'Vrijwillig' bestaat voor banken niet

In de Europese hoofdsteden hebben bankiers gesproken over een vrijwillige bijdrage aan de Griekse schulden. „Wij hebben geen beeld bij de eventuele voordelen.”

Het lijkt een slimme zet van de politici, maar waarom zouden banken een vrijwillige bijdrage leveren aan de oplossing van het Griekse schuldenprobleem? Harald Benink, hoogleraar bankwezen en financiering aan de Universiteit van Tilburg, vindt dat de politici het Griekse probleem hiermee „ongelooflijk complex” hebben gemaakt. „Uiteindelijk komt de rekening toch bij de belastingbetaler terecht, maar dat durven de politici nu nog niet te zeggen.”

In de hoofdsteden van veel Europese landen zijn gisteren onderhandelingen begonnen met de financiële sector. De uitkomst is voor politici erg belangrijk in verband met een nieuw Europees steunpakket van 85 miljard euro dat Griekenland nodig heeft. De EU-ministers van financiën besloten afgelopen weekend – „onder druk van morrende kiezers”, zegt Benink – dat banken en verzekeraars een deel van de pijn moeten lijden. Voor de Tweede Kamer is dat zelfs een voorwaarde voor nieuwe hulp. De ministers van Financiën hebben afgesproken dat de financiële instellingen alleen op vrijwillige basis hoeven bij te dragen aan een nieuw Grieks hulppakket.

De vrijwilligheid is een prisoner’s dilemma, zegt Benink. „Iedereen moet meedoen. Degene die niet meedoet, kan daar een stevig concurrentievoordeel uithalen.” Deze eis is, volgens de Tilburgse hoogleraar, sowieso al erg lastig, omdat 12 procent van de Griekse obligaties in handen is van niet-Griekse banken. Veel beleggers verkiezen de anonimiteit.

Het scenario waartoe politici de financiële instellingen willen overhalen, is het zogenoemde doorrollen. Beleggers verlengen de looptijd van een obligatie wanneer die is afgelopen. Maar bankiers vrezen dat ze met die ‘nieuwe obligaties’ achter in de rij komen te staan mocht Griekenland failliet gaan. Het was één van de onderwerpen waarover in Parijs, Londen, Berlijn en Amsterdam is gesproken, weet een Nederlandse bankmedewerker. Dit probleem zou kunnen worden opgelost door de nieuwe obligaties een extra onderpand te geven of preferent van karakter te laten worden.

Maar het grote probleem is, volgens Benink, dat het niet een vrijwillige regeling zal zijn. Dat betekent dat een eventuele afspraak door de kredietbeoordelaars met de nodige argwaan zal worden beoordeeld. „Een bureau als Fitch weet ook wel hoe de hazen lopen”, zegt Benink. „Vrijwillig bestaat in dit geval niet niet, dus Fitch zal oordelen dat Griekenland failliet is.

„Er is een breed overleg met de banken gaande”, zei premier Mark Rutte gisteren in de Tweede Kamer. Maar na een eerste gespreksronde gisteren blijken de Nederlandse banken uiterst somber dat er een regeling komt waarbij zij samen met andere beleggers vrijwillig een bijdrage leveren aan de oplossing van het Griekse schuldenprobleem. „Op basis van economische argumenten is het niet logisch om hier in te stappen”, zegt een bankier die betrokken was bij de besprekingen. „Wij hebben geen beeld bij de eventuele voordelen”, laat een woordvoerder van de Rabobank weten.