Mosselman

Ooit, lang geleden, had je de groenteman en de mosselman. Nu is het niet meer correct om beroepen met een geslacht aan te duiden. Nu heten mensen ineens agrariër of ‘retailer in food en non-food’. Een klusjesman bestaat nog wel. Maar dat is dan ook zo ongeveer het meest noeste beroep dat je kunt verzinnen.

Toen de woorden groenteman en mosselman uit raakten, raakten een ander soort woorden met ‘man’ erachter in.

Eerst waren daar de woorden ‘borstenman’ en ‘billenman’; dat moest aangeven welk deel van de vrouw vooral je aandacht trok. Daarbij werd aangenomen dat het twee elkaar uitsluitende groepen waren. Onzin natuurlijk - de meeste mannen die ik het gevraagd heb, zeggen: „Ehm, ik denk allebei, mag dat ook?”

Na de borsten- en de billenman kwamen er meer soorten mannen. Over geoloog Salomon Kroonenberg hoorde ik laatst op de radio zeggen: „Kroonenberg, de gesteentenman…”

Omdat mannen nu eenmaal graag mannen zijn, vinden ze het ook fijn om over zichzelf te zeggen wat voor soort man ze zijn. Hou je van Italiaans koken, dan kun je zeggen: „Ik ben echt een olijfolieman, dat gooi ik overal in!” Dat is de formule: „Ik ben echt een …-man.” En dan kun je eindeloos gaan combineren. Een kampeerman, een avonturenboekenman, of wat mij betreft een mosselman – in nieuwe betekenis. Het lijkt als of je met afstand naar jezelf kijkt en niet zo in jezelf opgaat, als je kunt zeggen tot welke groep mannen je behoort. Ook als die groep zojuist door jouzelf verzonnen is (de groep der olijfoliemannen). Dat heeft wel iets sympathieks.

Vrouwen kunnen niet zo over zichzelf praten. Dat heeft met het woord ‘vrouw’ te maken. Stel dat je als vrouw zou zeggen: „Ik ben echt een kontjesvrouw.” Dan word je uitgekotst, en terecht.

Ook met onschuldiger onderwerpen klinkt het bij vrouwen meteen een stuk stommer. „Ik ben echt een kampeervrouw.” Brr.

„Ik ben echt een lekker-lang-uitslapenvrouw.” Te damesblad-achtig. Bij het praten over anderen kan het woord ‘vrouw’ weer wel gebruikt worden: „Janine is echt een mannenvrouw.”

Het enige ‘vrouw’-woord waarmee vrouwen zichzelf kunnen beschrijven is (en dat is een harde waarheid): huisvrouw.

Verder moeten vrouwen zich behelpen met achtervoegsels als ‘mens’ en ‘type’.

„Ik ben echt een Oerolmens.” „Ja? Ik ben meer een Holland Festivaltype.”

paulien cornelisse