Noten als sneeuwvlokjes

Noorwegen is te koud voor uitheemse invloeden. Daarom is de jazz er vrijer en eigenzinniger. Ook de ruimte beïnvloedt de muziek. „Het gaat om een zoektocht naar het onbekende.”

Noorse jazz ademt. Ze is zilverig zuiver, hoog en licht, soms dromerig maar meestal aards. De improvisaties van saxofonist Trygve Seim en pianist Andreas Utnem reiken vandaag, in de kanontoren van de Noorse Fjell Festning, echter esoterisch tot de wolken. Jazz op een berg op het schiereiland Sotra nabij Bergen. Het uitzicht is magnifiek en reikt ver. Onder ons een labyrintisch ondergronds gangenstelsel van een historische Duitse militaire basis. Een bizarre tegenstelling met de lieflijke, op psalmen gebaseerde melodieën.

Steeds weer zwellen de sierlijke en soms wat slepend opgebouwde composities aan. Je hoort Trygve Seim z’n lucht persen door het mondstuk: zacht, gedoseerd. En ook Andreas Utnem neemt de tijd op piano en harmonium. Noten als sneeuwvlokjes, dwarrelend in de wind. Alles klinkt anders op deze hoogte.

Ruimte voor de luisteraar, dat is een typische aanpak uit het noorden. Veel aan de fantasie overlaten, niet te veel willen invullen. Dat levert enkel ruis op. Maar Trygve Seim, een van de belangrijkste jazzmusici van Noorwegen, vindt deze ‘nordic sound’, zoals ook beschreven in Stuart Nicholsons boek Is Jazz Dead? (Or Has it Moved to a New Address) – een betoog dat de nieuwe jazz vooral buiten de Verenigde Staten gezocht moet worden – één groot jazzcliché. Doodmoe wordt hij van de term ‘fjordenjazz’, de jazzmuziek met zijn fraaie vergezichten, beïnvloed door de alom tegenwoordige Noorse natuur: de bergen, de ravijnen, het water, het licht, de koude en de eindeloze ruimte.

Saxofonist Trygve Seim uit Oslo is sinds zijn debuut in 2001 één van de meest gevraagde musici in de Europese jazzscene. Hij laat zich niet graag vastpinnen. Ja, de muziek die hij net op de oorlogsvesting op de berg liet horen was ruimtelijk, maar zijn muziek is veel universeler, wil hij benadrukken. Seims stijl wordt gevoed door vele stromingen en hij gebruikt ongewone orkestrale klankkleuren die hij overal vandaan haalt. Buiten de jazz, klassieke muziek en traditionele muziek uit Arabische landen en het verre Oosten.

Zoals vele jazzmusici in Noorwegen noemt Seim de nestor van de Noorse jazz, de rietblazer Jan Garbarek, als zijn grote inspiratiebron. Diens melodieën op het album Eventyr spraken Seim al jong aan; vanaf dat moment zette hij zijn droom door om saxofonist te worden. Trygve Seim vond voor zijn ideeën onderdak bij het kwaliteitslabel ECM in Duitsland. Dat label, stelt Seim nu, is dé reden waardoor ons Europese beeld van Noorse jazz gevormd is. „Platenbaas Manfred Eicher heeft zo’n expliciete voorkeur voor esthetische, minimale jazz. De ECM jazz bevat daardoor altijd ruimte, lucht en dynamiek. Neem jazzsaxofonist Joe Lovano. Als hij opneemt voor Amerikaanse labels klinkt zijn jazz Amerikaans. Maar speelt hij voor ECM, dan gaat zijn jazz meer ademen.”

Toch zou het absurd zijn te veronderstellen dat ruimte in een groot land met ‘slechts’ 4,5 miljoen inwoners niet van invloed is op de muziek. „Maar je vraagt een Afro-Amerikaan ook niet steeds of hij terugdenkt aan zijn katoenplukkende voorouders”, vat Jan Granli, redacteur van jazzmagazine JazzNytt, samen. De Noorse jazz is echter gevormd door meer factoren. Allereerst: de geïsoleerde ligging van het land. Een tijd was Scandinavië aantrekkelijk voor Amerikaanse musici, zoals tenor-saxofonist Dexter Gordon. Ze vestigden zich er voor een tijd en gaven de lokale muziek mee vorm. Aan Noorwegen gingen die Amerikaanse invloeden echter grotendeels voorbij – op de komst van de Amerikaanse jazzmusicus George Russell na. Oslo is te koud voor uitheemse invloeden, concludeerde de Noorse scene.

Het maakte de jazz in Noorwegen vrijer en eigenzinniger. Een broedplaats van stromingen. Vanaf de jaren zestig en zeventig is de jazz vooral aangejaagd door musici als Jan Garbarek en Terje Rypdal. Met name saxofonist Garbarek sloeg nieuwe wegen in op progressieve kwaliteitslabels als ECM en zette de Noorse jazz op de Europese kaart. Hij is opgevolgd door vernieuwende musici als Arild Andersen, Nils Petter Molvaer, Trygve Seim, Paal Nilssen-Love, Bugge Wesseltoft en ensembles zoals Jaga Jazzist. Noorse jazz is steeds populairder geworden, ook op de internationale markt.

