Libische rebellen zijn nu toch welkom in China

En Italië wil de bombardementen in Libië staken om hulp toe te laten.

Na maandenlang zwijgen heeft China gisteren met de ontvangst van een van de Libische rebellenleiders, voorzitter van de Nationale Overgangsraad Mahmoed Jibril, erkend dat de tegenstanders van kolonel Gaddafi „een belangrijke politieke macht” en „een relevante partij” zijn geworden.

De voorman uit Benghazi sprak onder meer minister van Buitenlandse Zaken Yang Jiechi. Jibri hoopt dat China partij kiest voor de rebellen.

Op hun beurt zullen de Chinese autoriteiten er bij hem op aandringen de steeds moeizamere strijd met politieke middelen op te lossen. Net als Rusland is China tegen het militaire optreden van de NAVO in Libië. China onthield zich in de Veiligheidsraad van stemming over de Libië-resolutie.

De komst van Jibril betekent dat China er ernstig rekening mee houdt dat de rebellen de macht geheel of gedeeltelijk zullen overnemen. In het geval dat Gaddafi van het toneel verdwijnt, heeft China dan alvast relaties opgebouwd met de nieuwe leiders van Libië en komt het land niet aan de zijlijn te staan, aldus Chinese commentatoren.

De contacten met de rebellen betekenen niet dat China de banden met kolonel Gaddafi, die in 2005 voor het laatst in Peking was, heeft verbroken of bevroren. Alles wijst erop dat het China te doen is om het veiligstellen van de Chinese belangen in Libië, waaronder olieleveranties ter waarde van 4,5 miljard dollar.

Gisteren riep Italië op tot een „onmiddellijke opschorting van de vijandelijkheden” in Libië, om de bevolking in belegerde steden als Misrata beter van hulpgoederen te kunnen voorzien. Minister van Buitenlandse Zaken Franco Frattini had maandag al gezegd dat de geloofwaardigheid van de NAVO op het spel staat doordat bij bombardementen burgers zijn gedood. (NRC, AFP)