De ontdekking van je eigen nietigheid

Dertigers willen groots en meeslepend leven.

Zonder te beseffen dat het leven een aaneenschakeling is van banaliteiten.

„Eind twintig, begin dertig en hoogopgeleid, dat is het recept voor ellende.” In Vrij Nederland was afgelopen week weer eens te lezen hoe de schijnbaar oneindige hoeveelheid aan keuzes bij dertigers kunnen resulteren in het dertigersdilemma: „Het opgejaagde gevoel dat je hier en nu moet bepalen hoe de rest van je leven eruit zal zien”. En dan wel een leven dat een beetje groots en meeslepend is, alstublieft. Aan het woord verschillende dertigers die kampen met paniekaanvallen, slapeloosheid en gevoelens van leegte – „is dit het nou?”

Het fenomeen werd een aantal jaar geleden door psycholoog Nienke Wijnants aan de UvA onderzocht, in 2008 verscheen haar boek Het dertigersdilemma. Daarin schreef ze over de verlammende werking van de veelheid aan keuzes die zich aandienen voor de dertiger, op het gebied van werk, relaties, kinderen. De verantwoordelijkheid om te kiezen ligt bij jezelf, en dat zorgt voor keuzestress.

Opvallende overeenkomst in het relaas van de dertigers die na te zijn ingestort een bezinningsperiode hadden ingelast, is de ontdekking van hun eigen nietigheid. Een jongen kan soms nog bang worden van de gedachte dat „we zo fucking klein zijn”. Een meisje bezweert haar angst om middelmatig te zijn: „Voor jou honderd anderen (...) Je bent uiteindelijk niet zo bijzonder”. Een andere geïnterviewde vraagt zich af waarom het allemaal zo groots en meeslepend moet. Zelf is ze echter vertrouwd met het verlangen, ze wil verschil maken, „rimpelingen nalaten”.

Het klinkt niet alsof deze mensen last hebben van de veelheid aan keuzes, maar van een gebrek aan realiteitszin. Ten eerste is die overvloed voor een deel schijn: het lijkt wel alsof je van alles kunt maar in werkelijkheid lopen veel mensen tegen de grenzen van hun kunnen en vinden ze talloze praktische obstakels op hun weg. Wie zou er niet eigenlijk stiekem iets heel anders willen doen? Heb je wél je droombestemming gevonden: in werk, liefde of anderszins, dan blijkt de werkelijkheid in veel gevallen weerbarstiger en saaier dan gedacht. Wie leeft er nu groots en meeslepend? Het leven, elk leven, is een aaneenschakeling van banaliteiten. Een baan is vaak gewoon een baan, liefde kent sleur en succes is hard werken.

Bovendien zijn er in de grote wereld een heleboel mensen die minstens zo talentvol zijn als jij. Je bent niet vanzelfsprekend een van de besten, en dat kan faalangst in de hand werken. Sommigen bijten zich vast in hun droom, werken zich kapot om tot de top te behoren en belanden met een burn-out in de ziektewet omdat het verwachte geluk uitblijft. Anderen vermommen hun angst als het onvermogen te kiezen en blijven op zoek naar hun heilige graal. Je hoort regelmatig dertigers die teleurgesteld zijn omdat ze geen grote passie of talent hebben. Terwijl het leven verder raast lopen ze vast in een nihilistische hel van zelfverklaarde waardeloosheid.

Ook volgens Nienke Wijnants is de praktische keuzestress niet zozeer het probleem maar het oppervlakkige symptoom van een dieperliggend, existentieel zingevingsvraagstuk: wie ben ik en waarom ben ik hier? Lastig te beantwoorden vragen, en eigenlijk, als je eerlijk bent, vragen waar je niet al te lang bij stil moet staan. Het zijn vragen die je stelt wanneer het roer om moet omdat het leven tegenvalt en je op een dood punt bent beland. Dat is nu precies het moment waarop je ze niet kunt beantwoorden: je leert jezelf kennen door te doen.

Onderzoeksbureau van Motivaction publiceerde onlangs het boek De grenzeloze generatie en de onstuitbare opmars van de B.V. IK. Het boek gaat over de generatie die tussen 1986 en 1995 geboren is, maar geeft evengoed een herkenbare beschrijving van de op drift geraakte dertiger. In het onderzoek staat beschreven dat jongeren extreem zelfverzekerd zijn over hun positie op de arbeidsmarkt, hogere eisen stellen aan werkgevers dan eerdere generaties en meer op zichzelf zijn gericht. Bijna 70 procent beschouwt zichzelf als een ‘heel bijzonder persoon’. Daar komt bij dat ze zichzelf overschatten, materialistisch zijn ingesteld, snel gefrustreerd zijn en een narcistisch zelfbeeld hebben.

Hoogleraar psychologie Jan Derksen noemt het de achterbankgeneratie (daar horen ook dertigers bij): kinderen die door hun ouders van hot naar her werden gereden en de hemel in werden geprezen vanuit de overtuiging dat je een kind tot grote hoogte stuwt wanneer het zichzelf maar geweldig vindt. Gevolg: een opgepoetst zelfbeeld dat niet strookt met de realiteit en een schok wanneer blijkt dat er in die werkelijkheid een heleboel even fantastische mensen bestaan met wie je het podium moet delen.

Volgens professor Derksen heeft de vertwijfeling van twintigers en dertigers ook te maken met de bovenmatige aandacht voor de aantrekkelijke buitenkant van het bestaan. Hij vertelt over een jongen die hij voorbij fietste op weg naar zijn werk: iPod luisterend, sms’jes versturend. Dat was wel anders dan toen de professor vroeger naar school fietste. Elke dag hetzelfde bekende stuk, zonder afleiding, rustig ronddobberend in zijn binnenwereld. Zonder zicht op die binnenwereld is het moeilijk aanvoelen wat je verlangens zijn. De gelukkigen onder ons zijn degenen die hun wensen kennen, daar een klein deel van weten waar te maken en vervolgens accepteren dat het ze nooit volledig zal lukken, aldus Derksen.

Een ander gevolg van het leven in een beeldcultuur is dat de realiteit tegenvalt. Een stage in het AMC heeft niks te maken met Grey’s Anatomy. De middelbare school niets met Beverly Hills 90210. Psychotherapie geven niets met In Therapy. Vroeg of laat staat de realiteit weer voor de deur. Leren leven (met jezelf) is een beetje als het verwerken van de klap die volgt op verliefdheid: na de eerste euforische periode blijkt je lief een gewoon mens. Ben je in staat tot houden van, of zoek je steeds de roes van verliefdheid op?

Marte Kaan (33) is freelance journalist en droomt van een carrière als briljant psychotherapeut, gevierd romanschrijver en immer geliefde moeder.