Zelfdestructie van een wonderkind

Na twee jaar schorsing kan Thomas Dekker vanaf 1 juli terugkeren in het peloton. In het boek ‘Schoen genoeg’ vertelt hij tot in detail hoe zijn wereld instortte nadat hij op doping was betrapt.

Hoe diep moet de biechtende wielrenner door de knieën? Met een verhaal over eenmalig gebruik van het verboden eiwithormoon epo kwam de Duitser Erik Zabel in 2007 nog wel weg, maar Thomas Dekker twee jaar later niet meer. Na een dopingschorsing van twee jaar, die op 1 juli afloopt, gaat het voormalig wonderkind van het Nederlandse wielrennen een stap verder. Hij heeft presenteert vandaag in Amsterdam een boek (Schoon genoeg) en een EO-documentaire (Niemand kent mij, maandag 27 juni op tv) over zijn veelbelovende carrière én zijn dopegebruik. Hij hoopt op een nieuwe kans als renner, wellicht in de opleidingsploeg van Garmin (VS).

„De ambities die ik als jonge renner koesterde hebben me tot de verkeerde keuze gebracht: doping”, bekent Dekker (26) in de inleiding van zijn boek. „Ik heb er spijt van en de straf die de UCI [internationale wielerunie] me voor mijn vergrijp heeft opgelegd, was zwaar. Maar ik heb de twee jaar verbanning, hoe zwaar die me ook is gevallen, als terecht ervaren: wie zondigt, moet boeten. Ik hoop dat mijn verhaal jonge renners voor een verkeerde keuze behoedt. De verlokkingen van roem en geld kunnen je verblinden. Maar alleen hard trainen en alles voor je sport over hebben, leiden naar eerlijke topprestaties, prestaties die je niet dwingen weg te kijken als je voor de spiegel staat. Doping is een dwaallicht.”

Dekker vertelt in Schoon genoeg tot in detail hoe op 1 juli 2009 zijn wereld instortte. Fraaie successen als beginnend prof: eindzege in Tirreno- Adriatico en de Ronde van Romandië, uitblinker in de Tour van 2007 en de klassiekers in 2008. Lucratieve contracten, dure auto’s, huis in het Italiaanse Lucca. Een serieuze kink in de kabel, toen de UCI aan de Raboploeg in vertrouwen meldde dat Dekker afwijkende bloedwaarden had, dat hij „99 procent verdacht” was? Het leidde tot een crisis en een breuk in augustus 2008. Een jaar later vond hij bij Silence-Lotto de weg omhoog. Derde in een tijdrit in Zwitserland. Schoon, naar eigen zeggen en volgens zijn ploegleiding. Tot dat ene telefoontje van de UCI, vlak voordat hij wilde afreizen naar de start van de Tour – positief getest op dynepo, oude test, uit 2007.

Voor hem geen lange juridische strijd, zoals Jan Ullrich of Alejandro Valverde. Na een mislukte bekentenis over eenmalig gebruik sluit Dekker aan in een lange rij van zondaars die doping toegeven. Zonder het spektakel van spijtoptanten als Floyd Landis of onlangs Tyler Hamilton, die alles en iedereen meesleepten in hun eigen val. „Ik weet welke Nederlandse en buitenlandse renners epo gebruikten en van sommigen ook bij wie ze betrokken”, stelt Dekker. Openhartig is hij in zijn boek alleen over zichzelf. Daarbij laat hij in het midden of hij tegenover antidopingagentschap WADA meer openheid van zaken gaf, zoals van ‘herintreders’ wordt verwacht.

Mateloos, typeert Dekker zichzelf in het boek, dat behalve een bekentenis gelukkig ook mooie verhalen bevat over zijn carrière tot nu toe. Mateloos hard trainen als junior, achter de brommer van vader die vanmiddag het eerste exemplaar van het boek zou ontvangen. Mateloos pijn verbijten, schitterende successen, schelmenstreken én de zus van Ivan Basso. Maar, geeft hij toe, „mijn mateloosheid heeft ook een zelfdestructieve kant”. Zoals bleek na zijn schorsing, toen Dekker alle remmen losgooide in het uitgaansleven van Ibiza, Lucca, Milaan en Florence. Liefst veertien kilo kwam hij aan, „de cellulitis lilde op mijn buik”.

Uitgerekend de mateloze Dekker raakte tot drie keer toe een steun en toeverlaat kwijt. In 2004 overleed bondscoach Gerrie Knetemann. Zijn volgende baken, de Italiaanse trainer Luigi Cecchini, heeft volgens Dekker ten onrechte een dubieuze reputatie in de wielerwereld. En eind 2007 stopte Michael Boogerd, met hij een bijzondere band had. Is het toeval dat hij zijn bekentenis nauwgezet plaats in de tijd, in de uitloop van het seizoen 2007? „Ik twijfelde over mijn fysieke toestand, nam een beslissing die ik duur heb moeten betalen.”

Dekker begon als profrenner in 2005. Jonge renners hadden in die tijd de grootste moeite zich staande te houden in de „haaienvijver”, zoals toenmalig Rabo-directeur Theo de Rooij het noemde. Dekker stelt in Schoon genoeg dat hij om zich heen wel „opgevoerde motortjes” zag die „van alles gebruikten”. Zelf houdt hij zich eerst aan de lijn van de Raboploeg, waarvoor hij achteraf louter waardering heeft. Uitzondering vormt oud-renner en ploegleider Erik Dekker, die op weinig warme woorden kan rekenen. Genadeloos is hij over zijn voormalige manager Jacques Hanegraaf. „Een wolf in schaapskleren.”

Is dit boek het begin van de weg terug, kan Dekker ooit weer de mateloosheid terugvinden in training en opoffering? „Mijn jongensdroom, ik hoop hem op 1 juli 2011 voort te zetten”, schrijft hij. „Met een schone lei en met een schoon lijf. En sterker dan ooit.” Amen.

Thomas Dekker: Schoon genoeg. De Arbeiderspers. 18,95 euro.