan binnen Noord-Soedan. Een groot offensief van het regeringsleger is ophanden.”

Duizenden Nuba’s houden zich nu in de bergen op. Volgens Ashworth bestaat de SPLM Nubafactie uit 30.000 goed bewapende strijders. Het noordelijke leger staat onder leiding van Bashir en Ahmed Haroun, de gouverneur van Zuid-Kordofan. Zij zijn beiden aangeklaagd door het Internationale Strafhof (ICC) in Den Haag wegens vermeende oorlogsmisdaden in de West-Soedanese regio Darfur.