Realistische utopie

Weer een utopie gesneuveld. Parkjes, speeltuinen en sportparken, zoals die sinds 2007 op initiatief van Ella Vogelaar in achterstandswijken werden aangelegd, dragen niet bij aan de leefbaarheid en veiligheid.

Een ‘onverwachte conclusie’ citeerden alle media elkaar instemmend, toen het Sociaal Cultureel Planbureau dinsdag het rapport erover publiceerde. Onverwacht? Niet voor wie zich in de geschiedenis van dit soort avonturen verdiept en ziet dat zulke tekentafelideetjes de neiging hebben om totaal te floppen.

Neem IJburg, de Amsterdamse Vinexwijk, die de hemel op aarde ging realiseren door alles te mengen. Wonen en winkelen, paupers en notabelen, singles en gezinnetjes, blanken en donkeren, koopvilla’s en sociale huurflatjes: flikker ze bij elkaar en flatsj! de staafmixer erin.

Eenmaal gerealiseerd blijkt zo’n gebied nog sterieler en ziellozer dan de maquettes al deden vrezen. Vanzelfsprekend rijzen overlast en criminaliteit er de pan uit.

Het is allemaal de nasleep van het new urbanism zoals dat bijvoorbeeld rond de Haagse Muzentoren van architect Léon Krier al zo gefaald heeft. Die wilde dat iedereen op twintig meter van z’n werk woonde, net als in de Middeleeuwen. Kriers droom: de stad verdelen in kleine dorpjes waar wonen, winkels en horeca mengen.

In het geval van die lapjes groen van Vogelaar is de criminaliteit zelfs gestegen, omdat het geteisem er op z’n wenken bediend werd met extra samenscholingsplekken.

Wat volgens het Planbureau wél blijkt te werken: sociale woningbouw veranderen in koopwoningen. Omdat alleen rijkeren nog hypotheken krijgen, nu de banken die alleen nog tegen heug en meug verstrekken, maar ook omdat huizenbezitters zich eerder inspannen, voor het onderhoud, voor hun woonomgeving en voor de contacten met de buren.

Steden houden altijd hun afvoerputjes, maar kennelijk verbetert er iets als je mensen verantwoordelijkheid geeft over een stukje grond. Voltaire wist het al: Il faut cultiver son jardin.

Het is aan de banken om scheutiger te worden met hypotheken. Een realistische utopie kost nu eenmaal geld.

Christiaan Weijts