CPB: eerder pensioen kost 6 procent

De verhoging van de AOW-leeftijd is goed voor de schatkist en het toekomstige arbeidsaanbod in Nederland. Maar mensen die besluiten alsnog op hun 65ste met pensioen te gaan krijgen gemiddeld zes á zeven procent minder te besteden

Dat concludeert het Centraal Planbureau na een kwalitatieve doorberekening van het pensioenakkoord van het kabinet. In dit akkoord staan de verhoging van de pensioenleeftijd en een hervorming van de aanvullende pensioenen centraal.

In het pensioenakkoord wordt de AOW-leeftijd geleidelijk verhoogd: naar 66 in 2020 en 67 jaar in 2025. Het CPB plaatst daarom een kanttekening bij de berekening, het bureau acht de leeftijdsverhoging nog “onvoldoende verankerd” in het overheidsbeleid. Bovendien stelt het CPB dat er nog teveel vragen onbeantwoord blijven en verzoekt de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Henk Kamp, een kwantitatieve doorrekening te laten doen.