Acteren, wat is dat?

Op weg naar de Rabozaal in de Stadsschouwburg lopen we langs een rij schilderijen van acteurs. Zachte vormen. Mark Rietman vriendelijk impressionistisch, Hans Kesting afgebeeld in ontbloot bovenlijf. „Tsja, Hans Kesting,” zegt een vriendinnetje. „Die heeft dus echt nooit een shirt aan.”

Twee minuten later begint De Russen!, het podium is het dak van een New Yorks flatgebouw, knallende muziek, draaiende lichten en Hans Kesting komt oplopen en neemt een douche. Vriendinnetje sist: „Blijkbaar ook geen broek.”

De Russen! is een bewerking (door Tom Lanoye) van twee stukken van Tsjechov, Ivanov en Platonov, nu net in première gegaan op het Holland Festival. Duurt zes uur. Epic. De emoties zijn afwisselend schreeuwend hard en tergend impliciet en op de achtergrond zie je de mooiste, kleine dingen; Barry Atsma als dokter Nikolei, die stomdronken een trappetje oploopt, omvalt, zijn schoen verliest en vervolgens vijf minuten bezig is, die schoen weer aan te trekken. Marieke Heebink als stijve beroepsweduwe Babakina, die heel even, heel klein, een danspasje maakt terwijl de dronken Nikolei zo uit zijn dak gaat op de house.

Toch kijk ik vooral naar die ongewillige schoen van dokter Nikolei. Dat danspasje van Babakina.

Kort geleden verscheen Naar het theater, een bundeling interviews met acteurs door Kester Freriks. Het fijne van het boek is dat lang niet iedereen eruit komt, wat acteren nu is. Vaak hebben ze een goeie lezing van hun personages, Hedda Gabler, Jago, Lopakhin, vrouwe Macbeth, Mefistofeles, maar ergens stokt de taal; ze kunnen zelden uitleggen wat ze nu precies doen. Het is geen maniertje, uiteindelijk ook geen spel. Een rol, lijkt iedereen het over eens, ben je. Je doet jezelf als Hamlet. Hadewych Minis: „Op verdrietige maar ook gelukkige momenten is het toneelspel een voortdurende confrontatie met jezelf.. (..) Je kunt niet verdwijnen in een rol.” Gijs Scholten van Aschat: „Ik ben niet Richard III. Maar ik ben wel tot de ontdekking gekomen dat alle karakters die ik speel ook in mijzelf wonen.” Halina Reijn: „Uiteindelijk kwam ik erachter dat je alles uit jezelf moet halen, of je nu je oma speelt, of een dier of een ander mens.”

Ik zit op rij 8. Halina Reijn ziet er in het acht anders uit dan op tv. Knapper, rustiger, haar gezicht is slaperig kalm, egaal blank, alsof ze net is afgeschminkt. Ze zit op haar knieën in een chique jurk en onmogelijke hakken en huilt bijna, omdat haar man niet meer van haar kan houden en tegelijkertijd straalt ze, omdat zij nog steeds zo gelukkig van hem wordt.