Wat vooraf ging: een proces van anderhalf jaar

De klachten

Het Openbaar Ministerie (OM) kreeg naar aanleiding van Wilders’ film Fitna tientallen klachten binnen. Ook zijn optredens in de media leidden tot klachten. Enkele van de gewraakte uitspraken: „De kern van het probleem is de fascistische islam, de zieke ideologie van Allah en Mohammed zoals neergelegd in de islamitische Mein Kampf: de Koran.” En: „We hebben een gigantisch probleem met moslims, het loopt aan alle kanten de spuigaten uit.” Het OM besloot op 30 juni 2008 niet tot vervolging over te gaan, omdat Wilders’ uitlatingen wel beledigend waren , maar gedaan „binnen de context van het maatschappelijk debat”.

De beschikking

Een aantal klagers wendde zich vervolgens tot het Amsterdamse gerechtshof. Op 21 januari 2009 beschikte het hof dat het OM Wilders toch moest vervolgen. De rechters meenden dat vervolging kansrijk was en maatschappelijk geboden. Wilders zou een vijandbeeld scheppen dat „gevoelens van haat kan oproepen, gebaseerd op intolerantie, discriminatie en minachting”, aldus het hof. De raadsheren karakteriseerden Wilders’ uitlatingen als „eenzijdige, sterk generaliserende formuleringen met een radicale strekking, niet aflatende herhaling en een toenemende felheid”.

Het etentje

Op 3 mei 2010 zat Tom Schalken, een van de raadsheren van het Amsterdamse hof die de opdracht tot vervolging hadden gegeven, aan bij een etentje bij Midden-Oostendeskundige Bertus Hendriks. Ook te gast was arabist Hans Jansen, een door Wilders opgeroepen deskundige die drie dagen na het diner bij de rechter-commissaris moest getuigen. Jansen wilde vertrekken, maar bleef uiteindelijk. „Ik vroeg [Schalken] of ik in zijn bijzijn wel vrijuit kon spreken. Hij had immers al eerder iemand die over de islam gesproken had, voor de rechter gebracht”, schreef hij later op zijn blog.

De wraking

Het proces tegen Wilders begon op 4 oktober 2010. Wilders’ advocaat Bram Moszkowicz wraakte die dag de rechtbank omdat voorzitter Jan Moors zei dat Wilders „de discussie uit de weg ging”, omdat hij geen antwoord wilde geven op vragen. Dit wrakingsverzoek werd niet gehonoreerd. Jansen publiceerde zijn blogpost op 21 oktober. Toen Moszkowicz Jansen niet mocht verhoren naar aanleiding van wat deze had geschreven, wraakte hij de rechtbank opnieuw. Hij meende dat er sprake kon zijn geweest van het beïnvloeden van een getuige en vond dat dit uitgezocht moest worden. Deze keer ging de wrakingskamer akkoord met Moszkowicz’ verzoek. De hele zaak moest worden overgedaan.

Het proces

Op 14 maart 2011 begon het proces opnieuw. Moszkowicz betoogde dat het OM Wilders niet mocht vervolgen voor groepsbelediging op grond van „ras”. In de beschikking van het gerechtshof stond daar niets over, stelde hij. Datzelfde gold voor een vergelijking die Wilders zou hebben gemaakt tussen de islam en het fascisme. Het gerechtshof gaf volgens Moszkowicz alleen opdracht tot vervolging om uitspraken waarin de islam werd vergeleken met het nazisme. De rechtbank gaf de verdediging op dit laatste punt gelijk, maar besliste dat het OM voor de rest van de aanklacht wel ontvankelijk was.

Op 23 mei oordeelde de rechtbank dat door de aanwezigheid van Jansen en Schalken bij het etentje Wilders’ recht op een eerlijk proces niet geschonden was. De rechtbank vond wel dat de „door rechters te betrachten terughoudendheid in lopende zaken” Schalken ervan had moeten weerhouden met Jansen te spreken.

De inhoudelijke behandeling van de aanklacht tegen Wilders duurde uiteindelijk nog geen dag. Op 25 mei eiste het OM vrijspraak, de verdediging deed op 31 mei hetzelfde. De partijen die zich als benadeelden aan het proces hadden toegevoegd, vroegen om een schadevergoeding in geval van een veroordeling.