Yoghurtijs met walnoten

Yoghurtijs met walnoten „Hoi, mijn naam is Stéphanie, en ik ben verslaafd aan kinderijs.” Als er een praatgroepje zou zijn voor mensen met een dergelijke verslaving, dan had ik inmiddels een vaste stoel toegewezen gekregen.

Neem nou dit stukje bijvoorbeeld. Dit stukje is grotendeels getypt met alleen mijn rechterhand. Niet omdat er iets mis is met de linkerkant, maar omdat die hand al in gebruik is door een knalgele ijslolly.

Zag u vandaag een bruinharig meisje van ergens in de twintig gelukzalig op een ijslolly knagen, dan bestaat de kans dat ik het was. Als de dame in kwestie ook nog een servetje om het ijsje had gewikkeld tegen koude handen, dan kan u er vrijwel zeker van zijn dat u een nrc next-columnist in het wild heeft gespot. Het ging mis na een recente ontdekking in het drankenpad van de supermarkt.

Tussen de light-limo en de vruchtensapjes lagen de vloeibare ijsjes in hun plastic omhulsel te wachten tot ze de tl-verlichting konden verruilen voor mijn duistere, koele vriesvak. Vroeger was ik ook al dol op ze, en na de adoptie van dat eerste pak is het weer ‘just like the old days’.

Inmiddels eet ik minstens drie van deze ijsjes per dag en ik verwacht dat naarmate de zon meer gaat schijnen, het aantal zal stijgen. Dat is ook gelijk het gevaar van thuiswerken, met een koelkast om de hoek wordt de verleiding al snel te groot. Omdat ik deze verslaving toch wel erg kinderachtig vind, besloot ik deze week een volwassen compensatie-ijsje te maken: honing-yoghurtijs met walnoten en een abrikozensaus. Want ik ben ten slotte al ergens in de twintig.

500 ml volle yoghurt

12 walnoten flinke eetlepel honing

4 abrikozen

30 gram poedersuiker sap van een halve citroen

Kraak de walnoten en hak ze met een scherp, stevig mes in kleinere stukken. Meng de noten met de honing en yoghurt en schep de yoghurt in (ijs)vormpjes. Zet de vormpjes in de vriezer en laat in maximaal vier uur bevriezen.

Ik heb zelf voor dit recept een siliconen muffinplaat gebruikt, waar je de ijsjes zo uit kan wippen.

Maak als het ijs bijna klaar is de abrikozensaus. Ontvel 3 abrikozen op dezelfde manier als je met tomaten doet. Snijd een kruis aan de bovenkant en dompel ze tien seconden onder in kokend water. Laat ze vervolgens schrikken in een bak koud water en je kunt met een mesje zo het velletje er af peuteren. Snijd ze door de helft en verwijder de pit. Pureer de abrikozen daarna samen met de poedersuiker, citroensap en 50 ml water tot een gladde saus ontstaat.

Haal de ijsjes uit de vormpjes, verdeel ze over een aantal mooie borden en schenk de saus er overheen. Snijd de laatste abrikoos in partjes en gebruik als garnering.

Stéphanie Versteeg

Maandag: Janneke Vreugdenhil, dinsdag: Menno Steketee, woensdag: Roos Ouwehand, donderdag: Stéphanie Versteeg, vrijdag: Joël Broekaert / Elsje Jorritsma.