Latin lovers op zoek naar vrouwenvlees

Marino Magliani: Het strand van de romantische honden. Vert. Roland Fagel. Prometheus, 246 blz. €18,95

De Noord-Italiaanse schrijver Marino Magliani (1960) reisde omstandig door Latijns-Amerika en Spanje voordat hij zich, twee decennia terug, in IJmuiden vestigde. Situaties, details, mensen, sfeer, hele landen van dat leven sloegen neer in zijn boeken. Zo was zijn vorige roman De vlucht van de kolibrie een mix van Peru en het Italiaanse Ligurië – spannend en emotionerend, maar wat onevenwichtig.

In Magliani’s nieuwste, Het strand van de romantische honden (La spiaggia dei cani romantici), is het weefsel nog gecompliceerder. Nu is het startpunt een Argentijns dorp. Dat verknoopt hij met de Spaanse Costa Brava. En met de Italiaanse grensstreek boven Ventimiglia. En met Amsterdam.

Pijnlijk en prachtig beschrijft hij hoe het massatoerisme ver uiteengelegen plaatsen egaliseert, uniformeert en vulgariseert. De Costa Brava in Spanje, Ventimiglia in Italië, het Amsterdam van de drugstoerist – onderworpen aan de goedkopevakantiedwang worden ze kringen van hetzelfde vagevuur. Voor de definitieve troosteloosheid stort Magliani er de wereld van de Nederlandse commerciële televisie bovenop.

Met deze roman, die een stuk ambitieuzer van opzet is dan De vlucht van de kolibrie, slaagt Magliani wel en bewonderenswaardig in het verbinden van locaties. Dat komt doordat hij een contingent onwaarschijnlijke helden opvoert: de jonge mannen die de toeristische oorden afstruinen op zoek naar vrouwenvlees. In hun Argentijnse dorp worden ze benijd en bewonderd wanneer ze in november terugkeren. Maar in Spanje, Gran Canaria of waar hun roedel maar naartoe zwerft, zijn ze sjacheraars. Dat luie leven waar ze thuis op pochen, is eigenlijk keihard werken.

Deze klaplopers zijn professionele seksverslaafden. Ze verleiden de toeristes om te beginnen om te neuken. Daarnaast slaan ze hun slag als gauwdieven. Ze pikken een portefeuille of een sieraad, veel meer is het niet, om van de hand in de tand te leven. Zij zijn de romantische honden, de ‘perros románticos’ uit de titel die Magliani ontleende aan de poëzie van de Chileen Roberto Bolaño. Als dank duikt die in de roman even op als inwoner van het beruchte Spaanse vakantiedorp Blanes, waar Noord-Europese meisjes massaal komen genieten van zon, strand en latin lovers.

Trefzeker roept Magliani de wereld op van de versierders en hun veroveringen. Vertaler Roland Fagel slaagde er behendig in om hun slang in aannemelijk Nederlands te transformeren, grof, sentimenteel, macho, maar ook muzikaal en met behoud van hun romantische retoriek.

Tot besluit van de roman ontmoeten we drie van de romantische honden opnieuw, als oudere mannen. Net als in Kolibrie roert het heden in het verleden, op zoek naar de waarheid. Het enige wat er wordt gevonden is stank. De honden horen nergens thuis, hun pik is hun vaderland geworden, en daarmee is hun absolute eenzaamheid getekend.