Vicks-ijsbeer of de nrc.next-bokito

Bij de meeste dierentuinen kunnen bedrijven hun naam aan een verblijf of diersoort verbinden.

Blijdorp gaat dit nu bij individuele dieren doen.

Het is wachten tot chocolademaker Côte d’Or of spelletjesbedrijf Jumbo zich verbindt aan de Rotterdamse olifant Irma.

Diergaarde Blijdorp presenteert namelijk volgende week een nieuw sponsorplan waarbij bedrijven een dier naar keuze kunnen adopteren. Hoe dat precies werkt, wordt 30 juni bekendgemaakt. De dieren zelf zullen er niets van merken, benadrukt de diergaarde. Hun huisvesting en verzorging blijft onveranderd.

Helemaal nieuw is het idee niet. In 1996 werden de twee geboren ijsbeertjes gedoopt tot Winner en Taco, naar een ijsje van Ola, en adopteerde Sportfondsen Nederland het dwergnijlpaard Jip. Afgelopen december werd er, na veertien jaar, weer een ijsbeer geboren. Die kreeg de naam Vicks. Inderdaad, naar het bedrijf dat onder meer frisse keelpastilles maakt. Dat levert de dierentuin „een substantieel bedrag” op, aldus de woordvoerder.

Blijdorp probeert met het nieuwe sponsorplan extra inkomsten te verwerven. Dat is nodig, omdat de gemeente Rotterdam de jaarlijkse financiële bijdrage aan de dierentuin in vijf jaar tijd afbouwt van 4,5 miljoen euro tot 800.000 euro. Het voortbestaan in de huidige vorm komt in gevaar, want de inkomsten van bezoekers alleen zijn onvoldoende om de diergaarde te onderhouden en vernieuwen. Sponsorgelden, onder meer van hoofdsponsors Rabobank en Unilever, worden belangrijker. Met dit adoptieplan richt de diergaarde zich op het midden- en kleinbedrijf. Doel: 1 miljoen euro.

Andere dierentuinen hebben soortgelijke adoptieprogramma’s. Verschil is dat bij de meeste enkel diersoorten of verblijven kunnen worden geadopteerd, niet één dier speciaal. En Blijdorp laat de sponsoring veel explicieter zien. Waar andere dierentuinen op een bordje bij het dierenverblijf de bedrijfsnaam noemen, krijgen in Blijdorp ijsberen de naam van een ijs- of keelsnoepjesmerk. Dieren moeten geen reclamezuil worden, vinden ze bij Artis. „Ik begrijp heel goed dat Blijdorp op zoek moet naar nieuwe wegen om geld binnen te halen en ik wil het zeker niet veroordelen”, zegt Karel Greven, manager fondsenwerving bij Artis. „Maar een ijsbeer Vicks noemen gaat voor ons te ver. We willen de dieren niet commercieel gebruiken en hebben het daarom bijvoorbeeld liever niet over sponsoring. Dat is een naar woord als het om dieren gaat.”

Het adoptieprogramma van Artis bestaat al circa tien jaar en levert de dierentuin een half miljoen euro per jaar op. Het grootste deel van het totale budget à 19 miljoen euro komt uit de verkoop van toegangskaartjes. Het geld dat met adoptie binnenkomt, gaat op een grote berg. Adopteer je bij Artis een leeuw, zoals ING logischerwijs deed, dan steun je de dierentuin financieel. Met andere woorden: je geld kan naar lama’s, de tweevingerige luiaard of de restauratie van een verblijf gaan. „Anders zou de verdeling nogal oneerlijk zijn tussen de dieren, want pinguïns zijn erg populair”, zegt Greven.

Hetzelfde geldt voor het nieuwe sponsorprogramma van Blijdorp. Als een bedrijf zijn naam verbindt aan Bokito, gaat het geld wat hij daarvoor betaalt naar de hele dierentuin. Op 20 procent van het sponsorbedrag na. Dat wordt besteed aan een natuurbeschermingsproject en komt dus ten goede aan soortgenoten in het wild.

Dierenpark Emmen doet het net weer anders. De diersoorten die je kunt adopteren zijn ingedeeld naar zwaarte. Hoe groter het dier, hoe hoger het sponsorbedrag. Want een nijlpaard eet nu eenmaal meer dan een slingeraap. En wordt er geld gevraagd voor een speciaal project, dan gaat het geld ook echt naar dat project, zegt een woordvoerder. „Nu willen we een zachte vloer regelen voor onze olifanten waar ze lekker op kunnen liggen.”

De betalers van deze extra’s staan vermeld op een banier bij de ingang. Binnenkort wordt die vervangen door een grote tekening van het park met de namen van alle sponsors erin. In Artis moeten bedrijven het doen met een bordje van zo’n 5 bij 20 centimeter. De tijd van grote exposure met logo’s is voorbij, zegt Greven. „Het gaat er tegenwoordig meer om hoe je elkaar verder kunt helpen. Zo organiseren we één keer per jaar een netwerkbijeenkomst voor de adoptanten waar ze elkaar kunnen ontmoeten. Dat is interessanter dan logo’s plakken.”