'Sadisten hebben onze moeder het hoofd afgehakt'

Dochters Evi en Een liepen alle Indonesische instanties af om hun moeder te redden. Maar geen ambtenaar stak een vinger uit, zeggen ze.

Als ze de kans had gehad om nog één keer met haar moeder te praten, wat zou ze dan zeggen? De 32-jarige Evi Kurniawati barst in snikken uit. „Wat gebeurd is, is gebeurd. We houden nog steeds van je”, zegt ze dan. „En we geloven in je onschuld.”

Evi sprak haar moeder voor het laatst op Oudjaarsdag 2009, toen Ruyati binti Satubi ruim een jaar als huishoudster in het Saoedi-Arabische Mekka werkte. Twee weken later kregen Evi, haar zus en haar broer telefoon: Ruyati zou de 70-jarige moeder van haar bazin met een vleesmes hebben doodgestoken en riskeerde de doodstraf.

Sindsdien liepen de zussen de instanties af om hun moeder te redden. Het ministerie van Buitenlandse Zaken, het agentschap voor arbeidsmigranten, het ministerie van Werkgelegenheid, de Saoedi-Arabische ambassade. Uit de weinige informatie die ze kregen, maakten ze op dat hun moeder in mei een tweede rechtszitting had gehad.

Evi: „We telden de dagen totdat we bericht zouden krijgen over die procesdag. In plaats daarvan kregen we het nieuws van haar executie.” Haar moeder werd zaterdag met een zwaard onthoofd.

„Barbaren!, Klootzakken!” Een Nuraeni (35), de andere dochter van Ruyati, vertelt hoe ze eergisteren bij de Saoedi-Arabische ambassade „alles eruit gooide”. Niet alleen de familie stond te demonstreren. Indonesië is woedend over de onthoofding.

Het is het zoveelste incident rond de 1,2 miljoen Indonesische dienstmeisjes en andere arbeiders die in Saoedi-Arabië werken. Eind vorig jaar werd het lichaam van een hulp gevonden in een Saoedische afvalbak. Een andere vrouw was op gruwelijke wijze mishandeld door haar bazin, die in hoger beroep werd vrijgesproken.

En dan zijn er de duizenden anonieme vrouwen die gedesillusioneerd terugkeren. Ze zijn niet betaald, ze werden mishandeld of ze zijn verkracht door de zoon van de baas en moeten hun echtgenoot uitleggen waarom ze zwanger zijn. Vaak werken ze aan één stuk door en worden ze opgesloten in huis. Voor Indonesië is de maat vol: president Susilo Bambang Yudhoyono zei vandaag live op televisie dat er vanaf augustus geen Indonesiër meer naar het land wordt gestuurd (zie kader).

Het mag dan de bakermat zijn van de islam, Evi heeft geen goed woord voor Saoedi-Arabië over. „Ze zeggen dat het het Heilige Land is, maar waarom worden alle hulpen daar dan seksueel misbruikt en mishandeld?” En dan die „sadistische” manier van executeren, door hun moeder het hoofd af te hakken. Evi begint over een recent relletje, waarbij Australiërs hun koeien niet meer naar Indonesië willen sturen omdat ze zonder verdoving worden geslacht. „Australiërs doen alsof hun koeien mensen zijn. Maar in Saoedi-Arabië behandelen ze mensen als dieren.”

Ook de Indonesische regering krijgt de schuld. In praatprogramma’s en kranten wordt besproken hoe de autoriteiten opnieuw hebben gefaald om een overzeese burger te beschermen. De kwestie is des te pijnlijker doordat de president vorige week nog een toespraak hield in Genève over hoe Indonesië de bescherming van arbeidsmigranten heeft verbeterd.

„Ze hebben totaal niet geholpen”, zegt Evi over de Indonesische regering. Volgens het ministerie van Buitenlandse Zaken heeft een afgezant van de ambassade Ruyati tijdens het proces bijgestaan. Evi gelooft er niks van. Al die tijd heeft ze geen levensteken van haar moeder gehad: geen foto, geen boodschap, geen telefoongesprek van drie minuten. Bovendien heeft ze nooit gehoord dat er een vonnis was. Ze werd zaterdagnacht uit bed gebeld door een Indonesische burgerorganisatie, die over de executie had gelezen in de Arabische pers.

In de straat van de familie hangen gele vlaggen, ten teken dat er een sterfgeval is. Voor het huis staan grote bloemstukken van politici uit het hele land, die willen tonen dat zij wél hart hebben voor de arbeidsmigrant. De bejaarde ouders van Ruyati komen aangeschuifeld om mee te doen met een groepsgebed op de veranda. De familie probeert nu uit alle macht het lichaam naar Indonesië te halen. Ruyati is al begraven en haar dochters weten niet eens waar.

Binnen vertelt Evi hoe hun moeder tegen hun zin voor de derde keer naar Saoedi-Arabië vertrok. Nu haar kinderen voor zichzelf konden zorgen, wilde de gescheiden vrouw van 54 nog één keer uit werken gaan om te sparen voor haar oude dag. Tegen hun dochters zei ze dat het goed ging.

Inmiddels hebben Evi en Een via een andere hulp, die haar moeder eens per maand zag, gehoord dat dat niet waar was. Tijdens haar eerste drie dagen zou ze al zijn geslagen, geschopt en bespuugd, en kreeg ze schoenen naar haar hoofd geslingerd. Hoewel haar voet was gebroken na een val van de trap, moest ze blijven schoonmaken. Toen iemand Ruyati tijdens de ramadan wat eten toestopte om na zonsondergang de vasten te breken, gooide de moeder van de baas het weg en zei: „Geef haar niets! Zij hoeft niet te eten.”

In het laatste gesprek met haar dochters, vertelde Ruyati dat ze al zeven maanden niet was betaald. „Mijn moeder is ook maar een mens. Haar geduld had een grens”, zegt Evi.