NAVO-leiders wijzen pauze in Libië af

Gaddafi staat „met de rug tegen de muur”, erkent hij. De NAVO zucht en steunt, maar wil geen bestand.

Na bijna honderd dagen kraakt en piept de Libische oorlog aan alle kanten – zowel bij de NAVO en de rebellen als bij het regime-Gaddafi.

Bijna dagelijks weerklinken in lidstaten van de NAVO klachten over de kosten en voortgang van de militaire campagne om de Libische burgerbevolking te beschermen tegen Moammer Gaddafi. Gisteren ving de Italiaanse minister van Buitenlandse Zaken Frattini bot na zijn pleidooi voor het opschorten van de strijd om burgerslachtoffers te helpen.

Al snel bleek dat Italië alleen staat. De Canadese generaal Charles Bouchard, die de militaire operaties tegen Libië leidt, zei dat hij graag Gaddafi’s toestemming wil voor humanitaire konvooien, maar dat een tijdelijk staakt-het-vuren gevaarlijk is: Gaddafi krijgt dan de gelegenheid om zijn troepen te hergroeperen en terrein te heroveren.

In Brussel onderstreepte de secretaris-generaal van de NAVO, Anders Fogh Rasmussen, dat de acties juist zullen doorgaan om te voorkomen dat nog meer burgers het slachtoffer worden van Gaddafi’s troepen. De Britse premier David Cameron zei dat nu juist de druk op Gaddafi moet worden opgevoerd. En de Franse woordvoerder van Buitenlandse Zaken, Bernard Valéro: „Iedere pauze in de acties biedt hem de kans zich te herorganiseren.”

Premier Cameron moet steeds op de bres voor de oorlog tegen Gaddafi, waar hij zelf drie maanden geleden de eerste pleitbezorger was. Deze week klaagden militaire kopstukken uit NAVO-landen over de zware belasting die de Libische campagne legt op hun magere reserves. De oorlog heeft Frankrijk al 100 miljoen euro gekost. De Britten schatten hun kosten op ruim 300 miljoen euro.

Net als Frattini, die de een kritische coalitiepartij tevreden moet stellen, hebben de militaire kopstukken ook binnenlands belangen: bijna alle Europese landen voeren grote bezuinigingen op Defensie door. Cameron herhaalde dat de strijd tegen Gaddafi doorgaat zolang nodig is.

Gisteren kreeg de Britse premier steun van onverwachte aard: in een radioboodschap die werd uitgezonden op de Libische staats-tv, demonstreerde Gaddafi zelve dat de NAVO en de rebellen kennelijk vooruitgang boeken. „We staan met onze rug tegen de muur,” zei hij. „Wij zijn niet bang. We zullen niet proberen om te overleven of om onszelf te redden.”

Zijn optreden leek een poging voordeel te putten over de burgerslachtoffers die deze week bij NAVO-aanvallen vielen. Gaddafi maakte de NAVO-leiders uit voor moordenaars, criminelen en barbaren. „Er kan geen enkel akkoord meer zijn nadat jullie onze kinderen en kleinkinderen hebben gedood.”

Of het NAVO-front nu splijt, is twijfelachtig. Italië krabbelde gisteren snel terug. Een woordvoerder van Frattini zwakte zijn voorstel af tot „een werkhypothese”.

In Den Haag neemt de strijdvaardigheid zelfs toe, bleek gisteren in de Tweede Kamer. Minister Rosenthal (Buitenlandse Zaken, VVD) sluit niet uit dat Nederland langer meedoet aan de NAVO-acties dan de komende drie maanden. Ook ligt de optie open dat Nederlanders meedoen aan bombardementen. Nu ondersteunen zij alleen de landen die bombarderen.

Een meerderheid in de Kamer schaarde zich achter het kabinetsbesluit om zeker tot eind september mee te doen aan de NAVO-missie. Tot die meerderheid behoort nu ook GroenLinks. Drie maanden geleden was die partij nog tegen een Nederlandse bijdrage. Volgens GroenLinks is de missie nu beter ingericht, met meer aandacht voor diplomatie.