Opvallend patriottisch is het land als het gaat om eigen muziek. Het eert de Noorse folktradities. De meest vooraanstaande klassieke componist Eduard Grieg nam al ideeën over van de vioolspelers uit het Hadangerfjord. De volksmuziekelementen gaven zijn orkestmuziek een nieuwe wending.

Daarnaast staat muziekeducatie in Noorwegen al tientallen jaren hoog in het vaandel, onder meer door het nationale ‘Culturele Rugzak’-programma. De middelbare scholen, universiteiten en de Noorse volkshogescholen – internaten die Noorse studenten een leerzaam ‘tussenjaar’ bieden, hebben een keur aan muziekvakken, waaronder jazz. Dat levert niet alleen goede musici op. Ook het publiek krijgt getrainde oren.

Een goede dwarsdoorsnede van bijzondere Noorse jazz is te horen op Nattjazz, een uniek onderscheidend jazzfestival in een voormalige sardientjesfabriek in Bergen. Een historisch cultuurhuis aan het water, met eigenlijk totaal ongeschikte concertzalen. Zo belemmert een oude rookoven met een pijp door het dak de zichtlijn in de grootste zaal.

Dat neemt niet weg dat Nattjazz behoorlijk sfeervol is, en het enige indoor-jazzfestival in Noorwegen. Er valt veel nieuwe muziek te ontdekken. „En dan bedoel ik ook echt nieuw”, benadrukt directeur Jon Skjerdal. „Muziek die het afgelopen jaar gecomponeerd is. In plaats van terug te kijken naar de muziekhistorie, kijken we vooruit.” Weinig Amerikaanse jazz hier dus. En vooral, elf dagen lang: eigenzinnige jazz, van ruwe weerbarstige klanken tot lieflijk licht. „De nieuwe Noorse jazz is niet zozeer beïnvloed door de natuur”, zegt directeur Jon Skjerdal, „het gaat vooral om een zoektocht naar het onbekende. Dat is hier het belangrijkste uitgangspunt van de afgelopen twintig jaar.”

Luisteren dus naar de ijzingwekkende lokroepen van stemkunstenares Sidsel Endresen op de onheilspellende snaarstreken van gitarist Stian Westerhus. Zacht bedwelmende, theatrale zang van Mari Kvien Brunvoll – het zusje van zangeres Ane Brun, de feestelijke freejazz met een vleugje Balkan van Farmers Market, de progressieve jazz van The Source (met Trygve Seim) en de romantisch-moderne verkenningen van Mats Eilertsen met de Nederlandse pianist Harmen Fraanje.

De kolkende, hete lavajazz van het Arve Henriksen Trio zet je op Nattjazz meteen op het puntje van je stoel. Een ontzettend groot ‘impro-avontuur’ van soundscapes met folkloristische invloeden door drie musici: de trompettist en zanger Arve Henriksen, de soundscapist Audun Kleive en percussionist Helge Norbakken. Het is muziek die vragen oproept en beantwoordt, die overneemt en geen verzet accepteert.

Het is hetzelfde project, maar met andere musici dat Arve Henriksen (Stranda, 1968) op North Sea Jazz laat horen. Henriksen studeerde aan het Conservatorium van Trondheim en is vanaf 1989 actief in de jazzscene. Hij werkt veel met musici als Trygve Seim en Christian Wallumröd, maar ook de hardrockband Motorpsycho en de kotospeler Satsuki Odamura.

Zijn interesse als uitvoerder en componist is breed: van volksmuziek, electronica tot Japanse muziek. „Ik heb een typisch Noorse kameleontische houding.” Naast zijn concert op North Sea Jazz ontvangt Henriksen dit jaar de Paul Acket Award als ‘Artist Deserving Wider Recognition’. Een mooie erkenning voor de Noorse jazz.

Intrigerend is hoe Henriksen, een van de grootste sterren aan het Noorse jazzfirmament, praat-zingt door zijn trompet. Hij ziet het als een „verlengstuk van zijn lichaam”. Het zijn mystieke klanken, veelal hoge folkmelodieën. „De volksmuziektradities in de verschillende regio’s van Noorwegen zijn hier sterk”, legt Henriksen uit. „Van vioolspelers in de straat tot volksdansen; het is een deel van ons dagelijks leven.” Maar hij bestudeerde ook de muziek van de Samen in het noorden of de muziek uit Telemark, het gebied rondom Oslo. „De verscheidenheid aan regionale klanken heeft een natuurlijke invloed op mijn toon en frasering.”

Arve Henriksen is zich terdege bewust van zijn omgeving. „Als het weer hier verandert, de dagen donker worden en we soms door sneeuwval dagen ons huis niet uitkomen, veranderen wij Noren mee. Dat hoor je in de muziek.” Hij wijst op grote zwart-wit foto’s van diepe ravijnen aan de muur van het restaurant in Bergen. „Het Stavangergebied denk ik – geweldig. Zie je de structuur in die rotsen, die lijnen? Dat zou je kunnen invoeren in een componeerprogramma. Daar zou je muziek uit kunnen halen. En als je de patronen omkeert, wat wordt het dan? Mijn handen gaan er al van jeuken.”

Trompettist Arve Henriksen speelt zaterdag 9 juli op North Sea Jazz en ontvangt dan de Paul Acket Award ‘Artist Deserving Wider Recognition’.