De strippenkaart

Eerst zorgen dat je er eentje in je portemonnee hebt. Daarna bedenken dat je altijd een basisstrip moet meetellen. Dan ergens uitvogelen hoeveel zones je precies gaat reizen. En dan pas het juiste aantal strips afstempelen. Ideaal ding, zo’n strippenkaart.

Al zijn er enkele partijen in de Tweede Kamer – PVV en SP – die de strippenkaart zo ongeveer heilig verklaren, niet iedereen zal ongelukkig zijn dat de strippenkaart definitief wordt vervangen door de ov-chipkaart. De strippenkaart was naast weinig gebruiksvriendelijk ook fraudegevoelig. Bewust een zone te weinig afstempelen, bijvoorbeeld. Of een plakbandje op de kaart plakken, stempelen, en daarna de gestempelde gegevens weer eraf trekken. Of de tip die minister Schultz van Haegen (Infrastructuur en Milieu, VVD) zelf in een debat gaf: met transparante nagellak werkt ook heel goed. Mogelijkheden genoeg om onder betalen uit te komen. Zwartrijden nam met de komst van de strippenkaart snel toe. Sommige mensen deden alsof ze het niet begrepen, het zogenoemde grijsrijden. Minister Schultz zei in februari „dat met de strippenkaart vele malen meer wordt gefraudeerd dan met de ov-chipkaart”.

De strippenkaart werd 8 mei 1980 ingevoerd. Een strippenkaart met 15 strippen kostte bij de invoering vijf gulden (2,25 euro). Het idee achter de kaart was één kaart voor heel Nederland. Voor die tijd had elk vervoersbedrijf zijn eigen kaartje, dat je bij de chauffeur kocht. Reisde je het hele land door, moest je telkens een nieuw kaartje kopen.

Na ruim dertig jaar is het einde van de strippenkaart in zicht. Vanaf volgende week is de ov-chipkaart verplicht in Overijssel, Gelderland, Flevoland, Noord-Holland en Friesland. Een week later volgen Zeeland en Limburg. In Amsterdam, Rotterdam en Zuid-Holland is de strippenkaart al afgeschaft. Resten nog vier provincies die in de loop van dit jaar volgen. Veel gebruikers van de ov-chipkaart blijken snel te wennen, al heeft de kaart nog wat kinderziektes. Maar weinig mensen zullen rouwig zijn om het verdwijnen van de strippenkaart. Op een enkele strijder na, zoals PVV-Kamerlid Leon de Jong. Woensdag benadrukte hij het nog maar eens: „Ik heb de afgelopen periode ik weet niet hoeveel moties ingediend voor het behoud van de strippenkaart.” Tevergeefs.