Terugtrekking markeert andere aanpak oorlog

Obama laat zien dat hij durft af te wijken van het advies van van zijn generaals. Hij gaat in Afghanistan de aanpak volgen die vicepresident Biden al lang bepleitte.

In militair opzicht zal het begin van de terugtrekking van Amerikaanse troepen uit Afghanistan, die president Obama vannacht aankondigde, ingrijpende gevolgen hebben. Ook al gaat het dit jaar slechts om 10.000 van de 100.000 Amerikaanse militairen die nu in Afghanistan zijn, uiterlijk volgend jaar september gevolgd door nog eens 23.000 man, de terugtrekking markeert een verschuiving in de manier waarop de Amerikanen de oorlog voeren.

Toen Obama eind 2009 een nieuwe strategie aankondigde, stond centraal dat de Talibaan bestreden moesten worden door eerst voor veiligheid te zorgen in bevolkingscentra in gebieden – vooral in het zuiden – waar de opstandelingen in feite de dienst uitmaakten. Met dat doel stuurde Obama, op dringend advies van zijn generaals, ruim 30.000 extra manschappen naar Afghanistan. Zo zou het vertrouwen van de Afghaanse bevolking gewonnen moeten worden.

Sindsdien hebben de Amerikanen met deze zogeheten Counter Insurgency aanpak (COIN) wel resultaat geboekt, maar volgens militaire analisten nog niet genoeg om te kunnen vertrekken of de verantwoordelijkheid voor de veiligheid al over te dragen aan de Afghaanse leger- en politiemacht, die nu in hoog tempo wordt opgebouwd.

Ook de hoogste Amerikaanse militair in Afghanistan, generaal David Petraeus, wilde minder snel afbouwen. Nu zullen veel van de Amerikaanse troepen volgende zomer, als het vechtseizoen in volle gang is, bezig zijn met de voorbereidingen voor de terugtrekking. Petraeus had liever gezien dat ze dan de behaalde resultaten zouden kunnen bestendigen. Over dit verschil van mening met de president zal de generaal vandaag ongetwijfeld aan de tand gevoeld worden, als hij voor een senaatscommissie verschijnt in verband met zijn benoeming tot directeur van de CIA.

Met zijn besluit laat Obama de militairen zien dat hij van hun aanbevelingen durft af te wijken. Hij volgt nu de aanpak die vicepresident Biden al lang heeft bepleit. Niet alleen zal de operatie in het zuiden het nu met minder man moeten doen, het accent zal van bestrijding van Talibaan en opbouw van een vorm van bestuur in dat deel van het land, verschuiven naar bestrijding van terroristen in het onherbergzame oosten, bij de grens met Pakistan.

De anti-terreuroperaties vergen minder mensen en ze hebben een ander doel: niet meer het opbouwen van een Afghaanse staat, maar het voorkomen dat zich nieuwe bedreigingen voor de VS kunnen ontwikkelen. Sinds 2004, zeggen medewerkers van de president, is er eigenlijk al geen terreurdreiging uit Afghanistan meer.

De dreiging is nog altijd wél groot vanuit Pakistan, niet alleen omdat zich daar leiders van Al-Qaeda ophouden, maar ook omdat destabilisering van dat land veel ernstiger gevolgen kan hebben dan een instabiel Afghanistan.

Om invloed te houden op de situatie in Pakistan, en terroristen in Pakistan met ‘drones’ te kunnen blijven bestrijden, zullen de Amerikanen nog lang in het oosten van Afghanistan aanwezig moeten blijven. Maar hoe Afghanistan zich verder ontwikkelt, zal steeds meer een zaak worden voor de Afghanen zelf. De Amerikanen zoeken daar naar een voor hén acceptabele politieke oplossing, zoals blijkt uit het feit dat ze inleidende besprekingen met de Talibaan voeren over een manier om de oorlog te beëindigen. Of het Afghaanse leger in 2014 mans genoeg is om de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van het eigen land over te nemen, is nog hoogst twijfelachtig.